Ga nooit heen zonder een zoen
Wie het noodlot zal ontmoeten
Kan het morgen niet meer doen
Dat doet soms een hart zo’n pijn
Wat je ‘s morgens hebt verlaten
Kan er ’s avonds niet meer zijn
Ambulance 154, willen jullie gaan naar volgend adres? Het gaat om een bevalling. De dame in kwestie is 3 dagen voor de uitgerekende datum en stond op het punt om naar het ziekenhuis te gaan omdat ze vanwege een medische indicatie in het ziekenhuis moet bevallen. Ik stuur op voorhand een auto met een couveuse achter jullie aan. Verder weet ik niets dus: succes. Ik kijk mijn collega aan en zeg: we gaan het wel zien. Aangekomen op het adres komt er een man gehaast naar buiten rennen. Ja hier naar binnen, en naar de 2e etage. Het is al geboren. OK, duidelijke informatie. Benieuwd naar wat we gaan aantreffen, snellen we ons naar boven waar een jongen van een jaar of 13 ons opwacht. Ja kom maar, hier moet je zijn. Ik stap een kamer in die er uit ziet als of deze mensen midden in een verbouwing zitten. Maar dat later. Op bed ligt een dame met een dikke trui en jas aan. Onderlichaam is ontbloot. Ze lijkt opgelucht als wij binnen komen. Op haar borst zie ik een klein, naakt en nat hoopje mens liggen. Net geboren zo te zien. Het is nat, lijkt wel te ademen en gaat gelukkig huilen als ik het aanraak. De verbinding met moeder is nog volledig intact en de placenta is nog niet geboren. Als eerste dekken we het kindje toe en geven het een mutsje om erge afkoeling te voorkomen. Het kind ziet er qua kleur goed uit en omdat het is gaan huilen maak ik me voor nu even geen zorgen. Eerst maar even afnavelen. Ik vraag of de vader de navelstreng door wil knippen. Deze staat echter onzeker toe te kijken. Voor hem is het de eerste keer dat hij zoiets meemaakt. Zijn vrouw echter heeft nu haar derde bevalling. Nadat de klemmetjes zijn geplaatst knipt vader de navelstreng door. Ik laat het kindje verder op de borst liggen en kijk moeder even na. Ik probeer de situatie in te schatten. Ondertussen zoeken mijn collega's en ik tussen alle spullen naar een kraampakket en meer handige dingen. Maar verder als een paar rollen behang, potten verf, een ledikant die alleen uit de verpakking is gehaald komen we niet. We vragen of ze een verloskundige heeft. Die heeft ze niet meer, zegt ze, omdat het ziekenhuis de zorg heeft overgenomen ivm medische toestand van de baby. Maar u bent toch ooit bij de verloskundige begonnen? Ja dat wel. OK, dan gaan we die bellen. Ook al is het midden in de nacht. Ondanks dat alles goed was voelt het toch erg fijn als even later de verloskundige binnen komt. Tja, wees eerlijk, ze heeft daarin nu net ff wat meer expertise dan ik. Als de placenta even later is geboren gaan we met z'n allen op transport naar het ziekenhuis. Gezien de medische indicatie van een ziekenhuisbevalling moeten deze moeder en kind ook daar maar verder behandeld worden. Daarbij zijn het huis en kinderkamer verre van klaar. Ook al was de uitgerekende datum zo dichtbij, helemaal voorbereid waren deze mensen nog niet.
Bevallingen, het blijven mooie dingen van het vak. Ook al is het soms hartstikke spannend. Wees eerlijk, een geboorte meemaken is geweldig, ook al is het in deze situaties niet eens privé. Ook wel bijzonder als ergens anders de moeder de deur open doet met een kind in de arm wat net geboren is. Gelukkig kwam toen ook gelijk met ons de verloskundige aan zodat die de zorg op zich genomen heeft. Maar soms word je ook door de verloskundige bij een bevalling geroepen. Dat maakt het voor mij spannender, als de verloskundige een ambulance laat komen is er sprake van een of meerdere complicaties. Anders kan ze het zelf wel. Ook die ene keer dat we geroepen worden door de verloskundige. Moeizame bevalling, hartslag kindje gaat achteruit. Bereid je voor op een reanimatie. Slik... We komen binnen en worden snel bijgepraat door de verloskundige. Een die haar strepen al heeft verdiend. Gelukkig is de situatie gestabiliseerd. Maar ze vraagt ons toch ter plaatse te blijven. Midden in de woonkamer staat een groot opblaasbad. Gevuld met water. Het was de bedoeling dat de bevalling in bad zou plaats vinden. Maar omdat het allemaal lang duurt heeft de verloskundige besloten op de bank verder te gaan. Ik heb het een en ander eens bekeken, (nadat alles voor een eventuele spoed setting klaargelegd is) maar ik kan de charme van een bevalling in bad niet helemaal bevatten geloof ik. Ik zal details besparen maar ik kreeg sowieso medelijden met de kraamverzorgster. Dat hele bad moet ook nog leeg. En een slangetje vanaf de 3e etage over het balkon hangen zal door de buren niet gewaardeerd worden. Nadat de bevalling gelukkig goed is gegaan en de placenta is geboren, feliciteren we de ouders. We praten nog even na en besluiten weg te gaan. Opeens maakt mijn collega een sprint. Ik kijk verbaasd. Wat heeft die nu ineens? Rust is een van de belangrijkste ingrediënten voor het goed verlopen van een hulpverlening. En zeker in deze situatie is nu geen sprake van paniek of dat de rust verstoord moet worden. Maar opeens zie ik vanuit mijn ooghoek een kat wegrennen van de plaats waar mijn collega naar toe sprintte. Dat deze mensen katten hadden, had ik al gezien. Die beestjes liepen met enige regelmaat door de woonkamer waar mevrouw aan het bevallen was. Ik kijk mijn collega met een vragende blik aan. Dan wijst hij naar de grond. Daar ligt een zak met daarin de net geboren placenta. Nee, er stond geen 'whiskas' op de zak. Het waren ook geen muizen van een beschuit gevallen. De kat vliegt met grote haast naar een naastgelegen kamer. Tegen mijn collega zeg ik: nou doe niet zo kattig. Onderweg naar de post hebben we hier hard om gelachen.
Het leuke an het werk op de ambulance is dat je met allerlei verschillende mensen heb te maken in verschillende omstandigheden. Gedrag van mensen kan enorm veranderen bij sommige situaties. Zo is er een tijdje geleden een voetbalclub geweest die een kampioenschap heeft gewonnen. Ik had de eer om te werken die dag. Mensen gaan volledig uit hun dak op dat moment. Ik begrijp dat mensen blij zijn, maar sommige reacties kan ik echt niet begrijpen. Of wij even willen kijken bij een dame die van een auto is gevallen. Merkwaardige melding, maar we gaan uiteraard kijken. Ter plaatse blijkt dus dat een vrouw van middelbare leeftijd zo blij was met het kampioenschap van de voetbalclub dat ze besloot om met haar naaldhakken op een auto te gaan staan springen. Nu zijn een autodak en naaldhakken niet de meest ideale attributen voor een goede dans. Vooral als daar nog een beetje alcohol bij gedronken is. Niet voor niets dat mevrouw van de auto afglijdt en tussen 2 auto’s terecht komt. Ze heeft haar rug bezeerd, maar desondanks is ze nog steeds in een enorme feeststemming. Ik onderzoek haar en besluit haar naar de ambulance te laten lopen. Om deze te bereiken moest een grasberm overgestoken worden van een meter of 10. Ik leg mevrouw uit dat dit mijn plan is en dat ik haar begeleid. Maar ik had geen rekening gehouden met de dochter. Deze maakt in niet te verstane bewoordingen duidelijk dat haar moeder pijn heeft en absoluut niet kan lopen. Eerst negeer ik haar omdat ik van afstand wel kan zien dat haar alcoholpromillage ongeveer gelijk moet zijn als haar Hb. Maar dat negeren gaat niet helemaal vlekkeloos. Wie ik wel niet denkt te zijn. Ik krijg een serie ziektebeelden naar mijn hoofd waar een patholoog van gaat watertanden. Ze is tenslotte verpleegkundige en weet heel goed waar ze over praat. Maar ik herhaal nog een keer dat ze hartstikke dronken is en ik in haar vakkundigheid ernstig mijn twijfels heb op dit moment. Ze raast nog even verder, maar ik trek me met moeder terug in de ambulance. Een collega van de politie neemt dochterlief even onder zijn hoede. Moeder is van de auto gevallen maar hoeft niet mee naar het ziekenhuis. Dit is ze sowieso toch niet van plan, want er moet nog veel gedronken worden… ik zeg: wat je doet moet je zelf weten, als je maar niet weer zulke stomme acties uithaal als op een auto staan. Verder verloopt de betreffende avond redelijk rustig. Veel meldingen met alcoholintoxicaties, maar daar hadden we al op gerekend.
Samenwerken met de politie, ook een mooie kant van ons werk. Ik werk graag met de blauwe tak van de hulpverlening. Je probeert elkaar te helpen waar nodig en maak gebruik van elkaars expertise. Ik ben onderweg naar een adres waar iemand gestoken zou zijn. Politie is ter plaatse en die verzoekt een ambulance. Als we aankomen ligt er een mijnheer geboeid op de grond. Aangehouden door de politie. De politie verteld dat dhr is aangehouden, en dat er ivm hevig verzet een taser is gebruikt. Machtig mooi apparaat. Alleen wilde het pennetje (met weerhaakje) er niet meer uit. Of ik dat even kon doen. Maar gezien de plaats van het pennetje (net naast een groot bloedvat) en het feit dat zachtjes trekken geen effect heeft besluit ik dat ze in het ziekenhuis maar even moeten kijken. Ooh, gaan jullie hem meenemen? Ja, ik ga dit zelf niet doen in een donkere straat.
Een andere melding betreft een adres waar een dame op de grond ligt. Door de buren is alarm geslagen. Mevr ligt op de grond en kan vanwege haar ziekte niet overeind komen. Niemand van de buren heeft een sleutel. De politie is ter plaatse. In eerste instantie wordt geopperd om de deur open te breken, maar als ik door de brievenbus kijk zie ik mevrouw liggen. Ze reageert op mijn aanspreken. Dan zeg ik tegen de politie dat de deur niet open gebroken hoeft te worden want mevrouw is aanspreekbaar. Als een slotenmaker kan komen is het ook prima en ontstaat er geen schade aan deur en post. Gelukkig gaat het goed met mevrouw en dankzij alerte buren heeft ze op dat moment de hulp gekregen die nodig was op dat moment. Mevrouw vind het allemaal erg genant. Ik probeer haar gerust te stellen. Haar buurvrouw blijft even bij haar. Met een gerust hart laat ik mevrouw achter.
Dat mensen drugs gebruiken is al even bekend. Drugs zijn er in vele varianten. Echter kom je soms wel aparte dingen tegen die mensen gebruiken om in bepaalde geestelijke toestand te komen. Zo worden we gestuurd naar iemand die nootmuskaat gegeten zou hebben. Ik kan me niet voorstellen dat dit lekker is. Hooguit breng ik mijn groente er thuis mee op smaak. Maar de persoon in kwestie heeft een heel potje naar binnen gewerkt. Dit moet met lange tanden gegaan zijn, want alleen de lucht die uit zijn mond komt is al smerig, laat staan dat je een heel potje van die bende moet eten. Na wat informatie ingewonnen te hebben weet ik dat je er flink van kan gaan hallucineren. En dat blijkt wel als we aankomen. Mijnheer is in een totaal andere wereld. Hij vertelt hele verhalen en springt van de hak op de tak. Een groep jongeren heeft de ambulance gebeld maar zij kenden de jongen niet. De jongen echter vertelde dat het zijn beste vrienden waren en hij zijn hele levensverhaal kwijt kon bij hun. Hij vertelt nog een aantal dingen die ik ernstig in twijfel trek. Hij is enorm druk. Gezien de andere bijwerkingen gaat hij toch mee naar het ziekenhuis.
Moet ik wel eens lachen op mijn werk? Jazeker, dit doen we met collega`s best wel vaak. Soms achteraf en soms samen met een patiënt. Een patiënt waar we achteraf wel plezier mee hebben gehad was een onfortuinlijke jongeman die ten val was gekomen met zijn fiets. Het was echter niet zijn geluksdag, want het regende dat het goot die dag. En laat hij nu net met zijn fiets in een plas water terecht komen. Hij was nogal ongelukkig terecht gekomen en kreeg gelukkig hulp van een toegesnelde omstander, die naar zeggen enige medische kennis had. Hoe ver deze kennis reikte is mij nooit duidelijk geworden. Want toen wij aankwamen was er alleen nog een politieagent. Nog een pijnlijk detail was dat hij 50 meter naast een ziekenhuis lag. Gezien de weersomstandigheden een betere plek dan in een plas water in de winter. Ik kom bij de jongeman aan en vraag heel kort wat er is gebeurd en of hij kan staan. Ondanks een pijnlijke enkel en een pijnlijke flank lukt het toch. Ik leg de jongeman, die je compleet uit kan wringen, in de ambulance en onderzoek hem verder. Als ik alle bevindingen heb vraag ik aan de jongeman waarom hij in die plas water bleef liggen. Dan vertelt hij dat hij is gevallen. Gelijk kwamen er een aantal mensen die hem hielpen. Omdat het regende was dit aantal al snel uitgedund naar 2. Deze mensen hebben hem dringend op het hart gedrukt dat hij plat moest blijven liggen tot de ambulance zou komen. Want je kan dingen erger maken als je je gaat verroeren. Ik begrijp een stabiele zijligging. Ook begrijp ik het als iemand moet blijven liggen. Maar als het heel hard regent en iemand ligt in een plas water kan het soms handiger zijn om te vragen of iemand (zelf) kan verplaatsen. Onderkoeling kan heel vervelende complicaties geven. En dat gaat heel snel als je in de winter in een plas water in de stromende regen ligt. (nu komen wij wel eens meer mensen tegen die heel verbaasd reageren als wij iemand direct laten opstaan, maar binnen de huidige regelgeving en beoordeling is het mogelijk dat we die beslissing maken. Ditzelfde geldt bij ongevallen. Waar vroeger iemand met pijn in de nek in de auto zat, kon hij er op rekenen dat er van zijn auto een cabrio gemaakt werd. Tegenwoordig vragen wij eerst: kunt u uitstappen. Als dit zonder moeite, maar wel gestabiliseerd, lukt, kan de auto blijven zoals hij geleverd is). Maar goed, terug naar de jongeman. Ik vraag hem waar als die mensen zijn gebleven. Hij zegt dat deze mensen allemaal weggegaan zijn omdat het toch best wel hard regende. (en dan laat je een jongen in een plas water achter met de instructie dat hij zich niet mag verroeren...). Hij vervolgt: mijn broer was er net ook al, maar die is even droge kleding halen thuis. Goed vooruit gedacht. Net voordat we gaan rijden arriveert zijn broer weer en kan hij zich even omkleden. Ter controle toch maar even naar het ziekenhuis. Op de ambulance is improviseren een dagelijkse activiteit. Dat maakt het werk ook leuk. Een regel die ik tijdens mijn opleiding heb meegekregen is: treat first what kills first. ofwel: behandel eerst de meest bedreigende letsels. Dan denk ik dat onderkoeling bij mij bovenaan had gestaan in dit geval. Maar ik zal er bij zeggen dat achteraf beoordelen erg makkelijk is. Alleen; iemand in een plas water laten liggen met de instructie niet te bewegen, is alleen maar goed aan het strand in de zomer.
Een doordeweekse morgen. Mooi zonnig winterweer. Ideaal om eens een borreltje te doen bij de buurman. En nog een, en nog een. Dan wil de buurman opstaan maar loopt niet zo stevig. Hij valt en blijft liggen. Schrik alom. Snel 112 bellen want hij reageert niet meer. Ik heb de eer om deze heren bij te staan in hun zorgen. De buurman doet de deur open en verteld snel waar ik de persoon kan vinden. Mijn blik valt op de man en ik zie dat hij rustig ademt. Dat is altijd een goed teken. De alcohollucht kan ons niet ontgaan. Ik krijg mijnheer weer tot reageren en begeleid hem naar de woonkamer. Daar probeer ik een gesprek te voeren over wat er is gebeurd. Tja, luister: ik heb gewoon te veel gezopen. Ja, daar was ik ook al achter, maar ik wil toch weten wat er is gebeurd en of u verder gezond bent. Maar dat vind mijnheer onzin. Ziet u, ik ben gezond, en heb al 5 weken niet gedronken. Ik heb nu een paar biertjes op want ik had wat te vieren. Zo nieuwsgierig als ik dan ben, vraag ik wat er te vieren valt. De avond ervoor was er een vergadering van de VVE en hij is herkozen tot bestuurslid van de VVE. Voor mijnheer genoeg reden voor een feestje. (Ik kan er me niet zoveel bij voorstellen, in de tijd dat ik in een appartement woonde waren die vergaderingen altijd een verplichting). Ik ga niet vertellen dat drank slecht is, dat weet hij zelf ook wel. Hij wil echter een sigaretje gaan roken op het balkon maar ik geef aan dat ik dat afraad. Hij kan niet eens zelfstandig lopen, en als je buiten ten val komt raak je heel snel onderkoeld. Ach daar voel je toch niets van is zijn verweer. Dan ben ik toch bewusteloos. Ik ga een beetje overdrijven. Stel dat je onwel word en alle 6 etages naar beneden valt. Tja: dan ben ik dood.... dat zij dan zo...
Regelmatig komen we op adressen en vragen wij ons af, wie zal er open doen? Of is er sowieso iemand om de deur te openen. Steeds weer een verrassing. De ene keer is het de melder die zelf zegt niet te kunnen lopen. Bij aankomst staat dan wel de deur open maar is de persoon zelf boven op bed gaan liggen en vertelt ze niet te kunnen lopen. Maar u hebt wel de deur kunnen openen...
Soms moet de politie er aan te pas komen om een deur te openen. Of ze zijn er al omdat ze primair meegestuurd worden. Zo komen we bij een verzorgingshuis aan en staat de politie al bij de hoofdingang. Voor een gesloten deur. Het is al avond en we zijn gemeld om een onwelwording. Bij de hoofdingang staan de collegas van de politie driftig te gebaren naar een mevrouw en voeren ze een luidruchtig gesprek. De mevrouw blijkt niet van plan te openen. Gelukkig komt er een bezoeker van buiten af met een sleutel die de deur opent voor ons. Als ik op de lift sta te wachten met de brancard vang ik een paar zinnen op van een gesprek. "en die mensen maar op de deur bonken. Maar ik doe mooi niet open. Toen zeiden ze dat ze van de politie waren. Ze hadden wel een uniform aan, maar iedereen kan wel zeggen dat hij van de politie is. Er word zoveel gewaarschuwd voor mensen die zich ergens binnendringen. Nou, ik heb toch echt die deur niet open gedaan hoor. Van de politie zeiden ze, nou dat kunnen ze wel zeggen, maar ik trap er niet in".