dinsdag 29 mei 2018

schrijnend


Regelmatig kom ik patiënten tegen die volledig afhankelijk zijn van de zorg en de hulp van anderen. Het lijkt mij verschrikkelijk om in zo`n situatie te zitten. Maar ja, wat ga je er zelf aan veranderen. Gelukkig hebben we in Nederland een goed zorgstelsel. Althans, daar gaan we vanuit. Maar niet zelden kom je heel schrijnende situaties tegen. Meestal vallen deze situaties in de groep chronisch zieken en ouderen. Hoe voelt het om overgeleverd te zijn aan mensen van de thuiszorg. Nu ligt het zeker niet aan het personeel die de mensen thuis komt verzorgen. Die werken hard genoeg, daar ben ik van overtuigd. Maar de organisatie van deze zorg laat nogal eens te wensen over. Het volgende voorval laat zien hoe schrijnend het kan zijn in ons eigen land. We worden geroepen bij een dame van 53 die onwel is geworden. We komen ter plaatse bij een grote flat en worden keurig opgevangen door iemand van de thuiszorg. Deze neemt ons snel mee naar de woning van de patiënt. Als ik de woning binnen stap neem ik de situatie snel in me op. Een vrouw op de grond, die wel ademt, maar geen reacties geeft op het roepen van de andere thuiszorg medewerker. Een tillift, een hoog-laag bed. Dozen vol met incontinentiemateriaal. Ok, eerst even naar mevrouw kijken. Deze lijkt langzaam wakker te worden. Ik vraag wat er is gebeurd om een beeld te krijgen van de situatie. Het betreft een jonge vrouw van 53 die bekend is met een dwarslaesie (verlamming). Deze dwarslaesie heeft ze gekregen toen ze een jaar of 23 was. Destijds net een paar weken getrouwd en toen volledig verlamd. Haar toenmalige echtgenoot zag een leven met een verlamde partner niet zitten en heeft toen al snel een einde aan de relatie gemaakt. Al 30 jaar is deze (jonge) mevrouw afhankelijk van anderen. Bij het eten, wassen, en alles wat je maar bedenken kunt. Ik ben hier aan het einde van de avond en mevrouw zou door de thuiszorg naar bed geholpen worden. Echter toen mevrouw met de tillift naar het toilet geholpen werd, werd ze ineens onwel en `viel ze weg`. De medewerkers hebben haar heel adequaat snel uit de tillift gehaald en op de grond gelegd. Nu we een tijdje binnen zijn komt mevrouw weer bij en vertelt ze dat ze niet lekker werd. We besluiten haar met de tillift in bed te leggen en dan verder te kijken. Echter, op het moment dat ze in de tillift hangt, valt ze weer weg. Dan maar even snel oppakken en in bed leggen. Na enkele minuten komt ze weer bij. Dan vertelt de medewerker van de thuiszorg dat deze tillift nieuw is. Het lijkt er op dat de banden die onder haar armen door gaan zorgen voor een vagale reactie waardoor mevrouw flauw valt als ze in de tillift word geholpen. Uiteindelijk lijken er verder geen afwijkingen te zijn en ik besluit mevrouw niet mee te nemen naar het ziekenhuis. Halverwege is er een oudere man binnengekomen die zich kenbaar maakt als de vader van de patiënt. Deze man uit eerst zijn zorgen over zijn dochter, maar na 2 minuten is hij vooral bezig te vertellen hoe erg hij er zelf aan toe is qua gezondheid. Nu mag iedereen best even zijn hart komen luchten, maar ik ben hier voor mevrouw en niet voor hem. Het geklaag is niet van de lucht. Ik maak op een gegeven moment nog de opmerking dat hij nog kan lopen. Iets wat zijn dochter al 30 jaar niet meer kan. We besluiten weg te gaan en ik vraag nog aan de thuiszorgmedewerker of er verder nog bijzonderheden zijn. Ja zegt ze: mevrouw is wel verward. Ooh, daar heb ik niet heel veel van gemerkt zeg ik. Maar verklaar je nader. Maar vervolgt ze: mevrouw belde omdat ze naar het toilet moest. En dan ben je verward? Reageer ik. Ja, zegt ze. Want cliënten (patiënten zijn tegenwoordig gepromoveerd tot cliënten) mogen niet bellen als ze naar toilet moeten. Maar wat als ze erg nodig moeten, reageer ik. Ze wijst naar de grote stapel incontinentie materialen. Tja, dat is ons beleid. Ze mogen alleen bellen in geval van nood en anders komen wij op de vaste tijden om mevrouw op bed te leggen. Dus als ik nodig naar het toilet moet, ben ik als cliënt (dat klinkt alsof je heel veel service krijg) verplicht om in mijn broek te plassen en daar in te blijven zitten totdat de medewerker van de thuiszorg eindelijk komt om me in bed te leggen? En wat als er een grote boodschap zich onverwacht op doet? Tja, daar kunnen we niet allemaal voor lopen hoor, daar hebben we geen tijd voor…. Ik krijg opeens heel veel medelijden met de `cliënt`. Je hebt op je 23e een dwarslaesie gekregen, ben al 30 jaar afhankelijk van anderen. En je wordt heel gewoon verplicht in je broek te plassen en te poepen. Sorry hoor, maar dit is de huidige zorg in Nederland? Heeft mevrouw hierin een keuze? Buiten dat het enorm mensonterend is, is het ook nog eens verschrikkelijk smerig en bovendien ongezond. Mensen die incontinent zijn hebben een enorm vergroot risico op decubitus. Daar zijn al voldoende onderzoeken naar gedaan. Ik begrijp soms dingen niet. Deze week is er in Rotterdam een nieuw ziekenhuis in gebruik genomen. Kosten nog moeite zijn bespaard om de patiënt centraal te stellen. Alleen maar 1-persoons kamers, service en luxe die je in een doorsnee hotel nog niet tegen komt. Ik las over dit ziekenhuis dat een medewerker zei: de patiënt staat centraal. Zijn kamer is zijn privédomein. Eigenlijk zouden we als zorgverlener moeten kloppen op de deur om binnen te mogen komen. Tuurlijk draait zorg om de patiënt, maar waarom in een kliniek wel en thuis niet? Hoe kan er een ziekenhuis gebouwd worden waarvan de kosten ver boven de miljard euro stijgen terwijl nog geen 10 km verder mensen thuis verplicht worden in hun eigen vuil te zitten/liggen totdat de thuiszorgmedewerker tijd gevonden heeft om de cliënt te helpen? De hele zorg is uit balans. Veel geld word er opgehaald met evenementen voor bepaalde doelgroepen. Mooie initiatieven die ik van harte steun. Maar de `gewone` patiënt lijkt soms wel eens vergeten te worden.
Op de ambulance heb je soms ook te maken met sterfgevallen. In veel verschillende situaties en omstandigheden. Oud en jong. Onverwacht of na een ziekte. Soms een eigen keuze van mensen. Soms kom je als hulpverlener in een situatie en stel je de dood vast en verleen je zorg aan familie. Andere keren grijpt het meer aan en moet je voor jezelf een beschermende houding aannemen. Ook moet je wel eens de patiënt beschermen. Ik krijg een oproep van een ongeval met een auto. Er zijn verschillende ambulance onderweg. Een auto met 3 inzittenden is uit de bocht gevlogen en ligt onderste boven op de weg. Als ik ter plaatse kom, ziet het blauw van de zwaailampen. Ik tel 4 andere ambulances. Ik meld me bij degene die de leiding heeft en vraag wat ik kan doen. De auto is voordat ik ter plaatse ben al open gemaakt. Voor de jongen die achterin zat, is hulp niet meer mogelijk. Hij ligt in een ambulance maar hulp heeft niet meer mogen baten. Of ik een hartstrookje wil maken bij deze. (dit strookje word protocollair gemaakt om te bewijzen dat de dood is vastgesteld). Daarna begeef ik me naar een andere ambulance waar de bestuurder ligt. Of ik deze jongen wil nakijken en behandelen. Deze jongen is aanspreekbaar en geeft aan pijn in zijn schouder te hebben. Buiten dat kan ik verder geen letsel ontdekken. Dan vraagt hij ineens: hoe is het met mijn vrienden? Tja, daar sta ik dan. Ik heb net de dood vastgesteld bij een van zijn vrienden. Ik heb geen idee hoe het met de andere is, daar zijn veel collega`s in een andere ambulance mee bezig. Moet ik zeggen dat zijn vriend is overleden? Ik besluit het niet te doen. Ik denk dat dit niet het juiste moment is om hem in kennis te stellen van het overlijden van zijn vriend. Ik geef als antwoord, dat ik het niet weet en dat er door collega’s naar zijn vrienden worden gekeken in andere ambulances. Ik ben hier voor hem en mijn collega’s zijn met zijn vrienden bezig. ``Dat komt later wel, ik ben er nu voor jou``. Deze vraag krijg ik onderweg naar het ziekenhuis nog een keer of 10, maar ik besluit dat ik niet de boodschapper van het slechte nieuws wil zijn en geef steeds opnieuw hetzelfde antwoord. Een situatie met alleen verliezers, 3 jonge mensen met elk een eigen leven. Een avond met z`n drieën weg waarvan er 1 niet meer thuis komt.
De hele hulpverlening word nog met alle betrokken hulpverleners besproken. Hierbij komen we tot de conclusie dat het qua hulpverlening goed ging. Helaas met een trieste afloop. Daarna melden mijn collega en ik ons weer vrij en gaan we verder met een volgende melding. De dienst is inmiddels al half voorbij. Heb ik last van een melding als deze? Uiteraard vergeet je deze situaties niet. Op het moment zelf ben je druk bezig. Achteraf denk je er nog wel af en toe aan. Het zou niet goed zijn als het niets met je doet denk ik. Maar het zit me zeker niet in de weg om mijn werk te blijven doen.

donderdag 26 april 2018

Een gespreid bed


Afbeeldingsresultaat voor bloembak tulpen
Wat hebben voetbal en alcohol gemeen? Beide kan mensen benevelen zodat ze geen idee hebben wat ze aan het doen zijn. Doe deze beide ingrediënten tegelijk in een persoon en je krijgt de meest merkwaardige uitkomsten. Afgelopen weekend heeft de bekende club uit Rotterdam de beker gewonnen wat reden is voor een feestje. (nu heb ik persoonlijk niets met voetbal, dus begrijp ook die uitbundigheid niet zo, maar dat terzijde). Op de maandag heb ik avonddienst, en de eerste de beste melding is dat er een persoon in een bloembak ligt die niet aanspreekbaar is. We kijken naar het adres en dit is heel dichtbij het stadion. Als we daar in de buurt komen zien we heel veel mensen lopen vanaf het stadion, gekleed in rood-wit. Bij de melder aangekomen zien we een merkwaardig tafereel. Een plantenbak van zo`n 2x2 meter. En midden tussen de tulpen ligt een spijkbroek en een rood-wit shirtje. De persoon die deze kleding aan heeft lijkt heerlijk te slapen. Het kost wat moeite maar uiteindelijk krijgen we deze heer wakker. Hij kan letterlijk niet meer rechtop staan. Uit zijn verhaal komt naar voren dat de winst van zijn club wel een feestje waard was. Daar heeft hij dus duidelijk gebruik van gemaakt. Op dit moment lijkt het of er meer alcohol dan bloed in zijn lichaam zit. Het is werkelijk lachwekkend om te zien hoe hij rustig in bed ligt. (een tulpenbed wel te verstaan). De collega`s van de blauwe tak bieden aan om hem thuis te brengen want lopen gaat echt niet meer.
Er zijn meer mensen die na een goede voetbalwedstrijd wel in zijn voor een feestje. Het is zondagmiddag en we krijgen een melding dat er iemand een hypo (lage bloedsuiker) zou hebben. We gaan ter plaatse en bellen aan. Op de 4e etage wordt er een deur geopend en laat een mijnheer van een jaar of 40 ons binnen. Het dubbele tong verteld hij dat zijn vriendin in de kamer ligt. Hij heeft duidelijk wat sapjes op en is erg nadrukkelijk aanwezig. We lopen door naar de woonkamer en daar ligt zijn vriendin. Volledig naakt. Op de grond en niet aanspreekbaar. Merkwaardig denk ik. Mijn collega meet de bloedsuiker en ik wil toch eens wat meer weten van deze situatie. Ik vraag aan mijnheer wat er is gebeurd. Hij vertelt dat ze naar voetbal hebben zitten kijken en daarbij flink hebben zitten drinken. Na afloop kregen ze beide een nogal grote drang om de liefde te bedrijven dus zogezegd zo gedaan. Alleen net op het moment dat ze daaraan wilde beginnen, valt zijn vriendin flauw op de grond. (stel je voor hoe dat klinkt uit de mond van iemand van Rotterdam-zuid met de nodige alcohol in zijn lichaam. “We hebben voetbal zitten kijken, daarna lekker bier gezopen. Toen wilde we gaan n….. en ineens pleurde ze om…..”). Ik kijk naar mijn collega en we moeten toch wel een beetje lachen. De bloedsuiker van de dame is inderdaad erg laag en al snel krijgen we die omhoog. Ondertussen word er weer aangebeld. Mijnheer gaat naar de deur en vraagt wie er staat. Het zijn de blauwe collega`s. Er volgt een tirade van jewelste wat die scotoe komt doen. Ik zeg dat die man met dezelfde bedoeling komt als wij, namelijk: hulp verlenen. Maar mijnheer is daar niet erg van gediend. De agent komt binnen en de situatie blijft toch nog redelijk beheersbaar. Maar een fan van de politie zal mijnheer niet worden begrijp ik… Mevrouw komt ondertussen weer bij door de toegediende glucose. Mijnheer vaart nog even tegen haar uit dat hij het niet normaal vind dat zij op het moment-supreme in elkaar zakt. Van binnen lach in hard.. Uiteindelijk hoeft mevrouw niet mee. Voor ik weg ga geef ik nog wel advies aan mijnheer. Mevrouw moet eerst eten, dan de suiker nog een keer meten. Als die goed is snel de broek uit en verder gaan waar ze mee bezig waren. Maar… niet voordat wij vertrokken zijn. Lachend lopen we naar de auto terug… Als men mij vraagt waarom ik niet in mijn eigen omgeving (Zeeland) wil werken. Hierom dus, de stad is veel te leuk.
Soms heb je een Dejavu. Ik heb avonddienst en krijg de oproep om naar een bepaald adres te gaan waar een brommer onderuit is gegaan. Onder een viaduct op die en die weg. Dat is raar, zeg ik tegen mijn collega. Dezelfde melding heb ik gisterenavond ook gehad. Ik reed toen op dezelfde auto. Het zal wel een foutje zijn. Ik roep de meldkamer op en zeg: klopt deze melding wel, want gisteren heb ik exact dezelfde melding gehad op dezelfde plek. Maar de centralist geeft aan, ja het is merkwaardig, maar weer is het raak. Op een plek onder het viaduct is er een brommer onderuit gegaan. Met volle snelheid tegen een opstaand randje gereden. Ik kom ter plaatse en zie een man liggen, ongeveer op dezelfde plaats als waar de dag ervoor de andere man lag. Het enige verschil is dat er die dag er voor enorm veel politie aanwezig was. Het betrof een bekende van de politie en ik denk dat heel politie Rotterdam op deze melding is afgekomen. Begrijpelijk, want als er een collega van mij bij een ongeval betrokken zou raken, zou ik ook alles uit de kast willen halen en de best mogelijke zorg willen geven (…).
Nu is het een willekeurige man die na een terrasbezoek op zijn brommer is gestapt om naar huis te gaan. Tja, en dat ging niet helemaal zoals het hoort. Hetzelfde randje, hetzelfde voertuig op dezelfde tijd.


woensdag 21 februari 2018

Beslissen...


In elk huishouden komt wel eens ruzie of onenigheid voor. Gelukkig klaart na een tijdje de lucht weer, maar voor sommige mensen geeft dit zoveel spanning dat ze allerlei somatische afwijkingen laten zien. Soms is dit echt, maar ook heel vaak is dit gesimuleerd. Door de jaren heen kun je steeds beter zien wanneer iemand simuleert of wanneer het echt is. Al zijn sommige mensen heel erg goed in het spelen. Dit heeft er ook wel eens voor gezorgd dat ik mezelf aardig voor de gek gehouden heb gevoeld. Het was nog tijdens mijn opleiding en werkte onder begeleiding van een collega. (deze heeft achteraf vast heel hard gelachen). Dit betrof een dame die een voorraad van een stevige pijnstilling ingenomen zou hebben. Een van het soort waar je ook erg suf van kan worden. Bij aankomst zie ik een dame op haar buik op een bed liggen. Om haar heen liggen veel lege medicatiestrips van het soort pijnstilling die ik al eerder noemde. Ik draai haar snel op haar rug en ze geeft geen krimp. Gelukkig is er wel ademhaling en voelbare pols. Mijn collega sluit haar aan de monitor waarbij alle waardes langzaamaan zichtbaar worden. Ik doe een volledige check en prik een infuus. Alle waarden die zichtbaar worden zijn goed. Haar pupillen zijn normaal. Ik spreek ze aan, schud aan haar schouder, maar geen reactie. Dan wat grover geschut. Ook na een flinke pijnprikkel (en geloof me, dat lukt me best) geeft ze geen krimp. Iets klopt hier niet. Alle waarden die we meten zijn goed, maar mevrouw reageert nergens op. Maar goed, als ze daadwerkelijk al deze tabletten ingenomen heeft is het zaak om snel in het ziekenhuis te komen. Van de politiecollega`s krijg ik een beeld wat er is voorgevallen. Nergens zijn echter pillen te vinden (ze zou ze weggegooid kunnen hebben). Dan maar snel weg hier. Zoals altijd bij zulke meldingen staan we ergens hoog in een gebouw zonder lift. Maar gelukkig is de brandweer met hoogwerker snel ter plaatse. Ik bel ondertussen het ziekenhuis met de mededeling dat ik met een intoxicatie met medicatie naar hun toe kom en dat deze dame neurologisch slecht is. Ze reageert nergens op. Met dat we de dame op de brancard tillen denk ik te zien dat haar ogen knipperen, maar ik denk dat ik het me verbeeld. Haar vriend laat ik vast in de ambulance plaatsnemen, vlak naast de plek waar haar hoofd straks ligt. Met toeters en bellen rijden we, in de spits, door Rotterdam naar het ziekenhuis. Echter, 2 straten voor het ziekenhuis word er tegen mijn been getikt. Voor ik door heb wat er gebeurd, komt de patiënt een stukje omhoog en zegt tegen mij dat ze geen medicatie heeft geslikt. Van brandend water ga je raar kijken, maar geloof me, veel gekker dan dit kan niet. Ze zegt dat ze ruzie heeft gehad met haar vriend, ja, die jongen die aan het hoofdeind zit. Deze heeft haar bedreigd en ze wilde aangifte doen. Ik vraag waarom ze dat niet in haar huis al heeft gedaan. Er stond een heel peloton aan politie, maar zij speelt een spelletje. Ik word erg boos en vertel haar op duidelijke wijze dat ik hier niet erg van gecharmeerd ben. In het ziekenhuis aangekomen zie ik alleen maar verbazing bij het personeel. Die patiënt die ik aankondigde met een EMV score van 3 (zeer lage neurologische score) zit nu pratend op de brancard. Ik ben boos en doe de overdracht. Daarna ga ik snel weg. Ik voel me in de zeik gezet en beetgenomen…
Nu, na enige jaren op de ambulance heb ik wat meer oog voor signalen wanneer mensen proberen te simuleren dat ze bewusteloos zijn. Zo ook op een zondagmiddag. Melding van een onwel wording en medicatie overdosis. Hier ligt een dame op de bank die ook nergens op reageert. Haar ademhaling lijkt snurkend en het schuim staat rond de mond. Even denk ik dat ik met een ernstige situatie heb te maken. Mijn collega kijkt me aan en zegt: zal ik vast de brancard pakken? Ik zeg, prima, dan geef ik een mayotube (buisje om de luchtweg vrij te houden) en gaan we heel snel naar het ziekenhuis. Ik verplaats mevrouw op de rand van de bank zodat we haar makkelijker kunnen oppakken om op de brancard te leggen. Op het moment dat ik even niet kijk (althans, dat denkt zij) tilt ze haar billen op en gaat wat verder op de rand liggen zodat ze langzaam van de bank zal vallen. Een heel bewuste activiteit. Ok, spelen we het spelletje zo? Ik roep gelijk: Ik vind het prima als u zichzelf op de grond laat vallen, maar reken er vooral niet op dat ik ook maar enige moeite doe om dit te voorkomen. Mijn collega zegt dat de brancard klaar staat, maar dat deze niet in de woonkamer kan komen. Ik zeg, dit hoeft ook niet want ze gaat zometeen zelf lopen. Hij kijkt me aan en ik zie hem denken, die is gek. (klein beetje gelijk heeft hij nog ook). Ik geef aan mevrouw aan dat ik alle tijd heb en net zo lang wacht tot ze vertelt wat er aan de hand is omdat ze gewoon wakker is. Heel langzaam gaan de ogen open begint ze te praten. Dit duurt wel eventjes, maar ik heb de tijd en ben absoluut niet van plan om haar spelletje mee te spelen. Uiteindelijk is ze `helder` en vertelt ze dat ze wel medicatie heeft ingenomen. Daarom besluit ik haar wel mee te nemen naar het ziekenhuis omdat ze dit blijft volhouden. Ze is echter wel zelf naar de brancard gelopen. Uiteindelijk blijkt dat deze dame hoogoplopende ruzie heeft gehad met haar zoon van een jaar of 18. Dit geeft bij sommige mensen zoveel stress dat ze in een paniekaanval belanden. Paniekaanvallen kom ik in de meest exotische vormen tegen. Dit is er een van.
Keuzes maken hoort bij ons werk. We beschikken allemaal over een dik boek met allerlei protocollen en richtlijnen. Binnen deze lijnen moeten we zelf beslissen. Uiteraard kunnen we met een telefoon wel wat hulp inschakelen. Zo kom ik wel eens tot een besluit die in eerste instantie vreemd in de oren klinkt. Als ik zeg dat ik een patiënt met een neurotrauma thuis gelaten heb en ik vertel niet waarom, zal elke ambulance collega mij voor gek verklaren. Het betreft echter een dame die onwel geworden is. Ter plaatse worden we door haar echtgenoot opgevangen. De man vertelt dat zijn vrouw ernstig ziek is en haar levensverwachting al overtroffen heeft. Elke dag is reservetijd. Over 3 weken is er weer een bezoek gepland bij haar behandelend arts, maar dat zal ze wel niet halen verzucht hij. Nu is ze die middag gevallen en met haar hoofd ergens tegen aangekomen. En nu vanavond reageert ze ineens nergens meer op. Een snelle check en een aantal controles wijzen al snel uit dat er in het hoofd iets goed mis is. De huisarts van de huisartsenpost is inmiddels ook ter plaatse. Die hoort ons verhaal aan en doet zelf nog wat onderzoeken. Ondertussen bel ik het ziekenhuis om de medische toestand van mevrouw te verifiëren. Het klopt wat haar echtgenoot heeft aangegeven. Normaal gesproken wil je met een patiënt met neurologisch letsel heel erg snel naar een ziekenhuis. Maar met haar medische gegevens in mijn achterhoofd, vraag ik me af of dat nu wel moet. Ik vraag mijnheer hoe ze gedacht hebben over de laatste levensfase. Hij geeft aan dat zijn vrouw het liefst thuis wil overlijden. Ik overleg met de huisarts en vertel dat ze in het ziekenhuis hoogst waarschijnlijk geen behandeling zullen starten gezien haar ziekte. Omdat mijnheer aangaf dat mevrouw het liefst thuis wil overlijden, stel ik voor om mevrouw in haar bed in de woonkamer te leggen en haar een afwachtend beleid aan te bieden. (als ze naar het ziekenhuis zouden gaan, wordt er een scan gemaakt en wordt ze opgenomen op een afdeling voor hetzelfde afwachtende beleid). De huisarts deelt mijn mening en kan zich hier volledig in vinden. Hij zal een overdracht maken naar de eigen huisarts van mevrouw en ik wacht nog op familie die onderweg is zodat we nog een en ander kunnen uitleggen. Het geeft een goed gevoel om deze beslissing te nemen. Het is cru als iemand terminaal ziek is en uiteindelijk aan iets anders dan de ziekte zelf overlijd. Maar in mijn optiek (en die van mijn collega’s en die van de huisarts) is dit de beste optie die we kunnen aanbieden. Gelukkig was er een echtgenoot die haar toestand adequaat kon weergeven. Soms moeten we het doen met giswerk en weinig tot geen informatie.
Zo worden we geroepen voor een reanimatie van een dame van 60 jaar. We spoeden ons naar het adres en komen aan bij een huis waar een brandweerman in burger met een reanimatie bezig is. Er loopt nog een andere dame rond, waar ik op dat moment niet erg wijzer van wordt. Ik neem de beademing over en op dat moment komt er versterking voor de massage. De dame die ik net zag blijkt iemand van de thuiszorg te zijn. Thuiszorg..? denk ik, en waarom dan. Ik zie ook een hoog-laag bed in de woonkamer. OK, deze dame mankeert iets aan haar gezondheid, maar wat. Van de dame van de thuiszorg word ik niet wijzer. Ik vraag iemand van de politie om te zoeken naar medicatie of andere informatie die van belang kan zijn. Ondertussen gaan de reanimatie gewoon door. Er ligt wel een map van een thuiszorgorganisatie, maar (zoals heel vaak) is een cryptogram oplossen eenvoudiger dan informatie in deze mappen zoeken. De tijd gaat verder en we komen aan het einde van ons protocol en mevrouw heeft nog steeds geen eigen ritme. Ik kijk mijn collega’s aan en vraag of ze er mee eens zijn dat we de reanimatie beëindigen. Ze zijn het met me eens en we besluiten dit blok van 2 minuten af te maken om daarna een ritmecheck te doen en bij uitblijven ritme te stoppen. Maar op dat moment laat de monitor piepjes horen en zie ik steeds een uitslag in mijn scherm. Jongens, ze heeft ritme! Ok, klaarmaken voor transport roep ik naar de brandweer. Ik voel in haar hals en ze heeft een heel duidelijk voelbare hartslag. Dat was op het nippertje zeg! Het heeft wel lang geduurd. Mijn collega heeft een hele stapel papieren in de handen en zegt ineens tegen mij: kijk hier eens… In een brief van het ziekenhuis staat dat mevrouw op medische gronden niet gereanimeerd dient te worden (…) Dit besluit staat officieel vast en is ondertekend. Tja, hartstikke leuk, maar het is nu al gebeurd en ze heeft hartslag. Maar eigenlijk zijn we dus bezig geweest met iets wat niet moest. Waarom stond dit niet (voorin) de map van de thuiszorg? Waarom wist de dame van de thuiszorg dit niet? Waarom staat dit niet voorop de map van de thuiszorg? Het is niet de eerste keer dat deze informatie niet beschikbaar is wanneer het nodig is. Als we een reanimatie starten gaan we niet eerst allerlei informatie opzoeken. Dat moet direct beschikbaar zijn, anders starten we altijd. Een dag later hoor ik in het ziekenhuis dat mevrouw is overleden op de IC. Een reanimatie met een dubbel gevoel. Aan de ene kant blij dat het op het nippertje toch gelukt was (al is de uitkomst na zo lange tijd slecht) aan de andere kant teleurgesteld dat dit hele circus niet had gehoeven als de informatie gewoon beschikbaar was. Natuurlijk is een reanimatie een mooi stukje werk, maar vergeet niet dat een woonkamer kan veranderen in een slagveld als er een stuk of 15 hulpverleners binnen stormen.

dinsdag 23 januari 2018

Bot gesprek...

Nachtdienst met oud en nieuw. Vaak heb je de keuze om, of met kerst, of met oud en nieuw te werken. Mijn voorkeur gaat uit om vrij te zijn met de kerstdagen en daarom heb ik aangegeven de nachtdienst met de jaarwisseling te willen werken. Voor de ambulancedienst is dit ongeveer de drukste nacht van het jaar. Je stelt je er op in en de sfeer heeft ook wel iets. Weliswaar is het qua drukte meegevallen deze keer. Weinig vuurwerk gerelateerde meldingen. Maar toch komen ze voor en niet altijd heeft het met illegaal vuurwerk te maken. Blijkbaar kan het met toegestane vuurwerkprojectielen ook fout gaan. We zijn onderweg naar een melding waar het klaarblijkelijk fout gegaan is. We worden net na 12 uur opgevangen in een smal straatje door de politie. Deze neemt ons lopend mee en al snel zien we een ravage. Ruiten kapot, glas op straat en verschillende beduusde gezichten. We moeten binnen zijn. Daar staat er een onder de douche, de ander heeft bloed in zijn gezicht. Ik vraag wat er gebeurd is. Wat blijkt, deze mensen wilden gezellig de jaarwisseling vieren. Hadden volkomen legaal vuurwerk gekocht. Op een gegeven moment een stuk aangestoken waar een stuk of 12 pijlen uit zouden moeten komen. Echter na de 3e pijl ging het mis en klapte de hele doos in een keer uit elkaar. Met als gevolg dat er bij diverse woningen complete ruiten uitgeblazen werden. De mensen die er bij stonden (gelukkig lichte) verwondingen opgelopen hebben. Uiteindelijk hoefde niet een van deze personen mee naar het ziekenhuis, maar het is een minder leuk begin van het nieuwe jaar. Dat het heel goed afgelopen is blijkt wel uit het volgende. Omdat het hard waaide, hadden deze mensen uit voorzorg een emmer zand op de straat gezet zodat het vuurwerk niet om zou waaien. Echter, door de explosie is deze complete emmer bij de buren op de bovenverdieping beland. Dit had nog veel erger mis kunnen gaan.
Verder is de nieuwjaarsnacht rustig verlopen op wat kleine incidenten na. Uiteraard iemand die te veel gedronken heeft, maar dat is geen bijzonderheid.
Nachtdiensten zijn sowieso druk. Er wordt de laatste tijd nogal wat geschreven en gesproken over de werkdruk op de ambulance. Wat mij hier het meeste aan raakt is het feit dat collega`s hierdoor in een verkeerde belichting worden gezet. Zo kopt een landelijk dagblad dat ambulance een dame van 91 jaar 5 uur laat wachten. Ik ken mijn collega`s en ik ben er van overtuigd dat er niet 1 is die een patiënt bewust zo lang laat wachten. Dit geld ook voor de mensen op de meldkamer. Echter is er een schreeuwend te kort aan ambulanceverpleegkundigen. De sluiting van ziekenhuizen en de drukte daarbinnen zorgen ervoor dat de tijden van de ambulance steeds langer worden. Een 91 jarige vrouw die 5 uur moet wachten op een ambulance is geen incident. Dit gebeurt structureel. 5 uur is lang, maar het dubbele komt ook voor. Is het onwil van mijn soort? Nee zeker niet. We zijn de hele nacht aan het rijden en dan blijven minder urgente ritten liggen. Vind ik het netjes? Nee dat zeker niet. Ik schaam me, als ik een patiënt na zo lang wachten moet ophalen. Kan ik er wat aan doen? Nee, maar ik bied wel mijn excuses aan. Ik ben er mee eens dat dit niet kan. Het is een samenloop van oorzaken. Een heel grote oorzaak is ook de zelfredzaamheid van de mensen. Waarom bel de 112 midden in de nacht als je al 3 dagen buikpijn heb? Waarom is diezelfde patiënt geagiteerd als ik hem vertel dat hij de andere dag naar zijn huisarts moet? Als feedback vanuit de ziekenhuizen krijg ik wel eens te horen dat er zoveel `niet dringende` patiënten binnen komen. Dan zeg ik wel eens: weet je hoeveel patiënten ik nog niet eens mee neem naar het ziekenhuis.
Het werk is geweldig. De vrijheid, omgang met mensen etc. Ik wil niet anders. Je komt overal. Ik ben niet amicaal, maar als er een vrouwtje van 80 is die je als het ware om de nek vliegt omdat ze zo blij is met je hulp, dan doet dat wat. Ik hou van mijn werk. Ondanks alle strubbelingen en misstanden.
Ik kom om 4 uur op zondag morgen bij een patiënt die aardig dicht bij de 100 zit qua leeftijd. Deze mijnheer die midden in de nacht uit Amsterdam is komen rijden, naar Den Haag wilde, maar op Rotterdam zuid terecht gekomen is, doet een beroep op mijn improvisatie. De betreffende man zit in een politiewagen als wij komen. Zijn auto had hij voor het gemak maar op de trambaan (wel bij een halte) geparkeerd.  Deze man was niet geheel bij de tijd gezien de antwoorden die hij gaf. Maar binnen de zorgmogelijkheden van ons zorgstelsel zit blijkbaar niemand te wachten op een oude heer die alleen maar moppen verteld en niet weet waar hij woont en waar hij is. Zet me maar op de trein gaf hij aan. En je auto dan? Tja, dat zoek ik later wel uit. Maar er rijden geen treinen op dit tijdstip. Ach, dan wacht ik toch op het perron. Maar dat gaat mij te ver. Ik heb gevraagd in een ziekenhuis of dhr daar kon blijven wachten en een kop koffie (maar thee was beter) kon krijgen. Gelukkig zijn de mensen in het betreffende ziekenhuis zeker niet de moeilijkste en kon ik dhr daar achterlaten.
Iedereen heeft vrienden. Dikke vrienden, kennissen, bekenden. De mens is een sociaal wezen en wil nu eenmaal graag soortgenoten om zich heen. Maar mensen maken ook wel eens ruzie. Dat hoort er blijkbaar bij. De ene keer hard praten en schreeuwen, dan een stevige discussie. Vervelend wordt het pas als een van de 2 gewapend is. Mocht je dan een verschil van mening hebben, kun je dat wapen gebruiken met de nodige gevolgen. We worden naar een adres geroepen waar mensen blijkbaar verbaal niet uit de discussie kwamen. Als dan regel 2 in werking gaat trek je je wapen en 0,1 seconde later heeft je tegenstander een gaatje aan de voorkant van zijn been en een aan de achterkant. Als je daar een denkbeeldige lijn tussen zou trekken zou je een stuk bot tegen komen. Als wij bij mijnheer komen, is dat bot blijkbaar verplaatst. Hoe? Ik heb geen idee, met mijn ogen lukt het nog steeds niet om door mensen heen te kijken. Gezien de hoeveelheid bloed, besluit ik om snel te vertrekken. De stand van het been maak ik me zorgen over. Dit blijkt terecht. Hoe en wat kan ik hier niet vertellen, maar mijn verwachting is dat deze persoon voorlopig geen marathon gaat lopen. Op momenten als deze ben ik altijd erg blij met collega`s van de blauwe tak. Ik ben zeer zeker niet bang uitgevallen, maar een geel shirtje is wel een heel makkelijk doel voor een potentiële schutter.


dinsdag 19 december 2017

Oudjaars terugblik

December 2017. De laatste blog van dit jaar. Tijd om ook terug te kijken. Veel ervaringen liggen achter ons. Samen met mijn collega`s hebben we veel mooie dingen gezien. Maar misschien nog veel meer verdrietige dingen. Dingen die je soms persoonlijk erg kunnen raken. Die ene melding die je nooit zal vergeten. Iedere hulpverlener heeft wel 1 of meerdere van deze meldingen. Ondertussen stroomt het emmertje met ervaringsleed steeds voller. Lukt het om af en toe een beetje over te laten hevelen zodat hij niet gaat overstromen? Of gaat dat emmertje overlopen binnen mijn carrièretijd? En dan? Gelukkig zien we ook mooie dingen in dit vak! Ook ga je dingen vergeten. Soms schrijf ik wel eens een aantekening van een gebeurtenis. Als ik deze later lees, kan ik soms de details niet eens goed voor me halen. Maar goed ook denk ik. Ik wil geen sentimenteel verhaal ophangen, maar met alles wat je ziet, schieten soms wel eens dingen door je hoofd. Dan rijden we door de stad en is hier die plek waar dit gebeurd is en daar heb ik dat gedaan. Hoe zou het zijn met die mijnheer? En die andere dame die ik heb weggebracht naar het ziekenhuis? Hoe gaat het met die kinderen in dat gezin waar ik een `veilig thuis` melding van gemaakt heb? En die dame die thuis woonde maar eigenlijk in een verzorgingshuis thuis hoort? Als ambulancedienst ben je een kleine schakel in een groot systeem. Je ziet mensen maar even. Soms val je midden in het privéleven van een wildvreemd iemand. De meeste van deze mensen ben je een uur later al weer kwijt. Een enkeling kom je later nog wel eens tegen.
Ik begin mijn dienst op een morgen en word naar een adres gestuurd waar een dame is gevallen en niet meer overeind kan. Het is vroeg in de morgen. Om 6.30 ben ik begonnen met mijn dienst. Voor mij betekent dit midden in de nacht. Ik ben niet zo van de dagdiensten en al helemaal niet om die tijd. Maar goed, we gaan onderweg en komen in een huis waar een dame is gevallen. Ze is wakker geworden en wilde naar het toilet. Ongelukkigerwijs greep ze mis bij de deur en kwam ze ten val. Ze heeft enorm veel pijn in haar bovenbeen en kan deze niet meer bewegen. Van ons krijgt ze pijnstilling en gaat ze mee naar het ziekenhuis. De foto laat een lelijke breuk zien waar ze lang zoet mee zal zijn.
Een andere melding betreft op de begraafplaats. Een merkwaardige melding, omdat het eigenlijk nog te vroeg is voor een uitvaartdienst. Onderweg worden we bijgepraat. Er is iemand gevallen en kan niet meer lopen. We gaan ter plaatse en treffen een man aan zittend op een grafsteen. Hij wilde even langs het graf van zijn recent overleden vader. Het is koud en glad buiten. Op de plaats waar hij zijn overleden ouders bezoekt is hij gevallen en heeft pijn in zijn heup. Hij heeft zich van het pad weten te slepen en een buurman gebeld. Ook deze man krijgt pijnstilling en nemen we mee naar het ziekenhuis op verdenking van een breuk. Heb ik een leven gered? Nee zeker niet! Maar wel iemand kunnen helpen waarbij zelfzorg op dat moment te kort schiet. Voor mij maakt mijn werk leuk dat ik op alle plaatsen kom. Daarbij soms geholpen door andere disciplines.
Soms is comfort bieden genoeg. Als ik een dame moet overplaatsen van de huisarts naar het ziekenhuis zie ik bij binnenkomst een dame kronkelen op de onderzoekstafel. Pijnscore 10. De huisarts krijg ik niet te spreken, maar van de assistente krijg ik een briefje met overdracht en de mededeling dat pijnstilling al even geleden is gegeven. Daar is echter weinig van te merken. Aangezien het 20 minuten rijden is naar het ziekenhuis, besluit ik wat meer pijnstilling te geven. Ik zeg tegen de dame dat ze op de brancard moet gaan liggen en dat ik een infuus ga prikken waarbij ze meer pijnstilling krijg. Dit hoort de huisarts (die blijkbaar toch aanwezig was). Deze komst met grote stappen aanlopen en zegt tegen mij: ik hoor dat je fentanyl gaat geven? Dat is niet de bedoeling want ze moeten de buik beoordelen in het ziekenhuis en als ze geen pijn heeft kan dat niet. Een rare redenatie vind ik. Ik geef aan dat we een stuk moeten rijden en de vrouw verre van comfortabel is. De huisarts blijft bij zijn punt. Ik zeg tegen de dame die inmiddels op de brancard ligt dat we eerste naar de ambulance gaan en ik daar meer pijnstilling ga geven. Ik ga niet met iemand met zoveel pijn 20 minuten in de auto zitten. Dat is anno 2017 niet nodig. Als ze dan de buik niet kunnen onderzoeken, wachten ze in het ziekenhuis maar tot het is uitgewerkt. De overweging van de huisarts begrijp ik niet en wil ik ook niet begrijpen. Iemand die ligt te rollen van de pijn heeft absoluut recht op pijnstilling. Daar kan geen beoordeling tegen op. De dame in kwestie heeft de rit redelijk comfortabel kunnen maken. Ze is wel wat suf geworden van het spul, maar dat vind zij (en ik) minder erg dan zoveel pijn. En bij de overdracht in het ziekenhuis heb ik maar gezegd dat ze even geduld moeten hebben.
Gevallen mensen komen veel voor in het werk. Ook hier krijgen we weer een melding dat er een dame is gevallen en niet naar de deur kan. Ga maar even kijken wat er aan de hand is. Het is net na twaalven in de nacht van zondag op maandag. Ik denk het meest rustige moment van Rotterdam. Het is stil buiten. We moeten boven in een grote flat zijn. We bellen een paar keer aan op het betreffende nummer, maar de deur word niet geopend. Dan maar bij een buur bellen om de portiekdeur te openen. Al spoedig staan we op de galerij boven in de flat voor een donker huis. De deur zit dicht en lijkt goed op slot te zitten. Met een lamp schijn ik naar binnen tussen de lamellen door. Ik zie 2 benen en heel veel bloed. De benen bewegen gelukkig. Ik wil echter wel naar binnen, en liefst een beetje snel ook, maar zij kan zelf de deur niet openen. Ik vraag assistentie van de politie die een speciale sleutel heeft waarmee elke deur open kan. Het duurt even want deze deur geeft niet bepaald mee. Met veel gedreun en kabaal word de deur een stukje bij beetje open gemaakt. In de 2 tegenoverliggende flats gaan steeds meer lichten aan. Ook komen er steeds meer buren kijken wat er aan de hand is met die herrie. Als ik binnen kom lijkt het een slagveld. Mevrouw is aanspreekbaar en geeft aan een drankje gedaan te hebben. Ik vraag hoe laat dat was. Ooh zegt ze, ik ben vanmiddag om 2 uur naar een restaurant gegaan en daar was het gezellig. Daarna ben ik met de tram naar huis gegaan en nu lig ik hier. Het is nu 1 uur in de nacht. Een grote wond aan haar hoofd heeft er voor gezorgd dat de vloer in huis rood gekleurd is. We nemen haar mee naar het ziekenhuis. Daar blijkt ze diverse letsels te hebben. Onderweg verontschuldigd ze zich steeds dat wij voor haar moesten komen. Als ze kon lopen had ze zelf wel naar het ziekenhuis gegaan. Ik geef aan dat ik geen sorry wil horen en dat het maar goed is dat wij haar vervoeren. Ik raad haar af om in de spiegel te kijken op dit moment. De kapotte deur wordt gerepareerd en waarschijnlijk zit er al een nieuwe in voordat zij uit het ziekenhuis is ontslagen. Wat een contrast bedenk ik me. Hoeveel mensen bellen een ambulance voor het gemak. En deze dame, die zeker recht op een ambulance heeft, zit zich steeds te verontschuldigen.
De zorg verandert. De druk op de ambulancediensten wordt steeds groter. Het aantal ambulanceritten in Rotterdam gaat dit jaar over de 120.000 heen. Aan de andere kant zijn er veel te weinig ambulances beschikbaar door personeelsgebrek. Veel oorzaken worden gegeven. Heel creatieve oplossingen worden bedacht. Ik zie het echter als noodsprong. Een aantal dingen wil ik er wel uitlichten. Ten eerste bellen mensen veel laagdrempeliger een ambulance. Het is niet overdreven als wij een patiënt moeten ophalen die met zijn jas en tas klaar staat te wachten. En dan ook nog zonder rood te worden durft te zeggen dat hij de bus of de taxi te duur vind. Een ambulance zit toch in het verzekeringspakket? En een taxi moet ik zelf betalen.  Iemand die gevallen is en een wondje aan zijn kin heeft. Daar bel je toch een ambulance voor? Dat de patiënt gewoon aanspreekbaar is en geen klachten heeft behalve een hechtwond aan zijn kin doet niet ter zake. Als je dan vertelt dat hij zelf naar de HAP kan is de vraag hoe hij er moet komen. Nou, heb je geen ouders. (jongeman was 18 jaar). Ja wel, maar die slapen. Nou dan moet je die maar even wakker bellen denk ik. Ik zal de HAP bellen dat je er aan komt. Ja, maar mijn moeder gaat dat niet fijn vinden. Tja, dat is een ander verhaal. Koop morgen maar een bloemetje voor haar.
Zorgverleners dekken zich ook steeds meer in. Hoe vaak word een ambulance besteld door een huisarts waarbij de ambulance indicatie volledig gemist word. Algehele malaise is vervelend. Maar als het een week aan de gang is, alle parameters goed zijn, de patiënt mobiel is, begrijp ik niet waarom iemand met een ambulance naar het ziekenhuis moet. Soms vraag ik er naar bij de patiënt. Tja ik wilde wel zelf, maar de dokter bood het zelf aan om een ambulance te sturen… Natuurlijk waarom ook niet. Mensen, neem je verantwoordelijkheid, een ambulancedienst is een acute dienst een geen taxibedrijf. Als je pijn in je buik heb, midden in de nacht, kun je gerust naar de huisarts. Ja maar die is op vakantie. Ten eerste werken we in Nederland al een jaar of 20 met een huisartsen post. Daarnaast heeft iedere huisarts een vervanger voor de tijden dat die er niet is. Ooh u neemt me niet mee naar het ziekenhuis? Nee, op dit moment zie ik daar geen rede voor.
Een grote toename van het aantal ritten is mijns inziens de fusie van diverse ziekenhuizen in de regio. Daarbij worden sommige SEH`s (deels) gesloten. Waar eerst 2 SEH`s waren in 2 ziekenhuizen. Zijn er nu 2 ziekenhuizen met 1 SEH. Het gevolg is dat er een groot aantal van de patiënten die beoordeeld zijn op  een SEH overgeplaatst moeten worden naar de andere locatie van het ziekenhuis. Kostenbesparing van het ziekenhuis, maar dat logistieke probleem leggen we gewoon bij de ambulancedienst. Als patiënten dan lang (lees: uren) moeten wachten omdat er geen ambulance beschikbaar zijn, is het omdat de ambulances te weinig capaciteit hebben. Ik denk dat het een afschuiving van een probleem is door ziekenhuizen naar ambulancediensten.
2017: veel gebeurd in de regio. Ook meldingen waar de betrokkenheid groot was of heel dichtbij kwam. Maar alles bij elkaar denk ik toch dat ik de mooiste job ter wereld heb. Ik ga met veel plezier naar mijn werk en heb een fijne groep collega`s. Samen maken we er ondanks alle onrust en drukte een mooie baan van. Een beetje onrust hoort ook bij dit werk. Iedereen die moet werken met de feestdagen, succes. Zelf ben ik aan zet in de nacht tijdens de jaarwisseling.
Ik wens iedereen goede feestdagen, een goede jaarwisseling en een gezond en veilig 2018 toe!


Henk

zaterdag 21 oktober 2017

Tijd heelt wonden

Mijn vorige blog stond in het teken van het ongeval van een collega waarbij ikzelf betrokken ben geweest. Veel stof gehad tot nadenken. Het heeft een litteken gevormd welke blijft. Deze melding zal ik nooit vergeten. Maar door alle drukte en andere dingen die je meemaakt ben je er niet meer dagelijks mee bezig. Het praten met collega`s en andere mensen, evenals alle reacties hebben geholpen alles een plekje te geven. Waarvoor enorm bedankt! Soms heb je met collega`s net even een wat langer gesprek over sommige situaties.
Als voorbeeld zat ik tijdens een dienst met een collega op de bank. Op een gegeven moment zei hij tegen mij: wat een bizar werk hebben wij eigenlijk. Dingen die voor andere mensen traumatisch zijn of op zijn minst grote impact hebben, lijken voor ons normaal te zijn. Bij een `gewone` reanimatie ben je anderhalf uur later vaak al weer met iets anders bezig. Dit wil niet zeggen dat situaties helemaal niets met ons doen. Echter komt het spreekwoord: `tijd heelt alle wonden` ook hier om de hoek. We zaten samen wat situaties op te noemen die we meegemaakt hebben. Ik betrapte me zelf er op, dat ik af en toe zei: Ooh ja, bizar, dat heb ik ook nog gehad inderdaad. Dan gaat het over situaties waarvan je denkt dat je ze nooit vergeet. Maar als je een jaar verder bent, je niet eens alle details weet te herinneren. Nu is het echt niet zo dat je op de ambulance alleen maar `erge` dingen meemaakt. Ik probeer me desondanks altijd in te leven in de situatie van de patiënt. Soms moet ik me daar bewust toe zetten. Als iemand een ongeval heeft met de auto, waarbij de schade alleen materieel is, moet je wel eens oppassen om niet te bagatelliseren. Voor het slachtoffer kan dit wel enorme impact hebben.
Waarom sommige situaties wel blijven hangen in het brein? Een casuïstiek met kinderen heeft vaak veel impact waardoor je er best wel even van slag van kan zijn. Vaak is de situatie er omheen bepalend waarom iets blijft hangen.
Ik rij met mijn collega door de regio als we een melding krijgen van een reanimatie. Al rijdend krijgen we meer informatie. Collega’s zijn al aanwezig dus je bent 2e auto. Het betreft een zelfdoding. Slachtoffer is 15 jaar. Shit (…) Wat is daar aan de hand? Ter plaatse komen we terecht op een zolder waar onze collega`s een reanimatie zijn gestart van een persoon van 15 jaar. De reanimatie gaat technisch gezien goed, waardoor we kunnen doen wat nodig is. Beetje bij beetje komt het verhaal naar boven wat er is gebeurd. Uit school gekomen, huiswerk gaan maken, tegen etenstijd door de vader aangetroffen op zijn kamer. Helaas heeft al onze inspanning niet het gewenste resultaat en is het slachtoffer overleden. We worden terug gehaald naar de post om even een kop koffie te drinken. Even een moment om alles op jezelf te laten inwerken. Tijdens de reanimatie ben je zo technisch bezig dat je jezelf afsluit voor emoties. Maar later spelen er vragen door mijn hoofd. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wat voor leven heeft deze tiener gehad? Wat is er allemaal gebeurd om tot deze daad te komen? Hoe wanhopig moet je zijn geweest om zo ver te komen? Zelfdoding komt veel voor. Maar zeker een tiener hoort daar helemaal niet mee bezig te zijn. Een voorbeeld van een situatie die je niet vergeet maar wel slijt door de tijd. Ik ben niet dagelijks met deze dingen bezig, anders zou ik dit werk niet kunnen doen. Ik heb mooi werk, leuk werk en het vooral erg naar mijn zin. Maar hoe bizar zijn sommige situaties.
Een ander voorbeeld die ik al weer bijna vergat. Ergens in de havens van Rotterdam zitten op een rustige avond 2 mensen te vissen. Het is weekend, dus een paar uurtjes ergens in de Botlek zitten op een doodlopende weg moet het ultieme gevoel van rust geven. De weg is doodlopend en stopt 20 meter voor het water met een rotonde. Deze 2 heren zitten rustig naar hun dobber te turen als een auto aan komt rijden. De auto heeft hoge snelheid en lijkt geen vaart te minderen. In de auto zit een bestuurder en zijn bijrijder. De auto klapt zonder te remmen op de stoeprand, vliegt door de lucht om een meter of 30 verder in de Maas te belanden. De vissers hebben het allemaal zien gebeuren en als ze van de eerste schrik zijn bekomen bellen ze 112. De auto verdwijnt al snel onder water met de inzittenden er in. De hulpverlening wordt groots opgezet en al snel krioelt het van brandweer, politie en ambulances. Ik begin net aan mijn dienst als ik er ook naar toe gestuurd word. Als ik ter plaatse kom, hebben de duikers van de brandweer het eerste slachtoffer bijna uit de auto. Op de wal staat alles klaar voor een reanimatie. Uiteindelijk worden beide slachtoffers uit de auto gehaald en beide gereanimeerd. Het ene slachtoffer leek nog baat te hebben bij de reanimatie maar uiteindelijk zijn ze beide overleden. Met je collega`s praat je even bij. Waarom rijdt een auto zonder te remmen het water in? Vragen die niet beantwoord worden. Maar wel een bepaald beeld geven.
Een andere melding van zelfdoding betreft een mijnheer op het station. Een man op hogere leeftijd die geraakt is door een langsstormende intercity. Getuigen hebben verklaard dat deze man vanuit het niets over het perron rende en tegen de zijkant van de trein gesprongen is. Wat is de reden dat hij tegen de trein sprong? Een halve seconde eerder en hij had voor de trein op de rails gelegen. Was dat zijn oorspronkelijke bedoeling? Een intercity die met 140km/h langs komt stormen. Deze man is er slecht aan toe. Hij word nog wel naar het ziekenhuis gebracht met hartslag en ademhaling. Maar de wonden aan zijn hoofd zijn weinig hoopgevend. Later blijkt dat deze man is overleden aan zijn verwondingen.
Enkele voorbeelden van situaties die heftig zijn. En waar je nog even over praat met collega`s. Echter, wanneer je een jaar verder ben, kun je deze situaties niet eens altijd meer voor de geest halen. Terugkomend op het gesprek met mijn collega. We maken inderdaad rare en heftige dingen mee. Zijn wij supermensen? Zeker niet! Zijn wij anders dan anderen? Ook dat niet. Ook wij hebben gewoon een thuissituatie met een partner, gezin of welke privé situaties dan ook. Thuis ben ik gewoon de vader van mijn drie kinderen. Sta ik `s morgens op het schoolplein om mijn kinderen weg te brengen, diezelfde middag sta ik bij iemand in de woonkamer, slaapkamer op kantoor of waar dan ook. Dat maakt het werk zo mooi. De afwisseling. De ene keer fysiek heel druk bezig. De andere keer een luisterend oor. Een zeker zo belangrijk aspect van het vak. Ik voel me geen held, ik wil ook helemaal niet de held uithangen. Ik krijg ook gewoon betaald voor mijn werk wat ik zelf heb gekozen. En wees eerlijk: als je op de ambulance zit, hou je ook van een dosis sensatie. Om de humor niet te vergeten. We hebben ontzettend veel lol met elkaar en soms ook met de patiënt. Ooit heb ik in het ziekenhuis een lezing gevolgd met als thema: humor als verpleegkundige interventie. Ik ben voor! Het breekt de spanning. Natuurlijk moet de situatie zich daarvoor lenen, maar dat voel je snel genoeg aan.

Soms ie het ook gewoon fijn om een slachtoffer in je ambulance te kunnen nakijken met gesloten deuren. Zonder (nieuwsgierig) publiek, zonder camera`s en zonder de beste adviezen. Ik heb bewondering voor mijn collega`s op de zorgambulance. Ze komen (bijna) niet bij reanimaties, ze komen niet bij ongevallen. Maar ze zijn wel een luisterend oor voor al die mensen die ze moeten vervoeren. Al die patiënten die hun verhaal kwijt moeten na het bezoek aan de dokter, na de bestraling of na een andere behandeling. Meestal in het teken van een ziekte of thuissituatie. Ja, dat is heftiger dan een gebroken onderbeen of een pols…