Het is door persoonlijke omstandigheden even geleden dat ik een stuk heb geschreven. Maar wil toch weer het een en ander laten lezen om een inkijkje te geven in het werk in de acute zorg. Het is zondag. Onze dienst is net begonnen en met een bakje koffie in de hand rijden we naar een post een deze te gaan bezetten. Zondag is rustdag dus laten we het vooral rustig houden. Beter voor de mensen, beter voor ons. We zijn net geïnstalleerd als de pieper gaat. A0... dat betekend een reanimatie. Snel haasten we ons naar de ambulance en rijden de garage uit. Dan roept de meldkamer op. Jongens, jullie gaan naar een reanimatie van een baby. Enkele maanden oud. Schrik om het hart. Want hoeveel reanimaties ik al gehad heb, een kind/baby wil je eigenlijk gewoon niet horen. We moeten een heel eind rijden en daarom maar gelukkig dat het zondagochtend is. Dan is het wat rustiger op de weg. De 1e auto (bij een reanimatie komen altijd 2 ambulances) is wel dichtbij. En via de portofoon word een reanimatie bevestigd. Een klein kind, een baby nog is door de ouders levenloos aangetroffen in bed. Een uur of wat eerder heeft het kind nog gedronken. We rijden snel want dit is serieus. Alle brancherichtlijnen ten spijt. Collegas vragen hoe lang we er over doen. Met de wetenschap dat zij bezig zijn en met smart op onze hulp aan het wachten zijn, spoeden we ons naar de melding. Aangekomen zien we de ambulance al staan en haasten wij ons naar binnen. Het MMT (traumahelikopter) is ook onderweg. De rust op het vakantiepark is voorbij. Veel hulpdiensten, veel mensen. We komen binnen en pakken onze taak op. Met zn vieren en later ook het MMT werken we hard en doen ons best. Eerst is het allemaal technisch. Want er moeten veel handelingen worden verricht. Het is bijna stil als we bezig zijn. Maar iedereen voelt de spanning. De ouders lopen verdwaasd rond. De hoop in hun ogen word met de minuut kleiner. Maar zo lang we bezig zijn is er hoop. De mensen waren een weekend weg ivm de verjaardag van een van de ouders. Nu, op die verjaardag moeten ze toezien hoe we met zn allen proberen het onomkeerbare te stoppen. Echter, ondanks alle inspanning moeten we op een gegeven moment concluderen dat langer doorgaan geen zin heeft. De MMT arts neemt de ouders apart terwijl wij bezig zijn. Rustig maar in duidelijke bewoording spreekt hij de woorden uit die iedereen vreest maar wij eigenlijk al verwachtten. We gaan stoppen. Zo definitief, zo hard, zo meedogenloos. Hoe kan dit? De ouders zijn radeloos. We snappen dat en stil horen en zien we toe hoe de ouders hun kindje pakken en op schoot nemen. De begeleiding en uitleg van de dokter is fantastisch. Hier zijn geen juiste woorden.
Nu we gestopt zijn, lijkt het net of de baby op tafel ligt te slapen. Het enige wat mist is een borstkas die op en neer gaat en de geluidjes die elke baby normaliter maakt. Op verzoek van de ouders laten we ze even alleen met hun kind. Onze spullen ruimen we later wel op.
Als we buiten komen zit er een collega van de politie op een bankje met een jongetje van een jaar of 5. Het andere kind van deze mensen. Het jongetje vind alle consternatie wel spannend en is verwikkeld in een geanimeerd gesprek. Hij praat honderd uit over deze vakantie vlakbij de zee. Op zijn schoot een beertje, gekregen van de agente. Mijn blik kruist die van de politieagente. We zeggen (en denken) hetzelfde
Maar dan zonder woorden. Geluiden dringen door naar buiten. "De baby huilt" zegt het ventje. We kijken elkaar aan. Wetende dat het niet de baby is. Hoe gaan we dat ventje vertellen dat zijn broertje niet meer leeft. Niemand zit er op te wachten om deze boodschap door te geven. Ik knipper met mijn ogen. Ik voel druk achter mijn pupillen. Emotie mag, maar hier wil ik het nog niet. Niet waar dat jongetje bij is.
Nadat we onze spullen hebben opgeruimd, evalueren we 'de casus'. Technisch gezien ging het allemaal goed. Echter zonder het gewenste resultaat. Helaas. Dit zijn ritten die blijven hangen. Ik zie mijn werk niet als roeping. Ik heb een pracht baan. Het si allemaal dubbel. We hebben met zn allen gedaan wat we konden. Daar zijn we trots op. Maar wat had je graag een andere afloop gezien.
We gaan terug naar de post. Even laten bezinken wat we hebben gedaan. Zo start je een rustige dienst. En zo sta je midden in het meest aangrijpende leed wat iemand kan overkomen. Mijn collega en ik besluiten onze dienst voort te zetten. Wel laten we de hele situatie nog enkele keren langs komen. Met elkaar er over praten is de beste manier om het een plekje te geven. We zijn ons enorm bewust van de dunne schil tussen leven en dood. Ja, ook dit is ons werk....
We drinken nog wat en dan gaat de pieper. Een melding zoals zoveel anderen. Gelukkig lukt het ons om vanuit onze professionaliteit weer op te staan en de volgende patient te behandelen. Bewust van het gevaar dat je bot kan reageren wanneer de volgende patient voor 'iets kleins' belt. We staan er. Met zn allen. Voor iedereen die hulp nodig heeft. Soms klein, soms groot...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten