donderdag 21 december 2023

Gebroken afscheid




Er zijn van die situaties die je aan kunnen grijpen. Nu loop ik echt niet met alle leed van andere mensen onder mijn arm. Gelukkig kan ik de meeste dingen goed verwerken. Maar af en toe heb je zo`n situatie dat je even keer extra met je ogen moet knipperen en een keer extra moet slikken.  

Ik begin net met mijn avonddienst als ik een melding krijg. Oudere dame gevallen en waarschijnlijk een open fractuur. (een breuk waarbij botdelen naar buiten komen). Dat kan een zeer pijnlijke geschiedenis worden. Wij gaan onderweg en besluiten eerst maar eens te gaan kijken naar de situatie. Oudere mensen die vallen is een veel voorkomende melding. Soms valt het mee en soms krab je even achter je oren. De val is binnenshuis wat gezien de weersomstandigheden wel fijn is.  

Ter plaatse worden we opgevangen door 2 heren. Zoons van de betreffende dame. Ik vraag waar de patiënt is en wil eigenlijk gelijk doorlopen. Maar ik word min of meer tegengehouden door een van de heren. Ik wil jullie even de situatie uitleggen. Ik blijf staan en vraag wat er is gebeurd. Dan krijg ik het volgende verhaal. Deze dame is al op hoge leeftijd. Diezelfde morgen is haar man overleden. Echter is zojuist de uitvaartondernemer geweest om de man thuis op te baren. Juist toen de uitvaartondernemer klaar was, wilde hij mevrouw naar haar man begeleiden. Maar bij het opstaan verliest ze haar evenwicht en valt. Met een enorme grote, pijnlijke wond op haar enkel. Ze heeft hierdoor haar man nog niet gezien.  

Tjonge, wat een trieste situatie denk ik. Ik leg aan de zoons uit dat ik eerst naar de wond ga kijken en dan een plan trekken. Maar ik beloof ze dat we zeker niet naar het ziekenhuis gaan voordat mevrouw haar man heeft gezien. Zogezegd, zo gedaan. 

Ik kom binnen en tref mevrouw op de grond. Er ligt nog wat bloed op de grond en een theedoek om haar enkel verbergt de wond voor mij. Ik vraag wat er is gebeurd en nogmaals krijg ik het verhaal te horen. Ze is niet buiten bewustzijn geweest maar kan nu niet overeind. Bewegen is pijnlijk. En ik wil zo graag naar mijn man. We zijn 65 jaar samen geweest, eindigt ze haar verhaal.  

Ik kijk haar aan en zeg: ik ga eerst naar uw enkel kijken en dan maak ik een plan, maar ik zorg er voor dat u zo meteen bij uw man kunt kijken. Afscheid nemen is belangrijk! Hier ga ik de tijd voor nemen. Ik haal de theedoek van haar enkel en zie een enorm openstaande wond. Het zou gebroken kunnen zijn, maar dat zal een foto moeten uitwijzen. Deze enkel moet sowieso wel in het ziekenhuis behandeld worden. Ik maak de wond schoon en dek deze af met gazen. Ik vraag hier het met de pijn is. Ze zegt dat het wel gaat zo lang ze stil zit. Ik geef ze een beetje pijnstilling.  

Er is een rolstoel aanwezig en ik stel voor dat we mevrouw in de rolstoel zetten en met gespalkt been naar haar man brengen. Heel begrijpelijk is mevrouw erg verdrietig. We rijden mevrouw naar haar man en laten haar daar met haar naasten op het gemak afscheid nemen. Ik zeg: neem vooral de tijd, dit is belangrijk. Ik ga ondertussen even bellen met het ziekenhuis om vast de situatie voor te leggen en probeer daarmee wat voorwerk te doen zodat de behandeling snel kan. Snel een foto, snel de andere behandelingen. Het zou mooi zijn als mevrouw op een of andere manier gewoon weer naar huis kan zo meteen. Ik kijk door de glazen deur naar het tafereel in de kamer. Ik zie mevrouw in een rolstoel zitten. Haar schouders schokken. Familie er omheen. Na een tijd komt de familie met mevrouw in de rolstoel weer naar de gang en leggen we haar op de brancard. Verdriet is zichtbaar. “65 jaar waren we samen”. Ik weet geen antwoord. Ik kijk even weg en moet even slikken. Verdriet en gemis is voelbaar. Ik heb met deze dame te doen. Zo gaan we naar het ziekenhuis waar gelukkig iedereen al klaar staat om de zorg snel te laten verlopen. Ik draag mevrouw over aan de mensen in het ziekenhuis en geef ze een hand. Sterkte en het allerbeste de komende dagen.  

Dank je wel is het antwoord. Maar haar blik zegt zo veel meer. Ja, deze rit heeft lang geduurd, maar terug naar de post zeg ik tegen mijn collega, wat een triest verhaal. Ik heb het niet vaak, maar dit raakt me...  

Een andere avond krijg ik ook een melding van een gevallen man. Oude baas is op de grond gevallen en kan niet meer zelfstandig overeind komen. Via de melding kan niets gezegd worden over de toestand van de patiënt, alleen dat hij niet de deur kan openen en alleen thuis is. De politie word op voorhand meegestuurd om de deur te openen. We komen ter plaatse en ik kijk door de brievenbus. Ik zie dhr. zitten en praten met hem. Echter door de afstand, doofheid en het schreeuwen door ene brievenbus is een gesprek niet echt mogelijk. Maar goed, hij reageert dus hij is bij kennis. Tijd voor stap 2. De woning binnengaan. Nu kan ik in alle eerlijkheid zeggen dat ik nooit een inbraak heb gepleegd, maar ergens fascineert het me om toch de woning binnen te komen zonder dat er een ruit of wat gesloopt moet worden en er geen sleutel beschikbaar is. Mijn collega en ik bekijken de deur eens en komen tot de conclusie dat zelfs ons dat wel moet lukken. Via de brievenbus en met behulp van enige attributen staan we inderdaad een paar minuten later in de woning. Zonder enig spoor van schade. Gelukkig voor deze man valt het mee met zijn verwondingen en hoeft hij niet mee naar het ziekenhuis. Heb nog wel even aangegeven dat hij wel een keer iemand naar zijn deur moet laten kijken, want als wij er al binnen kunnen komen is het voor een beroepsinbreker wellicht helemaal een fluitje van een cent.  

Soms kom je wel eens tot het besef dat je iets gedaan hebt wat niet echt handig is. Ik krijg een melding van een jongeman die ernstig gewond is bij een incident. Ter plaatse ziet het er inderdaad niet best uit en met mijn collega besluit ik om deze jongen zo snel mogelijk naar het ziekenhuis te brengen. De man heeft grote wonden aan buik, hoofd en borst. Om dit allemaal goed te kunnen behandelen en nog een infuus te kunnen prikken moet zijn jas uit. Omdat zijn toestand dermate kritiek is, heb ik geen tijd op zijn jas rustig uit te trekken. Helaas voor de jongeman gaat de schaar er in. Dan kom je tot het besef dat het een jas is die volledig gevuld is met dons. Binnen een mum van tijd zit mijn hele ambulance onder de donsveren. Zie dat in combinatie met bloed, regenwater enz, en mijn ambulance ziet eruit als een kippenslachthuis. `s Avonds kom ik nog overal veertjes tegen. Nadat we deze jongeman in het ziekenhuis hebben achter gelaten rijden we terug naar de post om daar met de brandslang de auto uit te spuiten. Het is werkelijk een grote bende. Op de post aangekomen vraagt een collega: zo hebben jullie Pino geslacht. Nou daar lijkt het wel op ja.  

Het is alweer eind december. Ik wil niet melancholisch doen, maar als ik soms terugkijk wat er allemaal is gepasseerd in een jaar tijd. Soms moet je even terugkijken. Veel leed gezien, veel verdriet behandeld. Veel gelachen en veel lol gehad. Veel dingen al weer vergeten. Ook ernstige dingen die bij mensen een leven op z`n kop zetten. Voor ons gaat het werk door en soms sta je te kijken hoe `normaal` je sommige dingen gaat vinden.  

Maar ook tijd om vooruit te kijken. Ik wens iedereen die dit leest goede dagen en een heel goed en gezond 2024 toe! 

maandag 16 oktober 2023

Nootgeval

 Binnen de ambulancewereld wordt veel gebruik gemaakt van termen en begrippen. Dit moet er allemaal voor zorgen dat er optimale zorg wordt gegeven. In de opleiding leer je deze begrippen ook allemaal toe te passen. Een groot voordeel van een aantal van deze begrippen is het loslaten van vooroordelen. Al lukt dat niet allemaal. Hieronder 2 van deze begrippen.  

PAP-pen en PAT-ten. Waar heb je het over? 2 begrippen die in de ambulancewereld erg bekend zijn. PAP (Pre arrival Preparation), PAT (Patiënt assessment triangle). Kort gezegd bedenk je bij PAP wat er allemaal aan de hand zou kunnen zijn voordat je bij de patiënt aankomt. Je maakt alvast een lijstje met mogelijke diagnoses. Bij PAT maak je een observatie van je eerste indruk. 



Ik ben een stukje aan het rijden met een collega als we een melding krijgen. De portofoon piept en tegelijkertijd roept de meldkamer ons op. ``Heren, ik weet dat het een eind rijden is, maar ik heb geen wagen dichterbij. Het gaat om een verstikking``. Ok, gas erop en gaan. Naarmate we rijden komt er steeds een beetje informatie bij. Het betreft een man van 85 die zou stikken in een nootje (pinda). Hierop proberen we te sparren (PAP-pen) wat er aan de hand kan zijn. Een volwassene die stikt in een pinda? Dat klinkt in eerste instantie niet heel logisch. Een pinda is klein en het zou me verbazen als die zou zorgen voor een totale afsluiting van de luchtweg. Want dat verstaan we onder stikken. Maar je moet breed denken, misschien is het iets groters dan een pinda en is er wel een afsluiting van de luchtweg. Dan is de te rijden afstand wel heel erg groot.

 

Dan komt het verlossende zinnetje in beeld. Er is ademhaling. Gelukkig denk ik, niet helemaal dicht dus. Het zegt nog niets over de kwaliteit van de ademhaling of iets dergelijks. Maar zolang er ademhaling is, is de patiënt niet gestikt. We doen ons best om snel ter plaatse te komen. Zelfs het verkeer lijkt mee te werken. Zo valt de aanrijtijd nog enigszins mee.

 

Ter plaatse worden opgevangen door personeel van het terras. Die loodst ons naar binnen en ik probeer de patiënt te vinden. Ik kijk rond, maar onze begeleider wijst naar een man aan een tafeltje. Dit is niet de patiënt die ik voor ogen heb. En ook niet de patiënt die ik in mijn PAP bedacht had.  

De PAT (eerste indruk van de situatie) is ook niet zorgelijk. Ik zie een man aan een tafeltje met een biertje in zijn hand. Duidelijk niet gestikt en ook niet bezig dat te doen. Ik ga naast de man zitten en er vallen me direct een aantal dingen op. Zijn ademhaling is normaal en rustig. Ik hoor geen bijgeluiden. Mijnheer maakt geen benauwde indruk en is niet aan het hoesten. Even denk ik dat ik bij de verkeerde patiënt ben aangekomen. 


Ik vraag wat er is gebeurd. Mijnheer zat een biertje te drinken en had daar wat nootjes bij gekregen. Een nootje wilde bij mijnheer in zijn keel een ander richting op en dat zorgde er voor dat mijnheer enorm moest hoesten. (Wat ik me heel goed kan voorstellen). Hij hoestte zo erg dat hij bijna moest braken. En volgens zijn vrouw kan hij nooit braken. Maar toen het hoesten over was hebben man en vrouw nog beide 2 kroketten gegeten en wat gedronken. (Ik val bijna van mijn stoel van verbazing). Nu heeft hij alleen nog een vervelend gevoel. (Neemt ondertussen een slok van zijn biertje). Dat vervelende gevoel kan ik me heel goed voorstellen en dat is ook te verklaren. Als er een pinda of wat dan ook dwars gaat in de keel kan dat irriteren. Daar kun je last van hebben. Alles wat ik onderzoek bij mijnheer is goed. Heeft geen enkel teken van enig letsel. Ik vraag me heel erg af wat ik hier kom doen. Een verstikking is absoluut een reden om een ambulance te bellen. Maar als je daarna nog 2 kroketten kan eten en een biertje kan drinken kun je wat mij betreft ook best even terugbellen naar 112 om te zeggen dat die ambulance toch niet nodig is. Mijnheer heeft werkelijk niet 1 keer gehoest in mijn bijzijn.  


Dit gaat niet op de persoon, maar zulke meldingen geven wel belasting op de capaciteit van de zorg. Je hebt geen klachten meer, hoe naar de verslikking ook was. Maar hier was een ambulance absoluut niet nodig. Ook niet even voor de zekerheid!

 

Nu heb ik ook even contact gehad met de meldkamer om te vragen (uit pure nieuwsgierigheid) hoe het kan dat hier een ambulance naar toe moet. Maar ja, als centralist moet je het maar doen met de informatie die je via de telefoon krijgt. En daar moet je op schakelen.

  

Verslikken, stikken, inslikken. Lastige materie. Ik krijg een melding dat er een meisje een haarspeld heeft ingeslikt. Ik vraag me direct af: hoe dan? Maar zoals eerder gezegd besluit ik alle info maar achter me te laten en te kijken wat er ter plaatse aan de hand is. Ik word opgevangen op een school. Een docent brengt me naar het betreffende meisje. Ze oogt stabiel. Ik vraag wat er is gebeurd. Ze geeft aan dat ze haar haar wilde fatsoeneren. In die tijd hield ze de speld tussen haar lippen geklemd. Toen kreeg ze een duw en heeft ze deze ingeslikt. Een klasgenoot heet een soortgelijke speld en laat deze aan mij zien. Ik kijk verbaasd. Dit ding heb jij ingeslikt?? Ze knikt zelfverzekerd. Tja, en wie ben ik om at te ontkennen. Alle meetwaarden zijn goed en ze oogt stabiel. Ik laat ze plaats nemen in de ambulance en breng haar naar het ziekenhuis. Ze moeten daar middels een röntgenfoto maar kijken waar deze speld is gebleven. 


Soms kom je bij mensen die zelf kennis van zorg en medische zaken hebben. Niet altijd de makkelijkste patiënten. Maar er is ook een categorie patiënten die denken dat ze verstand van zaken hebben. Ik moet naar een patiënt waar ik al eens eerder ben geweest. Ik kom bij de patiënt ter plaatse en word opgevangen door iemand van de thuiszorg. In huis is het een grote bende en alles is vies. Daarbij ligt er overal bloed. Ik ken deze man van een eerder incident en toen maakte hij al niet echt een schone indruk. Deze man had toen last van een spatader die gesprongen was. En dat is nu weer het geval. De plaats is een beetje gênant. Op het scrotum. Eerst wil hij niet zeggen waar het is en wijst alleen maar richting zijn lies. Maar omdat ik een spuitende slagader toch moet afdrukken wil ik de plaats zien zodat ik er een drukverband kan aanbrengen. Hij doet zijn broek naar beneden en daar zie ik een spuitende spatader op zijn scrotum. Afdrukken is wat lastig. Maar een strakke boxershort volgestopt met verband moet even voldoende zijn. Ik vraag of hij medicatie gebruik. Maar dan krijg ik een hele reden waarom hij dat niet doet. Hij heeft een hartritmestoornis en krijgt daar medicatie voor. Onder andere bloedverdunners. Maar alle medicatie is onzin. Het enige wat hij gebruikt is een plastablet. Want zo redeneert hij, ik hou vocht vast en dat moet eruit. Tja, daar kan ik inkomen. Alleen zijn redenatie is wat kort door de bocht. Nu moet ik wel vermelden dat zijn scrotum enorm gezwollen is door vocht. Ik overdrijf niet als ik zeg dat deze de grootte heeft van een meloen. Dus dat er vocht in zit is mij duidelijk. Echter redeneert mijnheer als volgt. Mijn scrotum zit vol urine en dat moet ik gewoon uitplassen. Dus een plastablet zou moeten helpen. Alleen dat gebeurt niet. Ik probeer mijnheer uit te leggen dat er inderdaad vocht in zijn scrotum zit. (Ook elders in zijn lichaam zit heel veel vocht). Maar dat vocht plas je niet direct uit, maar dat gaat via via en daar heb je wel wat medicatie voor nodig. Bovendien is het gezien zijn parameters niet onverstandig om medicatie gewoon te gebruiken. De reden dat je vocht vasthoudt is misschien wel je hartritmestoornis en daar heb je weer medicatie voor nodig. Maar ik krijg het niet uitgelegd. Het is gewoon een klepje tussen scrotum en plasbuis die open moet en daar zorgt de plasmedicatie voor. Ik praat net zo dom als een dokter en wil alleen maar iedereen aan de pillen helpen. Deze discussie ben ik maar gestopt. Ik denk niet dat ik mijnheer overtuigen kan van het nut van medicatie. Ik breng hem naar het ziekenhuis en daar mogen ze mijnheer helpen bij de spuitende spatader en het vochtprobleem. Ik denk niet dat ze mijnheer gaan overtuigen van het nut van medicatie. Zijn huis leek wel een apotheek zoveel medicatie lag er nog wat hij niet inneemt.  


Hij geeft alleen aan dat het allemaal wat `klote` is, want het lopen gaat behoorlijk lastig. Dat kan ik me ook zomaar voorstellen (…).