maandag 17 februari 2020

De foto met de scheur...

Roerloos ligt het op tafel. Alsof het slaapt. oogjes dicht. Mooie krullen. Haar huid wat lichter dan gewoonlijk. Onwerkelijk. Om haar heen allemaal spullen die stil getuigen van de tragedie die zich hier zojuist heeft afgespeeld. De nachtmerrie van elke ouder. De schrik van iedere hulpverlener. De melding waarop iedere chauffeur iets harder gaat rijden. De melding waarbij de adrenaline van de verpleegkundige nog wat hoger zit. Waarbij je 3x vraagt of we er al bijna zijn. En waarbij je vooral hoopt dat het niet waar is. (omdat het gelukkig bij veel van deze meldingen niet waar is en wat anders blijkt te zijn).
Als je pieper gaat, net voordat je dienst afloopt, baal je aanvankelijk. Jammer, weer overwerk. Maar gelijkertijd kraakt de portofoon: jongens, kinderreanimatie. Shit, het zal toch niet, denk je. Het is vlakbij de post en we zijn er dichtbij. De melding in het scherm doet de hoop (dat het misschien iets anders is) vervagen. 
Je denkt niet meer aan tijd. Je denkt niet meer aan overwerk. Je vraagt ja alleen af: wat ga ik aantreffen en wat is er gebeurd? En laten we hopen dat we succes hebben zometeen. 

Als we de straat inrijden pak ik spullen en ren naar de betreffende woning. In de deuropening komt moeder me tegemoed. Op haar armen een (te) slap kindje. In 1 oogopslag zie je, dit is niet goed. De blik in de ogen van die moeder ga ik nooit vergeten. De angst, de wanhoop, maar ook hoop omdat wij er aankwamen. De mensen in het geel en groen die professioneel  zijn. Die weten wat ze moeten doen. Die zo rustig blijven. Ik heb mijn handen vol dus zeg tegen haar: leg het op de eettafel. Daar hebben we ruimte, licht en overzicht. 
We starten een reanimatie op. Bij volwassenen komt dit vaak voor en daar doe je het soms bijna met automatisme. Maar dit is raar. Te klein, het kan niet. We worden al heel snel bijgestaan door collega's van een andere ambulance. Ook andere disciplines (politie, brandweer etc) melden zich en vragen of ze wat kunnen betekenen. Ik ben enorm blij dat ik op een gegeven moment de OVDG (officier van dienst) ter plaatse zie. Deze begeleid de ouders op een hele mooie en nette manier! Voorziet ouders van informatie zonder ze valse hoop te geven. Ik zie een burger die in de buurt woont. Ik herken hem omdat hij als professional in een ziekenhuis werkt. Ik vraag hem te blijven, want zijn kennis kan ik misschien wel gebruiken.  
Ook het MMT komt ter plaatse. Ik ben blij ze te zien. Met z'n allen zijn we bezig. Hard bezig. Er word weinig gepraat, maar des te meer word er gewerkt. Het is bijna stil in de kamer terwijl we bezig zijn. De tijd loopt door. Elke minuut dat we bezig zijn, maakt de kans op succes kleiner. Elke minuut dat we bezig zijn maakt de realiteit harder. We overleggen met elkaar wat we nog kunnen doen, maar we hebben geen opties meer. We zijn een uur bezig en de kans op slagen is nihil.
We komen steeds dichter bij het onvermijdelijke moment. Het liefst stel je dat nog even uit. De ouders die, ondanks dat ze het eigenlijk al weten, hoop hebben. Want we zijn nog bezig. Hun kindje wat alleen maar een griepje had. Die ze gewoon, zoals elke ouder zou doen, in bed gelegd hebben. De ouders die 2 uur later hun kindje overleden in bed hebben aangetroffen. 
We overleggen met elkaar en laten de ouders bij het hoofd zitten op het moment dat we gaan stoppen. Dat moment dat je je spullen neerlegt. Dat je daadwerkelijk stopt met de reanimatie. 
Ik zie 2 volwassenen staan. Nee, ik zie 2 volwassenen breken. Het word me even teveel. Ik doe een stap terug. Ik zie even troebel. De moeder die haar kind bij naam roept en zegt dat het wakker moet worden. Wat zou ik graag willen dat het sliep. Wat zou ik willen dat ik het allemaal verkeerd gezien heb en dat ze haar ogen opent. Dit is het 2e moment die ik niet vergeet. Dat intense verdriet. 
Ik zie het beeld van mijn eigen dochter die de dag ervoor 3 geworden is. Een jaartje ouder als dit kindje. Mijn dochter die trots op haar nieuwe fietsje rondreed. Een lach van oor tot oor. Je moet er toch niet aan denken dat....
We hebben gedaan wat we konden. Daar ben ik van overtuigd. Dat hebben we ook tegen elkaar uitgesproken. Qua hulpverleningen liep het goed. De samenwerking was goed. Maar helaas heeft het allemaal niets uit mogen maken. 
Ik kijk de kamer eens rond. Een grote foto met 2 gelijke kinderen. Een van deze 2 ligt hier op tafel. Een mooi kindje...  
We geven de ouders het kind in de armen. Ze houden het vast. We praten nog met deze mensen. Ik hoor de moeder vragen: waarom?  Aan tijd word niet gedacht. Dat maakt ook niet uit nu. Uiteindelijk moeten er ook wat noodzakelijke procedures afgerond worden. We verlaten het huis en laten de verslagen ouders achter.
Terug naar de post. De ambulance weer in orde maken. We bespreken deze inzet met elkaar. Tja, je bent professional. Maar meldingen als deze hakken er in. Die komt op het lijstje die je nooit vergeet. 
Gelukkig kunnen we er als collega's goed met elkaar over praten. Soms zijn we net familie. Later ook nog met betrokken collega's gesproken. Voor mezelf heel waardevol! Iedereen heeft een 'vergeet-ik-nooit' lijstje. Iedereen weet hoe heftig deze meldingen zijn. 
Thuis gekomen is het al ver na middernacht. Mijn vrouw is wakker. (ik had al kort gemeld dat ik veel later thuis zou zijn en waarom). Ze wacht me op en we praten samen. Wat fijn om op deze manier opgewacht te worden. Ik loop langs mijn kinderen. Nog een knuffel hier, nog een aai daar. Mijn dochter die vredig ligt te slapen. Wat een verschil. Ik luister een poosje naar haar ademhalen. Dat zachte geluid. Dat mistte ik daar. 
Je weet dat je meldingen als deze kunt krijgen met je werk op de ambulance. Niet ik, en niet een andere collega vind deze ritten fijn. Je moet er niet teveel van krijgen. 
Het houd je even bezig. Mijn eigen dochter werd die week ziek. Een gewone griep. Koorts en onrustig. Ze heeft bij mij in bed geslapen. Ik kon het niet, om ze in haar eigen bed te leggen. Dit was enkele dagen na de reanimatie. Op een gegeven moment ga je relativeren. Dan ben je het  kwijt en ga je gewoon weer verder. Je denkt er minder aan en ben er niet meer zo mee bezig. Maar vergeten zal ik het  nooit. 
Enkele weken na deze melding heb ik samen met mijn collega een gesprek gehad met de ouders. Een fijn gesprek. Dat wel. Wat er besproken is doet er niet toe. Maar een ding sprong er uit. Ze wilden ons nog bedanken. Tja, natuurlijk is het fijn om te horen dat de ouders het idee hebben dat je alles heb gedaan. Maar hoe schril klinkt een bedankje tegenover de lege plek in hun gezin.
Ik ga in gedachten even terug naar die grote foto boven de tafel. 2 gelijke kindjes op een grote foto. Een mooie foto, maar nu met een hele grote scheur....

zaterdag 8 februari 2020

Ingebroken en gestolen...

A1 melding. Iemand heeft 112 gebeld omdat hij zich zorgen maakt over zijn broer. Zijn broer had hem gebeld omdat hij zo benauwd was. En omdat de melder zich zorgen maakt, belt hij 112. Wij gaan met deze informatie onderweg en spoeden ons naar het opgegeven adres. Het is midden in de nacht en de straten zijn zelfs voor Rotterdamse begrippen erg leeg. Bij het adres aangekomen zien we door de gordijnen dat er op het opgegeven adres licht brand. Dit zou dan best kunnen kloppen. We pakken onze spullen en bellen aan. We wachten een poosje en bellen nog eens. We gluren door de brievenbus maar zien of horen niets. Geen enkel geluid. Vreemd, denken we beide. Een oproep naar de meldkamer of het adres wel klopt. En ja, dit klopt zeker. Apart, krijgen we te horen, want we hebben mijnheer zelf ook nog aan de telefoon gehad. Hij klonk toen heel erg benauwd. 'We sturen de politie mee om de deur te openen'. (Een deur openen is een handeling die juridisch gezien enkel door de politie gedaan mag worden).
Ik kijk mijn collega aan en we denken allebei hetzelfde. Hier klopt iets niet. We maken zelf die deur open. Ik roep naar de meldkamer dat ik niet op de politie wacht maar dat we het niet vertrouwen en dus zelf de deur maar openen. Aangezien we allebei geen ervaren inbrekers zijn, gaat dit met de nodige herrie. Het verbaast ons dat er geen buurtbewoners komen kijken. Maar als mijn collega een aantal keren zijn schoenen in contact heeft gebracht met de deur, geeft deze op en schiet krakend open. Tegelijkertijd vallen er spullen om die achter de deur stonden opgeslagen. We kunnen die net ontwijken. We lopen naar binnen en de eerste de beste kamer die ik in loop staat een bed. Half op en half naast het bed ligt een man die nergens op reageert. Het gevoel van 'er klopt iets niet' word hier ernstig bevestigd. Want aangezien een hart bij iedereen hoort te kloppen, is het hart van deze man daarmee gestopt. Hij klopt niet... Het delay kan echter niet groot zijn, dus moeten we een reanimatie opstarten. Echter komen we voor het volgende dilemma. De man zit blijkbaar in een verhuizing. Er is in de hele woning geen vierkante meter beschikbaar om een reanimatie op te starten. En aangezien reanimeren op een bed niet effectief is, roep ik naar mijn collega: kom op, we pakken hem op en leggen hem buiten. Dan maar op de stoep reanimeren. Zo gezegd, zo gedaan. Ik roep naar de meldkamer dat we een reanimatie starten en dat ik daarom wat hulp nodig heb van collega's van de ambulance en brandweer. We zijn net een paar minuten bezig met de BLS als de politie aankomt. Die staan even perplex. 'Wij komen om een woning te openen en nu zitten jullie hier te reanimeren op de stoep'. Tja, dat is even schakelen, maar we kunnen je hulp heel goed gebruiken. Tijdens de reanimatie vertel ik dat we het niet vertrouwden en daarom niet gewacht hebben. Ons gevoel is juist gebleken en zodoende is de situatie anders dan verwacht. Er komt inmiddels nog meer hulp van collega hulpverleners. Na een tijdje heeft de patient weer een eigen hartslag en circulatie en we brengen hem met spoed naar het ziekenhuis. Reanimatie geslaagd. Hoe het met de patient gaat weet ik niet. En of de deur al gemaakt is, ik heb geen idee. Een kloppend verhaal wat toch niet klopte.

Oudere mensen kunnen soms je hart stelen. Dat blijkt als we gestuurd worden naar een adres om naar iemand te gaan die niet lekker is. Echter was het verhaal erg warrig, dus als jullie willen gaan kijken. Natuurlijk gaan we een kijkje nemen. Aangekomen op het adres word de deur open gedaan door een dame die nog maar enkele zuchten verwijderd is van de leeftijd van 100. We komen binnen en mevr vertelt dat ze het niet meer weet. Mijn collega (vpk in opleiding) doet een anamnese en ik kijk ondertussen de kamer eens rond. Ik zie enkele tekenen die er op wijzen dat mevr wel eens vaker dingen vergeet en geheugensteuntjes nodig heeft. Mevr vertelt dat ze het niet meer weet en vraagt wat wij komen doen. Verhalen van vroeger komen naar boven afgewisseld met opmerkingen dat ze het niet meer weet. Ze lijkt besef van het hier en nu even kwijt te zijn. Vol vuur vertelt ze over haar vroegere leven en heel enthousiast over haar zoon. Tja, wat moet ik met deze dame. Medisch gezien hoeft ze niet mee. Maar in haar verwarring kan ik haar zo niet achter laten. Wat een schat denk ik. Een enkele keer hebben mensen ongemerkt je hart al gestolen. Deze dame is er 1 van. We leggen contact met de zoon en die belooft direct te komen. En inderdaad is hij na 10 minuten gearriveerd. Vervolgens zie ik een bezorgdheid die me een rilling geeft. Een zoon die enorm veel om zijn moeder geeft. Bijzonder gewoon. Ook moeder reageert heel liefdevol naar de zoon. De schoondochter net zo.
Tja, moeder is oud, woont al haar hele leven jn dit huis. Die wil je toch niet in en verpleeghuis hebben. En ja, ik ben enig kind, het kost heel veel inspanning en tijd. Maar dagelijks komen we minimaal 3x langs. Koken eten voor haar en houden haar in de gaten. Ze heeft een directe telefoonlijn zodat we gelijk kunnen komen als er wat is. Waarom ze nu 112 gebeld heeft is niet helemaal duidelijk.
Ik voel warmte in de moeder-zoon relatie. Ik heb oprecht bewondering en respect voor deze mensen. Als ik dat uitspreek, reageert hij: tja dat is toch normaal, het is je moeder. Ja man, je heb inderdaad gelijk, maar ik moet zeggen dat ik dit heel weinig zie. Natuurlijk weet ik wel dat er heel veel omstandigheden zijn die dit mogelijk moeten maken. Maar nogmaals, respect voor deze man. Moeders bied voor de zoveelste keer haar welgemeende excuses aan voor het onnodig bellen van 112. Maar dit wimpel ik weg. Wat een schat van een vrouw. Zulke ritten vervelen niet. Ze heeft mijn hart gestolen....

woensdag 4 december 2019

Een bloedbaan


Soms kom je in situaties waarbij de patiënt veel bloed heeft verloren. Dit ziet er altijd erg dramatisch uit, terwijl het achteraf soms best mee blijkt te vallen. Hier heb ik wel eens eerder wat over geschreven. Echter blijft het altijd een bijzonder aanblik. Ik heb nachtdienst en zit op de bank een beetje ja te knikken. De nacht is nog jong, en ik denk er over na om op standje horizontaal te gaan omdat mijn hoofd toch wel wat zwaar blijkt te worden. Ineens ben ik klaarwakker als het geluid van de portofoon mij terug brengt in de werkelijkheid. Oh ja, ik was aan het werk. A1 naar dit en dit adres. Ik lees de melding en het gaat over een man die zelf gebeld heeft omdat hij een wond aan zijn been heeft en bloed verliest. Tja, zo`n melding kan betekenen dat iemand een schaaf wond heeft, maar ook taferelen richting een amputatie zijn mogelijk. We gaan wel kijken. Door de meldkamer worden we geïnformeerd dat de achterdeur van de woning open is en we daar naar binnen kunnen.

We rijden door de donkere en verlaten straat. Bij de woning aangekomen lijkt er binnen een klein lampje te branden. Ik loop via een stikdonkere achtertuin naar de deur. Als ik deze open doe is het eerste aanblik alsof er een slachting heeft plaatsgevonden. Midden in al dat donkerrode levensvocht staat een oude man. Tranen lopen over zijn wangen en hij verzucht: Help me. Het feit dat de man nog staat is in die zin positief dat hij nog bij kennis is, wat gezien de hoeveelheid bloed al een wonder is. Snel zet ik de man op een stoel en kijk naar zijn been waar bloed uit een heel klein wondje stroomt. Nog geen minuut later zit daar een drukverband op en `staat` de wond. Zo, nu heb ik wat meer tijd om te achterhalen wat er heeft plaatsgevonden. Mijnheer, nog steeds in tranen, vertelt dat hij een leuke dag had. Het is zijn verjaardag en hij heeft visite gehad. Maar deze zijn net weg en hij wilde naar bed gaan. Maar opeens is het wondje (die hij al een poosje heeft) gaan bloeden. En niet zomaar een beetje, de hele keuken ligt vol met bloed. Als ik verder kijk, ligt er in de hal ook nog een hele grote plas bloed. Mijnheer is alleenstaand en al aardig op leeftijd. Ik zeg dat ik hem mee ga nemen naar het ziekenhuis. Ik vraag of ik iemand kan bellen. Bijvoorbeeld de visite die net weg is. Waar wonen die, Vraagt ik. Eeh, in Groningen. En hoe lang zijn ze weg? Tja ze zijn om 8 uur vertrokken. Ooh, die liggen dan al op bed aangezien het nu 01.00 uur is. Dan maar iemand anders.

Ik kijk naar het slachtveld en bedenk dat ik dit ook niet zo achter kan laten. Hij is alleen staand en als dhr. dit morgen moet opruimen is het meeste bloed gestold en is de schoonmaakklus nog groter. Aangezien de wond is verbonden en niet meer bloed, laat ik dhr even zitten. Ik vraag om een dweil, emmer enz. Na een half uurtje samen met mijn collega op onze knieën door de keuken bij deze baas, ziet alles er weer schoon uit. Alleen de vloerbedekking in de hal krijg ik niet meer helemaal in de juiste kleur terug. Maar dat is dan voor later zorg. We nemen dhr mee naar het ziekenhuis waar hij ons nogmaals bedankt. Ik geef aan dat ik het geen moeite vind en dat we het graag gedaan hebben. De man hoeft niet te weten dat ik bij de lucht van zoveel bloed en het opvegen van al die stolsels wat vaker moet slikken en bepaalde neiging moet onderdrukken. Maar allé, dan had ik maar een normaal vak moeten kiezen.

Een andere situatie betreft een man die gevallen is in zijn schuur. Hij heeft een grote hoofdwond. Ook hier krijgen we de melding dat dhr. alleen is en achter in het schuurtje zit. Als ik langs het huis loop hoor ik in de woning een hond tekeer gaan. Ik denk nog, zo die zit gelukkig binnen. Bij de schuur aangekomen treft ik wederom een bebloede omgeving aan. Ook hier heeft het het kaliber van een slachthuis. Snel de wond verbonden en gevraagd wat er aan de hand is. Tja, zegt mijnheer, ik ben gevallen en heb mijn hoofd gestoten ergens tegen aan. Mijn vrouw is de hond aan het uitlaten en is niet thuis. Dus ik heb zelf maar 112 gebeld. Eeh, uw vrouw is de hond uit laten? U woont hier? Zojuist hoorde ik een hond te keer gaan alsof er ingebroken werd. Met dat ik nog even nadenk, komt er ineens een vrouw de schuur in lopen met een enorm geschrokken blik. Bij het zien van al dat bloed, trekt ook bij haar het bloed uit haar gezicht. Mevrouw geeft aan al een uur terug te zijn. Ik moet er wel een beetje om grinniken. Maar ja, hoofdwond, veel bloedverlies en nog wat voorwaarden is al reden genoeg om mijnheer mee te nemen naar het ziekenhuis. En zo geschiedde, ik Adviseer mevrouw eerst de betonnen vloer schoon te maken, omdat ze anders voor goed een aandenken op de vloer heeft die ze zal herinneren aan deze situatie.

Een geheel andere situatie betreft een woningbrand. Op de onderste verdieping van een portiekflat is laat in de nacht een brand geweest. De eigenaar is spoorloos, maar het lijkt er op dat er een pannetje te lang op het vuur heeft gestaan. Daar mensen boven deze woning ook hebben gebeld i.v.m. brandlucht worden alle woningen ontruimd en door de brandweer doorgemeten en gecontroleerd. Als ik ter plaatse kom, word ik opgevangen door politie en brandweer. Brand is onder controle en er zijn geen slachtoffers. Alleen mogen de mensen hun woning nog niet in i.v.m. metingen door de brandweer. De bevelvoerder van de brandweer geeft aan dat er een bewoner is die hoogzwanger is en waarbij zojuist de vliezen zijn gebroken. Ooh, en waar is deze dame nu dan? Die zit in die en die auto. Snel begeef ik me naar het voertuig langs de straat. Op de bijrijders stoel zit een dame verre van comfortabel. Achterin een kindje van een jaar of 2 die met grote ogen naar al die mensen en naar de blauwe lampen wijst en kijkt. Vaders staat naast de auto en vraagt: wat moet ik doen?
Ik ga een gesprek aan met mevrouw en vraagt of tot nu toe alles goed gegaan is. Dat blijkt zo te zijn. Ze zegt dat ze morgen de uitgerekende datum heeft en ook dan ingeleid zal worden in een ziekenhuis in de stad. Zojuist zijn de vliezen gebroken, maar weeën heeft ze niet. Tja, vervelende situatie. Maar aangezien ze niet haar eigen woning in mag, en ze morgen toch gaat bevallen in een ziekenhuis, lijkt het mij een goed idee om ze nu maar vast naar dat ziekenhuis te laten gaan. Ik zeg dat ik wel even met betreffende afdeling ga bellen zodat ze daar naar toe kan. Maar mijn empathie en vindingrijkheid is anders dan die van de assistent gynaecoloog. Als ik betreffende dokter de situatie uitleg en er bij benadruk dat ze niet naar huis mag en ze morgen moet bevallen op zijn afdeling komt er weinig begrip naar boven. Tja, morgen is morgen en niet vandaag. Ze kan gewoon naar de verloskundige, want morgen is ze pas gepland. Even weet ik niet wat ik moet zeggen. Verloskundige?? Vraag ik verbaasd? Hoe dan? Het is nacht, mevr. zit in een auto, vliezen zijn gebroken, mag haar eigen woning niet in i.v.m. brand. En dan moet ik de verloskundige om controle vragen? Ik leg hem nog een keer de hele situatie uit en benadruk nog eens dat thuis geen optie is en mevrouw morgen gaat bevallen op ZIJN afdeling. Een beetje empathie en medewerking lijkt mij, gezien de situatie, wel op zijn plek. Maar hij blijft volhouden dat hij dit geen reden vind. Ik beëindig het gesprek door enkel te antwoorden. Ze komt er nu aan en over een kwartier staat ze op je afdeling. Uit mijn oren komt mogelijk nog meer rook dan uit die brandende woning.

Ik moet nog even wat dingen overleggen met de politie en brandweer. Ik zeg tegen mevrouw dat ik met enkele minuten weer terug ben. Nadat ik wat dingen heb afgehandeld kom ik bij mevrouw terug die met een gelaten blik vertelt dat ze niet naar het ziekenhuis mag. Hoezo niet vraag ik, daar ga je wel heen. Nee, maar terwijl ik in overleg was, heeft de betreffende dokter mevrouw op haar mobiel gebeld en haar te kennen gegeven dat ze niet naar het ziekenhuis mag komen, want er is NU geen indicatie voor. Dit is niet te geloven. Ik sta met stomheid geslagen. Wat denkt dat figuur van een dokter wel? Mevr geeft aan dat ze buikpijn heeft gekregen. Ik zeg tegen haar, blijf in de auto. Rij naar het ziekenhuis. Ik bel de SEH dat je er aan komt. (zwangere vrouwen gaan altijd direct naar een aparte afdeling en hebben met een SEH niets te maken). Als je op de SEH ben, moeten ze je wel in behandeling nemen. Dan gaan we het op deze manier spelen. Wat een schoft om mevrouw in deze situatie aan haar zelf over te laten. Op de SEH is mevrouw wel opgevangen. Hoe het verder is afgelopen weet ik niet, maar ik had zelf ook wat bluswater nodig na deze melding. Mijn dienst zat er op en ik ben naar huis gegaan. Ik vraag me onderweg naar huis af: ben ik soms te goedhartig, is mijn overdracht niet goed of kennen sommige mensen het begrip empathie niet?

vrijdag 4 oktober 2019

Kracht naar kruis




A1, steekpartij in de stad. Politie is ter plaatse en jullie kunnen doorkomen. Bij een melding als deze wacht de ambulance altijd totdat de politie heeft aangegeven dat de omgeving veilig is. Het kan maar zo gebeuren dat de dader naar zijn idee nog niet helemaal klaar is en zijn werk wil voltooien. Dan is het best fijn om collega`s van de politie om je heen te hebben. Nu werk ik sowieso graag samen met de politie, maar dat terzijde.
Onderweg worden we bijgepraat over het slachtoffer. Hij is in zijn been gestoken en het mes zit nog in zijn been. Als we aankomen zien we een man op de grond liggen en daaromheen een hoeveelheid toeschouwers waar een cabaretier jaloers op zou zijn. De man is aanspreekbaar. In zijn bovenbeen zit een gaatje welke veroorzaakt is door het mes wat nu recht in zijn onderbeen staat. Aan het mes te beoordelen bevind het lemmet zich zo`n 15 tot 20 cm in zijn been. Goed, resumé, wat heb ik? Een man die goed aanspreekbaar is. Goede parameters heeft, erg wit ziet, (maar dit kan ook van de schrik komen), en een mes in zijn been heeft. We helpen hem op de brancard en rijden naar het ziekenhuis. Het mes word gefixeerd en deze laat ik zitten. Die mogen de deskundigen in het ziekenhuis verwijderen. (mochten er bloedvaten geraakt zijn, kunnen deze harder gaan bloeden. Daarom word het mes in het ziekenhuis verwijderd). Wij leveren deze man af op een SEH en zijn dan klaar met de rit. Ik denk dat de collega`s van de politie wel iets langer bezig zijn met soortgelijke meldingen.

Een andere keer krijg ik een rit waarbij ik iemand vanaf het politiebureau naar een psychiatrische instelling moet brengen. Het betreft een jongeman die een poging gedaan heeft zichzelf om het leven te brengen. Door de politie is hij meegenomen en tijdelijk op het bureau vastgehouden. Nu word hij, na beoordeling door een psychiater, overgebracht naar een psychiatrische instelling. We worden vooraf bijgepraat over deze man. Via de camera waarmee de cellen in de gaten gehouden worden, zie ik een man op de grond liggen. Hij lijkt rustig. Maar de politie bied aan om met ons mee te gaan omdat er in het verleden bij deze man al diverse keren sprake is geweest van agressie. Nou als de politie het zelf al aanbied, dan ga ik daar maar van uit en geef ik ze graag een plaats in de ambulance.
We gaan de man ophalen uit zijn kamer. Daar ligt hij, naakt op de grond. Een jaar of 25. Als ik hem aanspreek, reageert hij niet. Nu ben ik niet zo van de proclamaties, maar hij is er erg goed in. Een en dezelfde zin wordt snel en continu herhalend opgedreund. Het vervelende is dat ik het niet eens kan verstaan. Ik kom er niet tussendoor. Dan tillen mijn collega en ik hem van de grond en leggen hem op de brancard. Ik heb niet de indruk dat hij op enerlei wijze tot actie aan te sporen is. De rit duurt een half uur. Ik verzeker u, een half uur lang met iemand in een ambulance die de gehele rit hetzelfde zinnetje opzegt, duurt enorm lang. Je negeert het, sluit je er voor af, maar op een of andere manier irriteert het ook wel. Ik ben blij als de ambulance stil staat en ik de patiënt mag overdragen. Hij heeft zich gelukkig rustig gehouden, want ook dat kan wel eens anders.

Een tijd geleden kreeg ik een melding van een dame die flauw gevallen was op straat. Ergens in de stad. Ik kom daar aan met mijn collega en treffen een vrouw aan die niet reageert op ons aanspreken. Ze geeft echter diverse signalen af dat ze niet bewusteloos is. Na indringende woorden word ze toch ineens `wakker`. We geleiden haar naar de ambulance waar ik een rustig gesprek met haar begin. Mevrouw word zelf veel rustiger en zegt dat ze in een familie kwestie is verzeild. Het geeft enorm veel spanning en het word allemaal iets teveel. Na een tijd nemen haar lichamelijke klachten af en is ze rustig geworden. Ik vraag wat ik kan doen voor haar. Maar ze wil niets en hoeft niets. Ze wil heel graag naar huis. Het is echter winter en erg koud en een jas heeft ze niet aan. Ik bied haar aan om haar thuis te brengen. Dat vind ze prima. Ze zit op de stoel en ik sta tegenover haar met mijn rug tegen de monitor. Mijn collega gaat vast voorin zitten om haar naar huis te rijden. Opeens, zonder enige aankondiging, geeft ze een gil, laat zich voorover vallen. Als ik daar niet had gestaan had ze haar hoofd tegen de kastjes gestoten. Alleen, ik stond er wel, en ze valt precies met haar hoofd in het meest gevoelige plekje die een man bezit. Kat in de zak…. Gelijk voel ik me klote(n)…. Vanuit een reflex pak ik ze bij de schouder en duw ze best stevig terug in de stoel. Daar blijft ze gillen en met haar armen zwaaien. Ik moet haar stevig beethouden anders vliegt ze door de auto vrees ik. Mijn collega, die deze liveshow via de spiegel en de camera heeft gezien, loopt blauw aan van het lachen. Gelukkig komt hij wel naar achteren om me een handje te helpen. De vrouw reageert echter nergens meer op en blijft enorm wild. Dan besluit ik om medicatie te geven, want dit gaat nergens heen. Na een injectie van een of ander goedje besluit ze toch te gaan slapen waarna ik ze op een SEH presenteer. Helaas, ik had haar met alle wil van de wereld even thuis willen brengen, maar dat gaat nu even duren vrees ik.

Collega`s helpen. Als je een melding krijg waarbij collega`s betrokken zijn, krijg je altijd net iets meer adrenaline. Rij je net iets harder. Ik heb het de achterliggende jaren al een keer of 10 meegemaakt en ik kun je verzekeren: het is verre van relaxed! Ik heb nachtdienst en ben bijna klaar om naar huis te gaan. Nog geen tien minuten te gaan. Ik sta wat te praten met iemand die mijn dienst gaat overnemen, alleen is zijn collega er nog niet. Dan ineens begint mijn portofoon herrie te maken en roept iemand van de meldkamer dat we naar een melding moeten van een gebouwbrand. Op zich geen vreemde melding, maar wel als er aan toegevoegd word dat er zich een collega in het pand bevind. Tja, dan gaan we zeker hard rijden. We komen ter plaatse en zien rook uit een flatwoning komen. Beneden staat een ambulance met een collega er in. De andere loopt op de galerij. Gelukkig denk ik, ik zie er 2. Ik ren naar boven om van mijn collega een beeld van de situatie te krijgen en of er niemand in het pand is. (voor hetzelfde geld waren ze met z`n drieën). Maar dan geeft hij aan dat de woning dicht is en er niemand meer in is. Maar wat is er dan wel gebeurd?
Hij was daar binnen geweest bij een patiënt die 112 gebeld had. Mijn collega’s zijn daar ter plaatse geweest en vonden nu geen aanleiding om mijnheer naar een ziekenhuis te brengen. Ze laten de patiënt achter, maar als ze naar de auto lopen hoort mijn collega een brandalarm afgaan en kijkt hij om. Dan ziet hij de woning waar ze net vandaan komen vol met rook staan. (zijn vroegere brandweerskills komen boven). Hij trapt de deur in en trekt de patiënt naar buiten. Deze was er niet van gediend dat de ambulance weer weg ging en besloot toen de woning maar in brand te steken. Ik moet zeggen, collega, chapeau voor je optreden! Je bent de brandende woning binnengegaan en heb de patiënt mee naar buiten genomen! En samen met je collega heb je verdere zorg verleend. Petje af voor jullie! Voor ons viel het gelukkig mee en hoefde ik geen medische zorg aan een collega te verlenen. Het verhaal is en blijft bizar.

woensdag 28 augustus 2019

Een geschenk uit de hemel...


Beroepsmatig hulpverlener zijn schept verwachting. Je bent herkenbaar in je uniform. Mensen verwachten iets van je en nemen snel dingen aan. Jij bent immers de professional. Met een collega die er het zelfde uitziet, een auto die herkenbaar is.
Afbeeldingsresultaat voor ongeval a29
Maar wat als je privé betrokken bent bij een incident en daarbij niet als hulpverlener herkenbaar bent. Een tijdje geleden was ik met mijn gezin onderweg voor een familiebezoek. Op de snelweg reden we achterop een ongeval. Het incident had net plaatsgevonden, want we waren de eerste auto die stopte achter het incident. De details zal ik besparen, de afloop was een dodelijk slachtoffer. Deze man leefde nog toen wij kwamen maar is aan zijn ernstige verwondingen ter plaatse overleden. Je staat er bij en kunt niet veel betekenen. Als ik aan het werk ben en een melding als deze krijg, kan ik onderweg aanrijdend vast bedenken wat ik zou kunnen doen. Ik ben in uniform en heb een hele auto aan materialen bij me. Nu werd ik ineens geconfronteerd met het incident. Vanuit het niets en onvoorbereid. Ik ben gekleed in een korte broek en sandalen. Heb totaal geen spullen bij me. Ik heb alleen mijn gezin bij me die met grote ogen toekijkt wat er gebeurd. Mijn dochter zit voorin de auto en wil het niet zien. Ze gaat achterin zitten.

Als ik tijdens mijn werk bij een incident komt, voel ik me zelfverzekerd. Nu denk ik als hulpverlener maar tegelijkertijd loop je tegen alle beperkingen aan omdat je niet als hulpverlener gekleed en inzetbaar bent. Ineens bedenk ik me: Dit maakt dus de `gewone` burger mee in deze situaties. Je wilt wel, maar kunt niet veel. Ik heb wel een goed gevoel overgehouden, wat betreft de dingen en beslissingen die we genomen en gedaan hebben. Samen met andere automobilisten die er ook waren.
Maar ja, het is heel vreemd om op deze manier bij een incident betrokken te raken. Je bent totaal buiten je comfort zone. Je denkt als hulpverlener, maar je handelt als leek (omdat je niets hebt).

Op een rustige middag krijg ik met mijn collega een melding van een vrouw die onwel geworden is in een kapperszaak. We hebben de vrouw nagekeken en ik besluit ze te presenteren in een ziekenhuis. Haar dochter wil mee met de ambulance en vraagt of ze achterin bij haar moeder mag zitten. De situatie is stabiel dus ik vind dit prima. Onderweg stelt ze vragen en is ze erg belangstellend. Dan ineens is daar de vraag: Hoeveel levens heb je al gered? Oeps, he, levens redden? Ik?

Tja, ik zit ruim 5 jaar op de ambulance, maar heb ik levens gered? Zo voelt dat totaal niet. Ik ben professioneel hulpverlener. Ik doe mijn best om zorg te geven aan mensen die dat nodig hebben. Maar dat ik levens heb gered? Ik geef dan ook als antwoord dat ik dat niet weet. Ik voel me geen levensredder. Wanneer iemand acute zorg nodig heeft, krijgt de persoon dat. Wanneer iemand een hartinfarct doormaakt is het zaak om de juiste behandeling te starten en snel naar een ziekenhuis te gaan. Maar heb ik dan een leven gered? Voor mij voelt dat niet zo. Wanneer ik in een weekend 3 reanimaties heb waarbij de ene wel lukt en de andere niet, ben ik dan een levensredder? Ook dan voelt dat niet zo. Ik heb mijn best gedaan waarbij de ene patiënt er wel baat bij heeft en de andere niet.
Nee ik voel me geen levensredder, en als je vraagt of ik levens heb gered, denk ik dat ik voor sommige patiënten alleen een positieve bijdrage heb kunnen leveren aan de behandeling en soms misschien de overlevingskans.

Sommige behandelingen doet mij mijn wenkbrauwen fronsen. Als ik naar een reanimatie moet van een man gaan we zoals gewoonlijk snel ter plaatse. Ik kom als 2e auto aan, net na de eerste ambulance. De reanimatie is opgestart door de collega’s van de brandweer. Met een heel cordon hulpverleners gaan we door. Bij navraag wat er is gebeurd blijkt deze man ziek te zijn. Zo erg dat de behandeling is gestopt en mijnheer naar huis is gebracht om de laatste dagen onder familie te kunnen doorbrengen. Nu is het moment daar dat hij is overleden. Als ik het verhaal hoor, schat ik de kansen uitermate klein in. Maar familie geeft aan dat het de uitdrukkelijke wens is om er alles aan te doen om hem toch hier te kunnen houden. We doen ons best, maar als ik naar mijn collega`s kijk, zeggen als die blikken hetzelfde als wat ik denk. De kans is uitermate klein, danwel nihil. We gaan het niet redden en stoppen met de reanimatie. We verlenen nog laatste zorg. Als ik later de gegevens van deze patiënt krijg, begrijp ik de familie wel. Het was me niet opgevallen, maar de patiënt is een stuk jonger dan ik zelf….

We worden gestuurd naar een truck parking in de havens van Rotterdam. Een vrachtwagenchauffeur heeft 112 gebeld in verband met rugpijn. Tja, rugpijn is nogal algemeen. We gaan ter plaatsen en worden opgevangen door een spaanse dame die ons naar een van de vele vrachtwagens leid op de parkeerplaats. Ze spreekt geen woord nederlands of engels en probeert ons met handgebaren en spaanse zinnen duidelijk te maken wat het probleem is. Ze wijst in de cabine van de vrachtwagen. Ik klim naar boven en zie op het bed achter de zitting een man liggen. Hij geeft aan enorme pijn te hebben en is bekend met een hernia. Hij vraagt of ik een spuit van een betreffende pijnstiller kan geven zodat hij weer verder kan. De betreffende medicatie heb ik niet en zou ik ook niet zomaar geven. Ik zeg dat hij zich dan moet vervoegen bij de huisartsenpost of SEH. (Het is zondagavond). Ik probeer uit te leggen hoe het systeem in Nederland werkt. Hij lijkt het te begrijpen maar geeft aan niet uit zijn cabine te kunnen klimmen. Maar ja, een vrachtwagen canbine is niet zo heel ruim en hij zal toch echt zelf vanuit zijn bed, over de stoelen naar buiten moeten komen. Tja, ik besluit om de man wat fentanyl te geven. Ik zeg er wel nadrukkelijk bij dat hij dan wel mee moet naar het ziekenhuis en vanavond niet meer mag rijden. Tja, dat moet dan maar. Een eerste gift lijkt niet veel te doen. Maar na de 2e en zelfs 3e gift lukt het uiteindelijk om, na heel veel proberen, wachten en zuchten, uit de cabine te komen. Hij heeft wel serieus pijn. Hij drijft van het zweet en ziet er uiterst beroerd uit. Ik zit ongeveer aan de grens van mijn pijnstilling. Ik neem hem mee naar het ziekenhuis waar ze hem verder behandelen. Aan het einde van de avond is de man, met adequate pijnstilling ontslagen. Ik ben zelf toch bijna 2 uur met deze rit bezig geweest…

Soms kun je voor mensen net iets meer doen dan de standaard zorg. Ook is niet alle zorg in protocollen te ondervangen. Ik krijg een melding van een dame die is gevallen. Door medewerkers van een winkel in de buurt is ze overeind geholpen en even naar binnen gehaald. Ik kom als rapid responder ter plaatse. Ik hoor het verhaal aan en onderzoek de patiënt. Ze heeft een klein wondje waar een paar hechtingen in moeten. Die kunst ben ik zelf niet machtig en is voor de huisarts. Ik vraag mevrouw waar ze woont en of ze familie heeft. Haar man is een tijdje geleden overleden en kinderen heeft ze niet. Een kennissenkring is zeer klein of niet in staat auto te rijden. Ik neem contact op met de huisarts en besluit mevrouw zelf even daar te brengen. Bij de huisarts, krijgt mevrouw voorrang en de huisarts bekijkt de wond en zegt dat gelijk even af te handelen. Ik wil weggaan maar mevrouw vraagt mij, hoe kom ik straks thuis. Tja, natuurlijk ben ik geen taxichauffeur. Maar een alleen staande vrouw van bijna 90 jaar kan ik ook niet helemaal aan haar lot over laten. Ik denk even na. Ondertussen is de huisarts al bijna klaar. Mevrouw woont niet heel ver hier vandaan. Dan neem ik een besluit en zegt mevrouw wel even thuis te brengen. Nogmaals, ik ben geen taxichauffeur, maar sommige situaties zijn nu eenmaal zo dat een beetje extra service gewoon even nodig is.
Mevrouw is blij. Onderweg praat ze honderduit. Ze gelooft in engelen in mensengedaanten zegt ze. En ze is er stellig van overtuigd dat ik er daar een van ben. Ik glimlach en zeg dat ik ook wel een andere kant heb hoor. Maar ze is er van overtuigd. Ik zet ze, na een heel kort ritje, thuis af. Je bent een geschenk uit de hemel zegt ze. Ik geef aan dat dit niet zo is. Bliksemstralen gaan ook van boven naar beneden. Ik zeg tegen haar dat ze wel even naar mijn vrouw mag bellen, kijken of die daar ook van overtuigd is… Maar nee dat kan niet zegt ze. Natuurlijk streelt het mijn ego als dat gezegd word tegen me, maar stiekem moet ik ook wel erg lachen.


woensdag 26 juni 2019

Vingerwijzing zonder 112

Bericht aan alle wagens. In verband met een grote telefonie storing zijn 112 en 0900-8844 niet te bereiken. We verzoeken alle voertuigen de straat op te gaan en waar mogelijk te kijken of je wat kunt betekenen. Ik herhaal....

Mijn dienst is net een half uur begonnen en we krijgen dit bericht van de meldkamer. We genoten nog even van de airco op onze post, want het was buiten behoorlijk warm. Maar goed, deze melding verstoort ons momentje maar we gaan de straat op. Zichtbaar voor iedereen, afgestemd met collega's waar we gaan rijden zodat we niet met zn allen op een kluitje rijden. Tja, hoe lang gaat dit duren? Een vraag waar niemand antwoord op weet. Wat we wel weten, is dat het enorm vervelend kan zin als je geen 112 kan bellen. Gezien het aantal meldingen normaal gesproken gaan er best wat mensen in paniek raken.

Door de organisatie word via sociale media en andere kanalen bekend gemaakt hoe de alarmcentrale wel bereikbaar is. Via een oproepsysteem worden collega's thuis gevraag naar het werk te komen. Dit heeft tot gevolg dat er gedurende de storing 70 eenheden paraat zijn in onze regio. Toch iets waar we als collega's best trots op mogen zijn. In welke tak van deze sport iedereen werkzaam is.

Ik verwacht drukte, maar wat me opvalt is alle rust. Hier en daar worden wat ritten uitgegeven. Maar vooralsnog is het rustig. Ik bedenk dat het wel chaos zal worden als alles weer werkt. Maar ook dan blijft alles rustig. Opmerkelijk.

Is de zelfredzaamheid ineens groter geworden nu 112 niet gebeld kan worden?

Gelukkig dat alles rustig is verlopen. Bij mijn weten geen grote missers. Ik vraag me wel af hoe het, anno 2019, kan gebeuren dat er gedurende zo'n lang tijdspanne geen 112 gebeld kan worden? Natuurlijk ben ik nu een stuurman op de wal, maar het zet me wel aan het denken. Alles moet tot in de finesses geregeld worden, en bij een telefoonstoring is er ineens onvoldoende backup. Merkwaardig, laat ik het daar maar op houden. Laat ik in ieder geval niet gaan vingerwijzen. 

Al met al is de avond rustig verlopen. Gelukkig uiteraard. Blijkbaar zijn we als hulpdiensten tot veel in staat. Zoveel collega's en mensen die naar het werk kwamen en zich verantwoordelijk wisten van hun taak.

Het was de bedoeling dat, wanneer mensen hulp nodig hadden, zich konden vervoegen bij een hulpdienst die ze maar zagen. Of het nu blauw, rood of geel was, dat word later onderling wel geregeld.

Sommige mensen weten ons sowieso wel te vinden op straat. Ik ben aan het werk en heb een inwerkverpleegkundige bij me. Deze is bijna klaar met zijn opleiding en al helemaal in staat om alle zorg zelfstandig uit te voeren. We hebben een patiënt in de auto die naar het ziekenhuis moet. De inwerkcollega zit achterin bij de Patiënt en ik vervoeg me voorin bij de chauffeur. We zijn bijna bij het ziekenhuis en staan voor een verkeerslicht te wachten. Het is gezellig en we lijken wel een 'stelletje ouwe wijven'.

Opeens word er op het raam getikt bij de bestuurder. Een man met veel paniek in zijn ogen vraagt het raampje te openen. Mijn collega laat het raam zakken en zodra hij ver genoeg gezakt is, krijgt hij een snoezige doek recht voor zijn neus. Tegelijkertijd begint de man een heel onsamenhangend verhaal waar we niet veel van kunnen maken. Maar dat hij hulp wil is wel duidelijk. Als we nog eens in de doek kijken, ligt er iets wat lijkt op een stukje worst. Paar cm lang, rare kleur met bloed er omheen. Dan zien we dat er een nagel aan zit en trekken we de voorzichtige conclusie dat we tegen een vinger zitten te kijken. Ik stap uit en de man neemt me mee naar zijn auto. Ik ben jullie maar gevolgd, en zodoende sta ik nu achter jullie. Mijn collega heeft zijn vinger er af gezaagd en moet naar het ziekenhuis. Tja, dat denk ik ook wel inderdaad. Ik heb echter 1 probleem en dat is dat ik al een patiënt bij me heb. Achterin is geen plaats voor nog een Patiënt. Het ziekenhuis is hooguit 1 km rijden.

De patiënt in het andere busje met 9,5 vinger ziet enorm bleek en staat op het punt om flauw te vallen. Het bloed niet meer en het restant is netjes verbonden. Ik overleg met mijn collega. Als jij nu doorrijdt naar het ziekenhuis. Dan stap ik wel bij het busje in en laat ik die bestuurder wel achter je aan rijden naar de SEH. Dus zo kan het gebeuren dat ik in mijn geel groene uniform in een busje zit waar met grote letters reclame op staat van een of andere aannemer. Een niet alledaagse vertoning. Onze inwerkcollega vertrouw ik de zorg wel toe van de al aanwezige patiënt. Zo gezegd, zo gedaan. Achter elkaar aan rijden we naar het ziekenhuis. Daar neem ik de gewonde man mee in een rolstoel waar ik hem overdraagt aan het personeel op de SEH.

Helaas was de vinger niet meer te redden begrijp ik achteraf, maar ik denk dat we met deze improvisatie goede zorg hebben verleend. Vingerwijzen gaat de man niet meer kunnen met deze vinger. 
Een 2e ambulance er bij laten komen had voor beide patiënten vertraging betekend.

Nu ben ik best handig en bouw ik rustig de veranda in mijn eigen tuin, maar ik voel me in een ambulance meer thuis dan in een busje van een aannemer.

zaterdag 13 april 2019

Wedloop met de dood


Afbeeldingsresultaat voor niet reanimeren
We rijden op zuid en krijgen een melding van een reanimatie. Een melding waar we er veel van krijgen. Onderweg krijgen we van de meldkamer nog meer informatie. Je bent de eerste wagen, kijk maar wat je kunt doen. Kijk maar wat je kunt doen? De melding is duidelijk toch? Dan vertelt de centralist dat de patiënt iemand betreft van 102 jaar oud. Er is echter ter plaatse geen `niet-reanimatie` beleid aanwezig. Nu heb ik op zich helemaal geen moeite met reanimeren maar als je de leeftijd hoor vraag ik me toch af, waarom? Begrijp me goed, een familielid verliezen is altijd een verdrietig moment. Maar we moeten denk ik op een gegeven moment de dood wel respecteren en iemand moet kunnen overlijden. Ter plaatse worden we snel gevolgd door de politie en even later de brandweer. Een heel circus aan hulpverleners die terecht ingezet worden bij een reanimatie. Eenmaal op het adres (boven in een flatgebouw) worden we opgevangen door een medewerker van de thuiszorg. We starten een reanimatie op (en eerlijk gezegd toch met gemengde gevoelens, maar zolang er geen beleid bekend is, moeten we ten allen tijde starten). Ik vraag snel aan de thuiszorg medewerker wat er is gebeurd en of mijnheer echt geen beleid heeft. Maar dat laatste word ontkend.
Ze vertelt dat mijnheer de deur open heeft gedaan. Daarna naar de kamer teruggelopen is en onderweg in elkaar gezakt is. Mijnheer heeft een gezond leven gehad. Hij gebruikt nagenoeg geen medicatie en is altijd vitaal geweest. We zijn met een reanimatie bezig waarbij heel veel technische handelingen worden uitgevoerd. Ik vraag nogmaals aan de thuiszorg medewerker of er een map aanwezig is. Die is er maar daar zit alleen een formulier in van de apotheek met die paar pilletjes die de patiënt slikt. Verder totaal geen informatie.
De patiënt is inmiddels geïntubeerd (buisje in de luchtpijp) als ik opeens een telefoon voor mijn gezicht krijg. Het blijkt een digitaal dossier te zijn van de thuiszorg instelling. Er staat duidelijk dat het de wens is van de patiënt dat deze niet gereanimeerd wenst te worden. Helaas en erg jammer. Ik vraag nogmaals, is dit het dossier? Ja klopt, allemaal digitaal he tegenwoordig.
We stoppen de reanimatie en leggen mijnheer netjes op zijn bed. Familie is inmiddels gebeld. Een mevrouw komt binnen met een rollator. Tja, als je 102 bent zijn je kinderen ook al aardig op leeftijd. Mevrouw is heel realistisch, het is goed zo. Een reanimatie moet wel tot een doel leiden. Ik kan dat alleen maar bevestigen. En wat is het doel van een reanimatie als je al 102 bent? Wat verwachten we. Maar goed, deze patiënt had de wens echter wel kenbaar gemaakt, alleen was deze informatie helaas niet beschikbaar op het moment dat hij overleed.
Een gemiste kans van de thuiszorgorganisatie. Een digitaal dossier is volkomen van deze tijd. Echter heeft de ambulancedienst daar geen inzage in. En als er dan toch een map is waar medicatiebladen in zitten, hoe moeilijk is het om aan de voorkant van deze map een duidelijke sticker te plakken met de wens wel of niet gereanimeerd te willen worden.
Nu is iemand overleden en worden er aan het lichaam allerlei technische interventies uitgevoerd, terwijl deze patiënt op bed gelegd had kunnen worden waarbij de patiënt en de dood gerespecteerd worden. Helaas…

Een andere dag rij ik met een andere collega en horen we onze pieper overgaan. We lopen naar de auto en kijken in het scherm wat de melding is. De melding blijkt uit een andere hoek van Nederland te komen. De melder maakt zich zorgen over iemand die in onze regio woont en die te veel gedronken zou hebben en waar ze nu geen contact mee krijgt.
We gaan er naar toe en houden alle opties open. De politie word op voorhand (om diverse redenen) meegestuurd. Ter plaatse is de politie al aanwezig en zijn met de hevig emotionele man in gesprek. Van afstand is duidelijk dat deze man te veel heeft gedronken. Hij word over een paar dagen opgenomen in een kliniek maar heeft zich nu niet in de hand. Hij word gestalkt door een vriendin. Dit blijkt de melder te zijn…. Hij is haar zat en neemt daarom zijn telefoon niet meer op. Tja, hij is goed aanspreekbaar alleen heel erg dronken. Maar ja, je mag dronken zijn in je eigen huis. Voor zowel de politie als de ambulance niet direct een reden om iemand mee te nemen. We gaan met de man in huis, op straat krijgen we teveel bekijks en kan vervelend zijn voor de persoon in kwestie. In zijn kamer staan enorm veel lege blikken bier.
Hij wil opgenomen worden, maar geen idee waar. Ik denk even na welke opties ik heb. De huisarts, gaat hier acuut niets kunnen betekenen. De SEH laat hem zo weer gaan. De acute dienst psychiatrie gaat deze man niet beoordelen omdat hij onder invloed is. Ik vraag of hij familie in de buurt heeft. Dat bevestigd hij en hij komt er naar eigen zeggen dagelijks. Maar nu heeft hij daar blijkbaar geen zin in. Hij doet allerlei pogingen om met de ambulance mee te kunnen. Hij heeft veel, nee, heel veel gedronken. Ik vraag hoeveel hij op heeft. IN een tijdsbestek van 20 uur heeft hij het gepresteerd om 56 (!) halve liter weg te werken. Een prestatie op zich. Ik ben verbaasd dat hij nog loopt. Maar gezien het gemak waarmee hij de laatste 3 in mijn bijzijn naar binnen gooit, moet ik hem wel geloven. Ook het aantal lege blikken laat niets aan verbeelding over. Ik leg hem uit dat ik niet echt weet wat ik kan doen en dat ik wat overweeg. In een moment van woede gooit hij alle blikken, asbakken etc door de kamer. Hij beukt op een raam om deze in te slaan, maar een streng woord houd hem toch tegen. Dan komt hij naar me toe en vertelt dat hij zeker wel naar het ziekenhuis moet. Hij heeft veel alcohol gedronken en van alcohol droog je uit. Tja, blijkbaar is er over deze redenatie nagedacht. Maar ik zeg hem dat hij misschien een punt heeft maar dat hij met 28 liter bier in zijn lichaam zeker niet uitgedroogd is. Dan word mijnheer boos en rent naar de keuken. Uit een messenblok trekt hij het grootste mes en snijd in zijn arm. Dan pakt een van de blauwe collega`s het busje pepperspray en geeft de man een gezichtsbehandeling. Het duurt maar heel even of het met licht op de grond en de patiënt is volledig gedesoriënteerd door het vuurwater in zijn gezicht. Nu neemt de politie hem mee naar het bureau.
Ik heb in middels wel bewondering voor pepperspray gekregen. Mijn collega en ik stonden zeker niet in de vuurlinie maar voelen wel alle irritaties die er bij horen. Als we buiten zijn neemt dit gelukkig snel af. Het zal bet heel beroerd voelen als je dat recht in je gezicht krijg. Ik heb hier genoeg gezien. We wensen de collega`s van de politie succes en rijden (met raam open) terug naar de post.