dinsdag 19 december 2017
Oudjaars terugblik
maandag 20 november 2017
zaterdag 21 oktober 2017
Tijd heelt wonden
woensdag 20 september 2017
Dit wil ik niet......
Ga nooit heen zonder een zoen
Wie het noodlot zal ontmoeten
Kan het morgen niet meer doen
Dat doet soms een hart zo’n pijn
Wat je ‘s morgens hebt verlaten
Kan er ’s avonds niet meer zijn
woensdag 23 augustus 2017
Het bevalt...
Ambulance 154, willen jullie gaan naar volgend adres? Het gaat om een bevalling. De dame in kwestie is 3 dagen voor de uitgerekende datum en stond op het punt om naar het ziekenhuis te gaan omdat ze vanwege een medische indicatie in het ziekenhuis moet bevallen. Ik stuur op voorhand een auto met een couveuse achter jullie aan. Verder weet ik niets dus: succes. Ik kijk mijn collega aan en zeg: we gaan het wel zien. Aangekomen op het adres komt er een man gehaast naar buiten rennen. Ja hier naar binnen, en naar de 2e etage. Het is al geboren. OK, duidelijke informatie. Benieuwd naar wat we gaan aantreffen, snellen we ons naar boven waar een jongen van een jaar of 13 ons opwacht. Ja kom maar, hier moet je zijn. Ik stap een kamer in die er uit ziet als of deze mensen midden in een verbouwing zitten. Maar dat later. Op bed ligt een dame met een dikke trui en jas aan. Onderlichaam is ontbloot. Ze lijkt opgelucht als wij binnen komen. Op haar borst zie ik een klein, naakt en nat hoopje mens liggen. Net geboren zo te zien. Het is nat, lijkt wel te ademen en gaat gelukkig huilen als ik het aanraak. De verbinding met moeder is nog volledig intact en de placenta is nog niet geboren. Als eerste dekken we het kindje toe en geven het een mutsje om erge afkoeling te voorkomen. Het kind ziet er qua kleur goed uit en omdat het is gaan huilen maak ik me voor nu even geen zorgen. Eerst maar even afnavelen. Ik vraag of de vader de navelstreng door wil knippen. Deze staat echter onzeker toe te kijken. Voor hem is het de eerste keer dat hij zoiets meemaakt. Zijn vrouw echter heeft nu haar derde bevalling. Nadat de klemmetjes zijn geplaatst knipt vader de navelstreng door. Ik laat het kindje verder op de borst liggen en kijk moeder even na. Ik probeer de situatie in te schatten. Ondertussen zoeken mijn collega's en ik tussen alle spullen naar een kraampakket en meer handige dingen. Maar verder als een paar rollen behang, potten verf, een ledikant die alleen uit de verpakking is gehaald komen we niet. We vragen of ze een verloskundige heeft. Die heeft ze niet meer, zegt ze, omdat het ziekenhuis de zorg heeft overgenomen ivm medische toestand van de baby. Maar u bent toch ooit bij de verloskundige begonnen? Ja dat wel. OK, dan gaan we die bellen. Ook al is het midden in de nacht. Ondanks dat alles goed was voelt het toch erg fijn als even later de verloskundige binnen komt. Tja, wees eerlijk, ze heeft daarin nu net ff wat meer expertise dan ik. Als de placenta even later is geboren gaan we met z'n allen op transport naar het ziekenhuis. Gezien de medische indicatie van een ziekenhuisbevalling moeten deze moeder en kind ook daar maar verder behandeld worden. Daarbij zijn het huis en kinderkamer verre van klaar. Ook al was de uitgerekende datum zo dichtbij, helemaal voorbereid waren deze mensen nog niet.
Bevallingen, het blijven mooie dingen van het vak. Ook al is het soms hartstikke spannend. Wees eerlijk, een geboorte meemaken is geweldig, ook al is het in deze situaties niet eens privé. Ook wel bijzonder als ergens anders de moeder de deur open doet met een kind in de arm wat net geboren is. Gelukkig kwam toen ook gelijk met ons de verloskundige aan zodat die de zorg op zich genomen heeft. Maar soms word je ook door de verloskundige bij een bevalling geroepen. Dat maakt het voor mij spannender, als de verloskundige een ambulance laat komen is er sprake van een of meerdere complicaties. Anders kan ze het zelf wel. Ook die ene keer dat we geroepen worden door de verloskundige. Moeizame bevalling, hartslag kindje gaat achteruit. Bereid je voor op een reanimatie. Slik... We komen binnen en worden snel bijgepraat door de verloskundige. Een die haar strepen al heeft verdiend. Gelukkig is de situatie gestabiliseerd. Maar ze vraagt ons toch ter plaatse te blijven. Midden in de woonkamer staat een groot opblaasbad. Gevuld met water. Het was de bedoeling dat de bevalling in bad zou plaats vinden. Maar omdat het allemaal lang duurt heeft de verloskundige besloten op de bank verder te gaan. Ik heb het een en ander eens bekeken, (nadat alles voor een eventuele spoed setting klaargelegd is) maar ik kan de charme van een bevalling in bad niet helemaal bevatten geloof ik. Ik zal details besparen maar ik kreeg sowieso medelijden met de kraamverzorgster. Dat hele bad moet ook nog leeg. En een slangetje vanaf de 3e etage over het balkon hangen zal door de buren niet gewaardeerd worden. Nadat de bevalling gelukkig goed is gegaan en de placenta is geboren, feliciteren we de ouders. We praten nog even na en besluiten weg te gaan. Opeens maakt mijn collega een sprint. Ik kijk verbaasd. Wat heeft die nu ineens? Rust is een van de belangrijkste ingrediënten voor het goed verlopen van een hulpverlening. En zeker in deze situatie is nu geen sprake van paniek of dat de rust verstoord moet worden. Maar opeens zie ik vanuit mijn ooghoek een kat wegrennen van de plaats waar mijn collega naar toe sprintte. Dat deze mensen katten hadden, had ik al gezien. Die beestjes liepen met enige regelmaat door de woonkamer waar mevrouw aan het bevallen was. Ik kijk mijn collega met een vragende blik aan. Dan wijst hij naar de grond. Daar ligt een zak met daarin de net geboren placenta. Nee, er stond geen 'whiskas' op de zak. Het waren ook geen muizen van een beschuit gevallen. De kat vliegt met grote haast naar een naastgelegen kamer. Tegen mijn collega zeg ik: nou doe niet zo kattig. Onderweg naar de post hebben we hier hard om gelachen.
woensdag 26 juli 2017
Spraakverwarring
Een andere keer begrijpt een mevrouw mij niet. (Toegegeven dat dit wel vaker voorkomt). Haar echtgenoot wordt door ons meegenomen naar het ziekenhuis. Mevrouw wil meerijden wat uiteraard oké is. We lopen met z'n allen richting de lift omdat we bovenin een flat staan. Met een beetje passen en meten passen we er precies in. Mevrouw stapt als laatste in en staat bij het bedieningspaneel. Ik vraag aan mevrouw: heeft u gedrukt? Het is even stil en mevrouw kijkt mij raar aan. Dan volgt het antwoord: eehm, ja, vanmorgen hoezo? Het duurt een moment voor ik het begrijp. Maar dat moet ik toch even hard lachen. Ik zeg tegen de dame, sorry mevrouw, maar ik bedoelde of u op het knopje van de lift heeft gedrukt. Mevrouw word eerst rood, maar moet dan toch hard lachen. Ook dit heb ik nog even een keer herhaald nadat ik haar man had overgedragen op de SEH.
Lachen doen we genoeg op de ambulance. Leuke, merkwaardige, grappige en humoristische dingen komen we dagelijks tegen. Maar ook schrijnende gevallen.
Het is midden in de nacht als we gestuurd worden naar een adres. De buren hebben 112 gebeld omdat ze de (oude) buurvrouw horen gillen. Als wij ter plaatse komen is het stil. De politie is er ook. Die krijgt te horen dat de andere buren een sleutel hebben. Daar aangebeld komt er een slaperig hoofd van een vrouw naar buiten. Is het weer zo ver? Vraagt ze. (...) Hier is de sleutel. We gaan naar binnen en treffen een dame ver op leeftijd aan op het toilet die volledig overstuur is. Ze wil naar huis en naar haar man. Ze vraag of wij ze willen brengen. We leggen de dame eerst op bed en proberen een inschatting te maken van de situatie. Ik kom een dossier tegen van de thuiszorg. Daarin lees ik dat mevrouw erg dementerend is en vaak gedesoriënteerd is plaats en tijd. Waarom woont deze dame nog alleen als ze in dit stadium is? Uiteindelijk wordt mevrouw rustig en valt ze in slaap. Ik maak een aantekening in haar zorgdossier over dit voorval. De rest van de nacht blijft het rustig. De volgende nacht heb ik weer dienst. Halverwege de nacht krijg ik een melding. Ik lees de melding en het adres en lijkt een kopie van de nacht ervoor. Weer gaan we ter plaatse. Zelfde adres, zelfde situatie, zelfde mevrouw. (Alleen nu een kribbige buurvrouw). Mevrouw word weer gerustgesteld en valt weer in slaap. De hele situatie zit me niet lekker. Ik kijk in het dossier of er iets met mijn verhaal is gedaan. Maar ik lees er niets van terug. Wel staat er dat mevrouw overdag opgehaald zou worden door een taxi voor de dagbesteding. Maar de chauffeur is weggereden omdat mevrouw de deur niet open deed (...). Ik moet hier iets mee bedenk ik. Van de politie hoor ik dat wij (ambulance en politie) deze maand al meerdere keren in de nacht en met dezelfde reden hier zijn geweest. Het is nu nacht, wat ga ik hier nu mee doen? Ik zie een contact telefoonnummer en besluit die te bellen. Maar na 4 pogingen heb ik nog steeds niemand aan telefoon. Dan maar het spoednummer van de thuiszorgorganisatie. Ik krijg te horen dat de medewerker niet over deze cliënt gaat. Maar toch zet ik door en geef aan dat er iets moet gebeuren hier. Dat mensen thuis wonen is mooi en kan ik alleen maar aanmoedigen. Maar als mensen mentaal zover achteruit zijn gegaan dat dit niet verantwoord is, moet er wel naar een oplossing worden gekeken. Ze maakt er een aantekening van en belooft haar collega op de hoogte te stellen. Dan bel ik ook maar naar de HAP. Via die lijn wordt er automatisch een bericht naar de eigen huisarts van de patiënt gestuurd. Ik hoop dat het effectief is geweest. Mooi dat mevrouw thuis woont, maar elke nacht geheel overstuur de weg kwijt zijn zodat allerlei hulpdiensten daar moeten komen, lijkt me niet de bedoeling. Schrijnend en triest, deze woorden komen in mij op als ik nog even terug denk aan deze mevrouw.
maandag 26 juni 2017
Uit je dak...
Het leuke an het werk op de ambulance is dat je met allerlei verschillende mensen heb te maken in verschillende omstandigheden. Gedrag van mensen kan enorm veranderen bij sommige situaties. Zo is er een tijdje geleden een voetbalclub geweest die een kampioenschap heeft gewonnen. Ik had de eer om te werken die dag. Mensen gaan volledig uit hun dak op dat moment. Ik begrijp dat mensen blij zijn, maar sommige reacties kan ik echt niet begrijpen. Of wij even willen kijken bij een dame die van een auto is gevallen. Merkwaardige melding, maar we gaan uiteraard kijken. Ter plaatse blijkt dus dat een vrouw van middelbare leeftijd zo blij was met het kampioenschap van de voetbalclub dat ze besloot om met haar naaldhakken op een auto te gaan staan springen. Nu zijn een autodak en naaldhakken niet de meest ideale attributen voor een goede dans. Vooral als daar nog een beetje alcohol bij gedronken is. Niet voor niets dat mevrouw van de auto afglijdt en tussen 2 auto’s terecht komt. Ze heeft haar rug bezeerd, maar desondanks is ze nog steeds in een enorme feeststemming. Ik onderzoek haar en besluit haar naar de ambulance te laten lopen. Om deze te bereiken moest een grasberm overgestoken worden van een meter of 10. Ik leg mevrouw uit dat dit mijn plan is en dat ik haar begeleid. Maar ik had geen rekening gehouden met de dochter. Deze maakt in niet te verstane bewoordingen duidelijk dat haar moeder pijn heeft en absoluut niet kan lopen. Eerst negeer ik haar omdat ik van afstand wel kan zien dat haar alcoholpromillage ongeveer gelijk moet zijn als haar Hb. Maar dat negeren gaat niet helemaal vlekkeloos. Wie ik wel niet denkt te zijn. Ik krijg een serie ziektebeelden naar mijn hoofd waar een patholoog van gaat watertanden. Ze is tenslotte verpleegkundige en weet heel goed waar ze over praat. Maar ik herhaal nog een keer dat ze hartstikke dronken is en ik in haar vakkundigheid ernstig mijn twijfels heb op dit moment. Ze raast nog even verder, maar ik trek me met moeder terug in de ambulance. Een collega van de politie neemt dochterlief even onder zijn hoede. Moeder is van de auto gevallen maar hoeft niet mee naar het ziekenhuis. Dit is ze sowieso toch niet van plan, want er moet nog veel gedronken worden… ik zeg: wat je doet moet je zelf weten, als je maar niet weer zulke stomme acties uithaal als op een auto staan. Verder verloopt de betreffende avond redelijk rustig. Veel meldingen met alcoholintoxicaties, maar daar hadden we al op gerekend.
Samenwerken met de politie, ook een mooie kant van ons werk. Ik werk graag met de blauwe tak van de hulpverlening. Je probeert elkaar te helpen waar nodig en maak gebruik van elkaars expertise. Ik ben onderweg naar een adres waar iemand gestoken zou zijn. Politie is ter plaatse en die verzoekt een ambulance. Als we aankomen ligt er een mijnheer geboeid op de grond. Aangehouden door de politie. De politie verteld dat dhr is aangehouden, en dat er ivm hevig verzet een taser is gebruikt. Machtig mooi apparaat. Alleen wilde het pennetje (met weerhaakje) er niet meer uit. Of ik dat even kon doen. Maar gezien de plaats van het pennetje (net naast een groot bloedvat) en het feit dat zachtjes trekken geen effect heeft besluit ik dat ze in het ziekenhuis maar even moeten kijken. Ooh, gaan jullie hem meenemen? Ja, ik ga dit zelf niet doen in een donkere straat.
Een andere melding betreft een adres waar een dame op de grond ligt. Door de buren is alarm geslagen. Mevr ligt op de grond en kan vanwege haar ziekte niet overeind komen. Niemand van de buren heeft een sleutel. De politie is ter plaatse. In eerste instantie wordt geopperd om de deur open te breken, maar als ik door de brievenbus kijk zie ik mevrouw liggen. Ze reageert op mijn aanspreken. Dan zeg ik tegen de politie dat de deur niet open gebroken hoeft te worden want mevrouw is aanspreekbaar. Als een slotenmaker kan komen is het ook prima en ontstaat er geen schade aan deur en post. Gelukkig gaat het goed met mevrouw en dankzij alerte buren heeft ze op dat moment de hulp gekregen die nodig was op dat moment. Mevrouw vind het allemaal erg genant. Ik probeer haar gerust te stellen. Haar buurvrouw blijft even bij haar. Met een gerust hart laat ik mevrouw achter.
Dat mensen drugs gebruiken is al even bekend. Drugs zijn er in vele varianten. Echter kom je soms wel aparte dingen tegen die mensen gebruiken om in bepaalde geestelijke toestand te komen. Zo worden we gestuurd naar iemand die nootmuskaat gegeten zou hebben. Ik kan me niet voorstellen dat dit lekker is. Hooguit breng ik mijn groente er thuis mee op smaak. Maar de persoon in kwestie heeft een heel potje naar binnen gewerkt. Dit moet met lange tanden gegaan zijn, want alleen de lucht die uit zijn mond komt is al smerig, laat staan dat je een heel potje van die bende moet eten. Na wat informatie ingewonnen te hebben weet ik dat je er flink van kan gaan hallucineren. En dat blijkt wel als we aankomen. Mijnheer is in een totaal andere wereld. Hij vertelt hele verhalen en springt van de hak op de tak. Een groep jongeren heeft de ambulance gebeld maar zij kenden de jongen niet. De jongen echter vertelde dat het zijn beste vrienden waren en hij zijn hele levensverhaal kwijt kon bij hun. Hij vertelt nog een aantal dingen die ik ernstig in twijfel trek. Hij is enorm druk. Gezien de andere bijwerkingen gaat hij toch mee naar het ziekenhuis.



