Bericht aan alle wagens. In verband met een grote telefonie storing zijn 112 en 0900-8844 niet te bereiken. We verzoeken alle voertuigen de straat op te gaan en waar mogelijk te kijken of je wat kunt betekenen. Ik herhaal....
Mijn dienst is net een half uur begonnen en we krijgen dit bericht van de meldkamer. We genoten nog even van de airco op onze post, want het was buiten behoorlijk warm. Maar goed, deze melding verstoort ons momentje maar we gaan de straat op. Zichtbaar voor iedereen, afgestemd met collega's waar we gaan rijden zodat we niet met zn allen op een kluitje rijden. Tja, hoe lang gaat dit duren? Een vraag waar niemand antwoord op weet. Wat we wel weten, is dat het enorm vervelend kan zin als je geen 112 kan bellen. Gezien het aantal meldingen normaal gesproken gaan er best wat mensen in paniek raken.
Door de organisatie word via sociale media en andere kanalen bekend gemaakt hoe de alarmcentrale wel bereikbaar is. Via een oproepsysteem worden collega's thuis gevraag naar het werk te komen. Dit heeft tot gevolg dat er gedurende de storing 70 eenheden paraat zijn in onze regio. Toch iets waar we als collega's best trots op mogen zijn. In welke tak van deze sport iedereen werkzaam is.
Ik verwacht drukte, maar wat me opvalt is alle rust. Hier en daar worden wat ritten uitgegeven. Maar vooralsnog is het rustig. Ik bedenk dat het wel chaos zal worden als alles weer werkt. Maar ook dan blijft alles rustig. Opmerkelijk.
Is de zelfredzaamheid ineens groter geworden nu 112 niet gebeld kan worden?
Gelukkig dat alles rustig is verlopen. Bij mijn weten geen grote missers. Ik vraag me wel af hoe het, anno 2019, kan gebeuren dat er gedurende zo'n lang tijdspanne geen 112 gebeld kan worden? Natuurlijk ben ik nu een stuurman op de wal, maar het zet me wel aan het denken. Alles moet tot in de finesses geregeld worden, en bij een telefoonstoring is er ineens onvoldoende backup. Merkwaardig, laat ik het daar maar op houden. Laat ik in ieder geval niet gaan vingerwijzen.
Al met al is de avond rustig verlopen. Gelukkig uiteraard. Blijkbaar zijn we als hulpdiensten tot veel in staat. Zoveel collega's en mensen die naar het werk kwamen en zich verantwoordelijk wisten van hun taak.
Het was de bedoeling dat, wanneer mensen hulp nodig hadden, zich konden vervoegen bij een hulpdienst die ze maar zagen. Of het nu blauw, rood of geel was, dat word later onderling wel geregeld.
Sommige mensen weten ons sowieso wel te vinden op straat. Ik ben aan het werk en heb een inwerkverpleegkundige bij me. Deze is bijna klaar met zijn opleiding en al helemaal in staat om alle zorg zelfstandig uit te voeren. We hebben een patiënt in de auto die naar het ziekenhuis moet. De inwerkcollega zit achterin bij de Patiënt en ik vervoeg me voorin bij de chauffeur. We zijn bijna bij het ziekenhuis en staan voor een verkeerslicht te wachten. Het is gezellig en we lijken wel een 'stelletje ouwe wijven'.
Opeens word er op het raam getikt bij de bestuurder. Een man met veel paniek in zijn ogen vraagt het raampje te openen. Mijn collega laat het raam zakken en zodra hij ver genoeg gezakt is, krijgt hij een snoezige doek recht voor zijn neus. Tegelijkertijd begint de man een heel onsamenhangend verhaal waar we niet veel van kunnen maken. Maar dat hij hulp wil is wel duidelijk. Als we nog eens in de doek kijken, ligt er iets wat lijkt op een stukje worst. Paar cm lang, rare kleur met bloed er omheen. Dan zien we dat er een nagel aan zit en trekken we de voorzichtige conclusie dat we tegen een vinger zitten te kijken. Ik stap uit en de man neemt me mee naar zijn auto. Ik ben jullie maar gevolgd, en zodoende sta ik nu achter jullie. Mijn collega heeft zijn vinger er af gezaagd en moet naar het ziekenhuis. Tja, dat denk ik ook wel inderdaad. Ik heb echter 1 probleem en dat is dat ik al een patiënt bij me heb. Achterin is geen plaats voor nog een Patiënt. Het ziekenhuis is hooguit 1 km rijden.
De patiënt in het andere busje met 9,5 vinger ziet enorm bleek en staat op het punt om flauw te vallen. Het bloed niet meer en het restant is netjes verbonden. Ik overleg met mijn collega. Als jij nu doorrijdt naar het ziekenhuis. Dan stap ik wel bij het busje in en laat ik die bestuurder wel achter je aan rijden naar de SEH. Dus zo kan het gebeuren dat ik in mijn geel groene uniform in een busje zit waar met grote letters reclame op staat van een of andere aannemer. Een niet alledaagse vertoning. Onze inwerkcollega vertrouw ik de zorg wel toe van de al aanwezige patiënt. Zo gezegd, zo gedaan. Achter elkaar aan rijden we naar het ziekenhuis. Daar neem ik de gewonde man mee in een rolstoel waar ik hem overdraagt aan het personeel op de SEH.
Helaas was de vinger niet meer te redden begrijp ik achteraf, maar ik denk dat we met deze improvisatie goede zorg hebben verleend. Vingerwijzen gaat de man niet meer kunnen met deze vinger.
Een 2e ambulance er bij laten komen had voor beide patiënten vertraging betekend.
Nu ben ik best handig en bouw ik rustig de veranda in mijn eigen tuin, maar ik voel me in een ambulance meer thuis dan in een busje van een aannemer.
woensdag 26 juni 2019
zaterdag 13 april 2019
Wedloop met de dood
We rijden op zuid en krijgen een melding van een reanimatie.
Een melding waar we er veel van krijgen. Onderweg krijgen we van de meldkamer
nog meer informatie. Je bent de eerste wagen, kijk maar wat je kunt doen. Kijk
maar wat je kunt doen? De melding is duidelijk toch? Dan vertelt de centralist
dat de patiënt iemand betreft van 102 jaar oud. Er is echter ter plaatse geen
`niet-reanimatie` beleid aanwezig. Nu heb ik op zich helemaal geen moeite met
reanimeren maar als je de leeftijd hoor vraag ik me toch af, waarom? Begrijp me
goed, een familielid verliezen is altijd een verdrietig moment. Maar we moeten
denk ik op een gegeven moment de dood wel respecteren en iemand moet kunnen overlijden.
Ter plaatse worden we snel gevolgd door de politie en even later de brandweer.
Een heel circus aan hulpverleners die terecht ingezet worden bij een
reanimatie. Eenmaal op het adres (boven in een flatgebouw) worden we opgevangen
door een medewerker van de thuiszorg. We starten een reanimatie op (en eerlijk
gezegd toch met gemengde gevoelens, maar zolang er geen beleid bekend is,
moeten we ten allen tijde starten). Ik vraag snel aan de thuiszorg medewerker
wat er is gebeurd en of mijnheer echt geen beleid heeft. Maar dat laatste word
ontkend.
Ze vertelt dat mijnheer de deur open heeft gedaan. Daarna naar
de kamer teruggelopen is en onderweg in elkaar gezakt is. Mijnheer heeft een
gezond leven gehad. Hij gebruikt nagenoeg geen medicatie en is altijd vitaal
geweest. We zijn met een reanimatie bezig waarbij heel veel technische
handelingen worden uitgevoerd. Ik vraag nogmaals aan de thuiszorg medewerker of
er een map aanwezig is. Die is er maar daar zit alleen een formulier in van de
apotheek met die paar pilletjes die de patiënt slikt. Verder totaal geen
informatie.
De patiënt is inmiddels geïntubeerd (buisje in de luchtpijp)
als ik opeens een telefoon voor mijn gezicht krijg. Het blijkt een digitaal
dossier te zijn van de thuiszorg instelling. Er staat duidelijk dat het de wens
is van de patiënt dat deze niet gereanimeerd wenst te worden. Helaas en erg
jammer. Ik vraag nogmaals, is dit het dossier? Ja klopt, allemaal digitaal he
tegenwoordig.
We stoppen de reanimatie en leggen mijnheer netjes op zijn
bed. Familie is inmiddels gebeld. Een mevrouw komt binnen met een rollator.
Tja, als je 102 bent zijn je kinderen ook al aardig op leeftijd. Mevrouw is
heel realistisch, het is goed zo. Een reanimatie moet wel tot een doel leiden.
Ik kan dat alleen maar bevestigen. En wat is het doel van een reanimatie als je
al 102 bent? Wat verwachten we. Maar goed, deze patiënt had de wens echter wel
kenbaar gemaakt, alleen was deze informatie helaas niet beschikbaar op het
moment dat hij overleed.
Een gemiste kans van de thuiszorgorganisatie. Een digitaal
dossier is volkomen van deze tijd. Echter heeft de ambulancedienst daar geen
inzage in. En als er dan toch een map is waar medicatiebladen in zitten, hoe
moeilijk is het om aan de voorkant van deze map een duidelijke sticker te
plakken met de wens wel of niet gereanimeerd te willen worden.
Nu is iemand overleden en worden er aan het lichaam allerlei
technische interventies uitgevoerd, terwijl deze patiënt op bed gelegd had
kunnen worden waarbij de patiënt en de dood gerespecteerd worden. Helaas…
Een andere dag rij ik met een andere collega en horen we
onze pieper overgaan. We lopen naar de auto en kijken in het scherm wat de melding
is. De melding blijkt uit een andere hoek van Nederland te komen. De melder
maakt zich zorgen over iemand die in onze regio woont en die te veel gedronken
zou hebben en waar ze nu geen contact mee krijgt.
We gaan er naar toe en houden alle opties open. De politie
word op voorhand (om diverse redenen) meegestuurd. Ter plaatse is de politie al
aanwezig en zijn met de hevig emotionele man in gesprek. Van afstand is
duidelijk dat deze man te veel heeft gedronken. Hij word over een paar dagen
opgenomen in een kliniek maar heeft zich nu niet in de hand. Hij word gestalkt
door een vriendin. Dit blijkt de melder te zijn…. Hij is haar zat en neemt
daarom zijn telefoon niet meer op. Tja, hij is goed aanspreekbaar alleen heel
erg dronken. Maar ja, je mag dronken zijn in je eigen huis. Voor zowel de
politie als de ambulance niet direct een reden om iemand mee te nemen. We gaan
met de man in huis, op straat krijgen we teveel bekijks en kan vervelend zijn
voor de persoon in kwestie. In zijn kamer staan enorm veel lege blikken bier.
Hij wil opgenomen worden, maar geen idee waar. Ik denk even
na welke opties ik heb. De huisarts, gaat hier acuut niets kunnen betekenen. De
SEH laat hem zo weer gaan. De acute dienst psychiatrie gaat deze man niet
beoordelen omdat hij onder invloed is. Ik vraag of hij familie in de buurt
heeft. Dat bevestigd hij en hij komt er naar eigen zeggen dagelijks. Maar nu
heeft hij daar blijkbaar geen zin in. Hij doet allerlei pogingen om met de
ambulance mee te kunnen. Hij heeft veel, nee, heel veel gedronken. Ik vraag
hoeveel hij op heeft. IN een tijdsbestek van 20 uur heeft hij het gepresteerd
om 56 (!) halve liter weg te werken. Een prestatie op zich. Ik ben verbaasd dat
hij nog loopt. Maar gezien het gemak waarmee hij de laatste 3 in mijn bijzijn
naar binnen gooit, moet ik hem wel geloven. Ook het aantal lege blikken laat
niets aan verbeelding over. Ik leg hem uit dat ik niet echt weet wat ik kan
doen en dat ik wat overweeg. In een moment van woede gooit hij alle blikken,
asbakken etc door de kamer. Hij beukt op een raam om deze in te slaan, maar een
streng woord houd hem toch tegen. Dan komt hij naar me toe en vertelt dat hij
zeker wel naar het ziekenhuis moet. Hij heeft veel alcohol gedronken en van
alcohol droog je uit. Tja, blijkbaar is er over deze redenatie nagedacht. Maar
ik zeg hem dat hij misschien een punt heeft maar dat hij met 28 liter bier in
zijn lichaam zeker niet uitgedroogd is. Dan word mijnheer boos en rent naar de
keuken. Uit een messenblok trekt hij het grootste mes en snijd in zijn arm. Dan
pakt een van de blauwe collega`s het busje pepperspray en geeft de man een
gezichtsbehandeling. Het duurt maar heel even of het met licht op de grond en
de patiënt is volledig gedesoriënteerd door het vuurwater in zijn gezicht. Nu
neemt de politie hem mee naar het bureau.
Ik heb in middels wel bewondering voor pepperspray gekregen.
Mijn collega en ik stonden zeker niet in de vuurlinie maar voelen wel alle
irritaties die er bij horen. Als we buiten zijn neemt dit gelukkig snel af. Het
zal bet heel beroerd voelen als je dat recht in je gezicht krijg. Ik heb hier
genoeg gezien. We wensen de collega`s van de politie succes en rijden (met raam
open) terug naar de post.
donderdag 28 februari 2019
Ontspoort
Dat wij met ons werk te maken hebben met ongevallen mag
duidelijk zijn. Soms heb ik zelfs het idee dat mensen denken dat we niets
anders doen dan reanimeren en mensen uit verkreukelde auto`s halen. Dit is
echter totaal niet het geval. Natuurlijk hebben we met ongevallen te maken,
maar dit betreft maar een klein gedeelte van ons werk.
Wanneer je echter geroepen word bij een ongeval blijf je je
soms verbazen over de uitkomst. Soms lijkt er niet veel schade, maar als je de patiënt
dan onderzoekt heeft deze toch meer letsel dan je zou vermoeden. Andersom is
ook regelmatig het geval.
Nu hebben we geen strenge winter gehad dit jaar, maar er
zijn toch enkele momenten geweest dat het glad was op de weg. Ik heb dienst en
de temperatuur ligt net boven het vriespunt. De lucht die aan het begin van de
dienst zo helder was, trekt dicht en het word mistig. Mist in combinatie met
deze temperaturen is een gevaarlijk fenomeen.
We krijgen een melding dat er ergens in de regio een auto
uit de bocht is gevlogen. Een niet geheel onverwachte melding. We gaan zo snel
als de omstandigheden het toelaten ter plaatse. Daar aangekomen lopen wat
mensen en ligt er naast een dijkje een auto die een betere staat heeft gekend.
Het is donker, dus geheel overzichtelijk is het nog niet. Er komen wat mensen
naar ons toelopen. Een van deze mensen blijkt de bestuurder te zijn. Hij
vertelt het verhaal dat hij op deze dijk reed, en niet eens zo hard. Maar
opeens was hij de grip kwijt en raakte naast de weg. Gezien het eerste aanblik
van de auto moet deze persoon onderzocht worden. Ik laat hem plaats nemen in de
ambulance en voer een volledig onderzoek uit. Maar wat ik ook meet of vraag, er
zijn geen afwijkingen. Prima zou je denken. Als ik klaar ben vraag ik hem even
te blijven zitten zodat dat ik ondertussen even naar zijn auto kan kijken. Dit
geeft me een idee van de impact waarmee het ongeval heeft plaats gevonden.
Nu heb ik de tijd om de auto ook van de voorzijde te
bekijken. Als ik dat zie krijg ik toch het idee dat het sneller gegaan is dan
vermoed. Het motorblok van deze auto ligt een aantal meter voor de auto. De voorkant
is volledig weggeslagen. Dit is hard gegaan. Ik maak wat foto’s om deze te
laten zien aan de arts in het ziekenhuis. Want deze man mag dan wel geen
klachten hebben, op basis van de impact neem ik hem toch mee voor een volledig
onderzoek. (de kans bestaat dat er inwendig toch wat problemen zijn die zich nu
nog niet laten zien).
Onderweg naar het ziekenhuis laat ik de foto’s aan de jongeman
zelf zien. Hij word even stil en zegt dan: Ik geloof dat ik wel bewaard
gebleven ben. Tja, en deze opmerking kan ik alleen maar beamen. Dit had heel
anders af kunnen lopen. Ons lichaam is niet bestand tegen krachten van deze
grootte.
Een andere melding betreft een aanrijding met een auto versus
voetganger. Ik rij als Rapid Responder. Er is een voetganger aangereden en deze
is niet meer aanspreekbaar. Dit laatste is geen goed teken. Ik ga zo snel
mogelijk ter plaatse. Aangekomen ligt er een man op de grond. Zijn hele hoofd
is bebloed en hij lijkt inderdaad niet te reageren. Omstanders hebben gezien
dat hij zomaar overstak en daarbij is aangereden door een passerende auto. Als
ik de man aanraak reageert hij wel. Wat me opvalt is dat er een enorme alcohollucht
boven hem hangt. Echter een gesprek is (door verschillende factoren) niet te
voeren. De andere ambulance die ter plaatse komt gaat deze man vervoeren. Met
elkaar immobiliseren we deze man zodat hij veilig op transport kan. Ook hier ga
ik de auto bekijken. De auto die deze man aangereden heeft ziet er uit alsof
hij tegen een dikke boom gereden is. De voorruit is volledig kapot. De motorkap
is verkreukeld en 50 cm korter geworden. Het slachtoffer heeft er alle recht op
om veel letsel te hebben.
0Later wordt ik gebeld door de collega van de ambulance die
hem heeft vervoerd. Het enige letsel bij deze man is een hersenschudding en een
gat in zijn hoofd. Tja, ook dit had heel anders kunnen aflopen als we een
inschatting maken op basis van de impact.
Soms kom je in situaties die je niet geheel in de hand hebt
of die ineens heel anders verlopen waar je bij staat. Ik krijg een melding van
een vrouw die aan het doordraaien is. Ze is bij haar ouders en gedraagt zich
raar. Dan agressief en dan ineens rustig. De familie heeft al gebeld met de
acute dienst psychiatrie maar die is nog met een andere melding bezig aan de
andere kant van de regio. Het gaat dus nog wel even duren. De familie is bang
dat het uit de hand gaat lopen en heeft 112 gebeld. We gaan er naar toe met collega’s
van de politie.
Ter plaatse worden we door een ouder echtpaar opgewacht. Dit
blijken de ouders te zijn. Ze vertellen ons dat het `s middags al niet goed
ging. Haar stemming veranderde en ze werd soms om niets heel boos. We gaan naar
binnen en horen haar schreeuwen. Ze is in een aparte kamer met een broer die
haar nog enigszins weet te kalmeren. De ouders zijn bang. We overleggen met de collega’s
van de politie en maken een plan. Ik trek uit voorzorg wat medicatie op. We
maken een plan A, B en C. We wachten eerst op nog andere collega’s van de
politie zodat we wat meer mensen hebben. Mensen in een psychose zijn nogal
onberekenbaar en je wilt niet dat het volledig uit de hand loopt.
Eerst ga ik met de ouders praten. Ik vertel dat we gaan
proberen haar te kalmeren en dan de situatie bekijken. Als het echter niet lukt
zoals we wensen kan het zijn dat ze overmeesterd moet worden. Dit ziet er niet
fijn uit. Echter zijn de ouders begripvol. Ze willen maar een ding en dat is
dat deze situatie voorbij is. Ik ga met mijn collega de kamer in waar mevrouw
zich bevind. De politie blijft in de kamer ernaast maar wel in het zicht. Mevr.
reageert direct enorm afwijzend naar ons en reageert dan agressief en dan weer
rustig. Op een gegeven moment gaat ze op bed liggen. Ik probeer een gesprek om
de situatie en haar stemming in te schatten. Er komt een enorm onsamenhangend
verhaal naar voren wat niets heeft te maken met het hier en nu. Er is geen touw
aan vast te knopen. Opeens springt ze op. Schreeuwt hard en rent door de kamer.
Bij het raam haalt ze uit en slaat het raam kapot. Ze heeft wat kleine
verwondingen aan de hand. Ze schrikt hier zelf van en lijkt wat tot zichzelf te komen. Ze is 5 minuten rustig. Dan springt ze ineens weer op, rent naar het
raam en neemt een snoekduik. Het gaat zo snel dat ik het niet helemaal kan
volgen. Wat er achter het raam stond weet ik niet, maar iets heeft haar sprong
geremd. Hier ben ik enorm blij mee aangezien we op de 1e verdieping
staan. Alleen haar hoofd is door het raam gegaan. Hevig bloedend schreeuwt ze
en rent ze door de kamer. Ik geef aan de collega’s van de politie een sein dat
we deze dame moeten overmeesteren. De wond bloed hevig en voordat er nog meer gebeurd
moet dit veranderen. Voordat ze zichzelf nog meer schade toebrengt moet er ingegrepen
worden. De politie overmeesterd haar en ik geef haar medicatie zodat ze rustig
word. De wond word verzorgd en ze gaat mee naar het ziekenhuis.
IN situaties als deze ben ik enorm blij met intercollegiale
hulp. Met elkaar kun je deze situatie aan. Je probeert het op de meest rustige
manier te doen, echter gaat het niet altijd zoals je zou willen. Dat ik een
enorm bloedende patiënt in de auto heb, had ik vooraf niet voorzien. Als
mevrouw slaapt door de medicatie praat ik even snel de ouders bij die enerzijds
blij zijn, maar aan de andere kant wel geschrokken zijn van deze heftige
situatie. Ik wens ze sterkte en breng mevrouw dan naar het ziekenhuis.
Het is triest om te zien wat er gebeurd als het in het hoofd
niet meer gaat zoals het zou moeten. Een psychose, iedereen kan het overkomen.
Je totaal in een andere wereld bevinden. Beheerst worden door angsten en andere
emoties. Zo erg dat je een bedreiging vormt voor jezelf en je omgeving. Op dit
gebied valt er in Nederland nog enorm veel winst te behalen qua zorg en opvang.
Nu lijkt de zorg te verbrokkelen, maar in de psychiatrie is deze aftakeling het
grootst denk ik.
woensdag 23 januari 2019
Oud en Nieuw
Oud en nieuw is een van de drukste diensten op de ambulance.
Vaak is het een gekkenhuis en rijd je van de ene naar de andere melding. Zo ook
deze keer. Een rustig begin, maar toen het eenmaal middernacht was geweest liep
het storm. Vuurwerkslachtoffers? Ja die zijn er, al heb ik ze in deze dienst
niet gezien. (en mijn vorige oud en nieuw diensten ook niet). Er wordt heel
veel gewaarschuwd voor de gevaren van vuurwerk. Maar het zou goed zijn als ze
dat ook doen voor alcohol. Er vallen
meer slachtoffers als gevolg van overmatig alcoholgebruik dan van vuurwerk. Maar
ja, dat is een politiek issue, ik denk dat alcohol de samenleving ook meer kost
dan de vuurwerkslachtoffers.
Het was onrustig in de stad. Net na middernacht al een
melding van een geweldsincident. Een mooi begin van het jaar met een steekwond
in je voorhoofd. Tja, meestal begin ik het jaar anders. Gelukkig was het
allemaal oppervlakkig en komt het slachtoffer er goed van af. Later in de nacht
nog een incident waarbij een slachtoffer is neergestoken. En dan nog de andere
meldingen in de stad waar collega`s bij geweest zijn. De sfeer is apart.
Onrustiger dan voorgaande jaren.
Vechtpartij in een discotheek. Prima, we zijn al onderweg.
Aangekomen worden we opgevangen door een portier. Die laat ons voor de deur
wachten en zal het slachtoffer binnen gaan halen. Even later blijkt de jongeman
al naar buiten te zijn gegaan. Dan worden we geroepen naar een paar jongens
waarvan een van het slachtoffer blijkt te zijn. Hij heeft flinke tikken gehad
getuige al het bloed op zijn hoofd en gezicht. Ook mist hij een voortand.
Terwijl we aan het praten zijn komt een andere groep naar ons toe die blijkbaar
de tegenpartij is. Met veel geschreeuw en lawaai komen ze naar ons toe en uit
alle bewoordingen blijkt wel dat het bepaald niet zijn vrienden zijn. De sfeer
is grimmig. 20 man duidelijk onder invloed van veel alcohol die nog even revanche
komt halen. Ik ga hier niet op wachten. Snel die ambulance in, zeg ik tegen het
slachtoffer. Tegen de chauffeur zeg ik dat hij maar even 2 straten verder moet
gaan staan voordat het hier uit de hand loopt. Daar kijk ik de jongeman nog
even na en blijken de verwondingen mee te vallen. Hij is naar de stad gegaan om
een feestje te vieren. Dat zal hij zich herinneren. Hij had speciaal een nieuw
pak gekocht voor dit feest. (ik begrijp niet waarom je een nieuw pak koopt als
je naar een discotheek gaat). Hier maakt hij zich nogal druk om, want er zit
bloed en drank op zijn kostuum. Hij heeft zijn ouders gebeld en die komen hem
ophalen. Hij is bang geweest. Nee, dat heeft hij niet gezegd. Maar er verspreid
zich in de ambulance een lucht die alleen maar kan komen doordat je kringspier
van angst even niet meer goed sluit. Als hij gaat staan, geeft een aanblik op
de stoel bevestiging. Tja, daar ga je met je nieuwe pak. Bedankt kerel, voor
het bevuilen van de ambulance. De rest van de dienst zijn we aan je herinnerd.
Een andere jongen is volledig van de kaart door het
overmatig alcohol gebruik. Maar goed, op zich geen reden om door een ambulance
mee genomen te worden. Hij mankeert verder niets en is goed wekbaar. Dat je
jezelf helemaal onderkotst is niet mijn probleem. Ik neem hem mee naar een
taxi, en zegt dat hij die maar moet nemen naar huis. Eerst weigert de chauffeur
(wat ik snap als er iemand met een volledige maaginhoud op zijn kleding mee
wil), maar zijn vriend bied een geldbedrag en ineens draait de chauffeur om. Hij
pakt hem beet, legt hem achterin de taxi en scheurt weg. Tja, als je 6x een
uurloon word geboden kijk je niet zo krap blijkbaar.
Een andere dienst werk ik als rapid responder. Of ik wil
gaan naar die en die weg. Daar staat een auto aan de kant met een dame die last
heeft van pijn op de borst. Ik ga er heen en tref een klein autootje aan waar 2
mensen inzitten tussen heel veel goederen. Maar de betreffende dame zit in een
camper die er achter staat en toevallig ter plaatse was. De bestuurder van deze
camper was zo vriendelijk deze dame even in te laten stappen. Ik kijk mevrouw
na en ontdek geen afwijkingen. Ze is erg gespannen. Dan komt het hele verhaal
er uit. Ze verhuizen vandaag en dat geeft zoveel stress dat ze is gaan
hyperventileren. Dit heeft ze vaker. Ze verhuizen naar de andere kant van
Nederland, want waar ze tot nu toe heeft gewoond is haar slecht bevallen. Terug
naar haar geboortegrond. Maar er zijn nogal wat problemen in haar leven.
Manlief komt op de fiets ter plaatse. Ik zeg dat hij mooi verder kan rijden,
maar hij heeft geen rijbewijs. Pfff, en nu. Dan komt de verhuiswagen langs. Na
een stoelendans is uiteindelijk toch iedereen op weg naar de nieuwe bestemming.
Aan mevrouw wat adviezen gegeven en gezegd vooral vooruit te kijken.
Melding reanimatie. Ik ga zo snel mogelijk ter plaatse. Ik
ben als rapid de eerste ambulance eenheid en word opgevangen door de brandweer.
In een bovenwoning word een man van 82 gereanimeerd. We gaan door met de
reanimatie en proberen zo goed als mogelijk het hart weer op gang te krijgen. Deze
man woont samen met zijn vrouw. De vrouw is echter dementerend en heeft geen
idee wat er zich afspeelt. Wat een sneu verhaal bedenk ik me. Ondanks al onze
inspanning lukt het niet om het hart weer op gang te brengen en besluiten we te
moeten stoppen met de reanimatie. Dat gebeurt wel vaker en is gebaseerd op
protocollen. Ik ga naar mevrouw toe en leg haar uit wat er is gebeurd en dat
haar man is overleden. Het komt niet helemaal binnen. Waar is dat dan gebeurd? Gewoon
thuis? Ooh, echt joh? Ik vraag of ze familie heeft. Ze heeft een zoon, maar
waar die woont heeft ze geen idee van. Aan de foto`s in huis te zien moet er
inderdaad een zoon zijn. Gelukkig weet de politie deze gegevens te achterhalen.
De zoon word gebeld met de mededeling dat zijn vader is gereanimeerd maar dat
het niet heeft mogen baten. Hij zegt zo snel mogelijk te komen. De huisarts
komt ter plaatse voor officiële zaken. Ik laat de zorg aan de huisarts over.
Onderweg naar de post denk ik nog even over de situatie na. Wat een triest verhaal
eigenlijk. Al een hele lange tijd bij elkaar. Je man overlijd plotseling, word gereanimeerd.
Mevrouw heeft geen idee wat er allemaal aan de hand is, laat staan dat ze beseft
dat haar man zo juist is overleden. Daarbij komt dat deze vrouw waarschijnlijk
volledig door haar man werd verzorgd. Ze kan ook niet meer zelfstandig thuis
wonen. Triest. Hopelijk weet de huisarts met de zoon een snelle en goede
oplossing te vinden.HtHte
maandag 26 november 2018
Uitgevallen
Soms kom je als ambulancehulpverlener in situaties waarbij
je denkt: dit is maar net goed gegaan. Of in een situatie waar je breder moet
kijken dan de medische hulp. Maar dat maakt het werk op de ambulance zo leuk. Je
moet breder denken dan je eigen vakgebied en soms ook andere mensen in
schakelen.
We zijn onderweg naar een melding waarbij als belangrijkste
hulpvraag staat: niet normale ademhaling en niet helemaal wakker. Voor een
ambulancebemanning geen reden om te schrikken. Dit kunnen we hebben. We zijn
vroeg begonnen, maar als we deze melding krijgen is de ochtend al bijna
voorbij. Met de gegeven informatie zijn er talloze situaties te bedenken, maar
het is de kunst om er vervolgens weer blanco `in te gaan`. Als we ter plaatse
zijn word de deur open gedaan door de moeder van de patiënt.
Kom alstublieft snel verder want het gaat niet goed met mijn
dochter. Een eerste blik op de patiënt maakt ook niet meteen duidelijk wat het
probleem is. Ze ligt nog op bed in een erg koud huis. Ik onderzoek haar volgens
de bekende methodieken. Ondertussen krijg ik van de moeder wat zijdelingse
informatie. Ze is hier en hier mee bekend en gebruikt deze medicatie. Na
verloop van tijd hebben we genoeg om een conclusie te kunnen trekken. Een paar
dingen die opvallen zijn: ze reageert nauwelijks op ons aanspreken en ze heeft
een bloedsuiker die enorm laag is (lager dan 1). Ook is de temperatuur ver
beneden de normaalwaarde van ons lichaam. De lage suiker en de temperatuur zijn
2 problemen die we op kunnen lossen. Terwijl ik medicatie geef, vraag ik wat er
precies is gebeurd.
Oma vertelt dat ze door haar kleinkind van 4 jaar werd
gebeld via WhatsApp. Toen ze opnam zei dat kind dat ze mama niet wakker kreeg.
Oma is vervolgens naar de woning toe gegaan en trof haar dochter aan in de
toestand zoals beschreven. Het raakt me dat een kind van 4 zo pienter was om
zelf de hulp van oma in te schakelen. Je moet er niet aan denken wat er gebeurd
zou zijn als dit kind dit besef nog niet had. De lage bloedsuiker en de lage
temperatuur gelden beide als potentiele oorzaken voor een reanimatie…
Gelukkig zijn we op tijd en met de hulp van de brandweer
weten we de vrouw uit de woning te krijgen en snel naar het ziekenhuis te
vervoeren.
Een andere melding betreft een heer van 84 jaar. Ik werk als
Rapid Responder en word geroepen naar deze man omdat hij is gevallen en wat bloedverlies
zou hebben. De melding word als A2 uitgegeven, maar omdat het enorm druk is in
de stad is er geen doorkomen aan en besluit ik door te rijden met spoed. In de
melding word niet gezegd dat deze man buiten ligt. Aangekomen ligt mijnheer
aanspreekbaar op de galerij van een flat bij de buren voor de deur. Ik vraag
wat er is gebeurd en hij vertelt dat zijn stroom is uitgevallen in huis en hij
naar de buren ging om de te kijken of zij wel stroom hadden. Dit blijkt ook zo
te zijn. Voor de deur van de buren is hij echter gestruikeld en met zijn hoofd
op de grond terecht gekomen. Het is erg koud buiten dus ik zeg dat we eerst
maar eens naar binnen zullen gaan bij hem zelf. Een uitgevallen stroom (terwijl
beide buren wel stroom hebben) zal vast niet meer zijn dan een aardlekschakelaar
of zekering. In zijn huis is het werkelijk gezellig. Er staan heel veel
kaarsjes te branden en heel veel kerstverlichting. Eerst denk ik nog dat hij
dus wel stroom heeft, maar alle verlichting werkt op batterijen. Mijnheer is
stabiel, dus ik besluit toch even een blik te werpen in de meterkast. Echter,
de aardlekschakelaar is niet gesprongen. Ook zijn de stoppen niet kapot, maar
voor de zekerheid vervang ik ze alle drie voor nieuwe die ik van de buurvrouw
krijg. Maar nog steeds geen teken van stroom. Tja, dan houd het voor mij even
op. Mijnheer is niet ernstig gewond maar moet wel even worden gezien. Ik vraag
of de buren hem naar de SEH kunnen brengen, maar dit lijkt lastig. Mijnheer
vertelt dat zijn zoon niet kan komen want die is net geopereerd aan zijn heup. Tja
dat word lastig. Het is druk en de ambulances zijn schaars.
Ik vraag aan de buren of ik wel een sleutel kan achter laten
van het huis van mijnheer want dan zal ik Stedin bellen om te kijken of die de
storing kunnen verhelpen. Dat is wel mogelijk en al snel is een afspraak met de
netbeheerder gemaakt. Dan besluit ik mevrouw maar even in het ziekenhuis te
brengen. Het ziekenhuis is om de hoek en ze kan niet zelf. Vervoer op maat is geen
optie. Een ambulance laten komen gaat, gezien de drukte, lang duren. Terug in
de woning blaas ik alle kaarsen uit en trek de deur achter me dicht.
Als ik me vrij gemeld heb word ik nog een keer gebeld door
medewerkers van Stedin dat ze voor de deur staan. Mooi, denk ik, sleutel bij de
buren halen en storing oplossen. Er word in ieder geval wel aan gewerkt.
Zaterdagnacht rond een uur of 3. Altijd druk in het centrum van
Rotterdam. Zo ook nu. De een na de andere melding komt binnen en op een of
andere manier is deze nacht elke melding drank gerelateerd. Het begint met een
auto die op z`n dak ligt waarvan de bestuurder foetsie is. Hij moet
verwondingen hebben, gezien het bloed in de auto, maar van de bestuurder
ontbreekt elk spoor. Tja, graag of helemaal niet.
Diverse mensen opgehaald die toch minder goed tegen alcohol
konden dan ze zelf verondersteld hadden. Tja, als het braaksel de volgende dag
nog in je haren zit, moet je mij niet aankijken. Dat is niet mijn probleem.
Dan krijgen we een melding waarbij 2 personen bij betrokken
zijn. Net 18 jaar en voor het eerst in de `grote` stad stappen. Ze wonen een
eind van de stad af en dan komen ze er toch achter dat de mentaliteit in de
stad toch wat anders is dan op het platteland. Kortom, ze worden hardhandig de
club uitgezet waar ze zich bevonden. Dat het niet heel zachtjes is gegaan
getuige al het bloed wat ze op hun kleding hebben. Maar goed, bloed lijkt
altijd heftiger dan het is en bij nader onderzoek lijkt het ook mee te vallen.
De ene persoon is zo dronken dat hij zijn hoofd niet rechtop kan houden en niet
recht uit zijn ogen kan kijken. Om de haverklap valt hij in slaap. Mee naar het
ziekenhuis, deze kan ik niet op straat laten liggen. De ander heeft een
verwonding die gezien moet worden door de arts. Dus ook deze gaat mee. Hij
bevind zich in een tamelijk opgefokt standje en lijkt zijn frustratie op alles
en iedereen te willen afreageren. Regelmatig valt hij uit naar iedereen die
maar binnen gehoorafstand staat. De meest smerige en vunzige woorden komen daar
in voor. Hij geeft aan de mensen die hier schuldig aan zijn te zullen
aanpakken. De manier waarop dit zal gebeuren laat niets te wensen over. Ik
vraag of hij een vriendin heeft. Dit bevestigt hij om vervolgens weer een
tirade af te steken. Ik vraag of hij twijfelt aan zijn geaardheid omdat de
manier waar mee hij zegt de verantwoordelijken aan te willen pakken niet
helemaal overeenkomt met een heteroseksuele leefstijl. Hij kijkt me vuil aan en
blijft erg boos. Ik werp een blik naar voren en zie mijn collega in de spiegel
hard lachen. Succes jongen, ik rij wel. Dan ben ik er klaar mee. Ik geef aan
hen beide naar het ziekenhuis te brengen en geef hem de keuze uit 2 opties. Of
hij houd zich rustig de gehele rit. Of ik zet hem uit de ambulance en dan belt
hij maar een taxi, verwondingen of niet. Je heb je te gedragen. Wat er in die
tent is gebeurd weet ik niet en boeit me ook niet. Je zal er heus niet voor
niets uitgezet worden. Ik kom voor hun gezondheid en je heb je gewoon te
gedragen. Onderweg blijft het redelijk rustig. Af en toe moet ik hem even
herinneren aan de 2 opties, maar uiteindelijk komen we met deze 2 patiënten in
het ziekenhuis aan. Ik denk dat ze voorlopig wel even wachten met uitgaan in de
grote stad.
maandag 29 oktober 2018
Kruidencake
Ambulance 139, kunnen jullie naar dit en dat adres. Betreft een
man van 87 die van de 2e trede van de trap is gevallen. We spoeden
ons ter plaatse en onderweg bedenken we al welk mogelijk letsel we aan kunnen
treffen. De 2e trede is niet zo erg hoog, maar gezien de leeftijd is
en gebroken heup niet ondenkbaar. Aangezien de meeste oudere mensen een tere
huid hebben is huid en hoofdletsel ook niet onwaarschijnlijk. Met deze
vermoeden komen we op het adres aan. Daar staat de deur al open en de
echtgenote van het slachtoffer staat zenuwachtig heen en weer te dralen. Of we
snel mee willen komen naar boven. Als we daar aan komen zie ik een man onderaan
de trap liggen met zijn benen tegen de trap omhoog. Een merkwaardige houding en
hoogst onaangenaam lijkt me. Mijnheer geeft pijn in zijn rug aan. Ik hou zijn
hoofd vast om zijn nek te fixeren. Mijn collega staat op een afstandje en zie
ik al een blik werpen op allen prullaria die in het huis staan. We kunnen
werkelijk geen kant op zoveel spullen staan er in de gang en de andere kamers.
Zelfs de deur is smaller gemaakt om meer tegen de muur te kunnen zetten.
Ik vraag aan mijnheer wat er gebeurd is. `Tja, ik wilde naar
boven en gleed uit op de 2e trede en viel toen helemaal naar
beneden`. Wacht even, u viel van de 2e trede HELEMAAL naar beneden.
Bij de meeste trappen is dat hooguit een centimeter of 50. Nee ik was bijna
boven en bij de 2e ging het mis. U bedoelt de 2e trede
van boven? Ja dat zeg ik. Ooh, ik begin altijd onder te tellen als het over
traptreden gaat. Maar dit verandert het verhaal volledig. Hij is gevallen en recht
achterover naar beneden gevallen. De pijn in zijn rug en nek krijgt gelijk een
iets andere betekenis. Ruim 2 meter recht naar beneden vallen terwijl je bijna
90 jaar oud ben, kan heel veel letsel geven. Ik overleg met mijn collega en
geef aan dat deze mijnheer op de vacuümmatras geïmmobiliseerd moet worden om
zijn wervels te beschermen. Echter, gezien alle spullen die er staan, is dit
een uitdaging op zich. Voor het gemak maar even een halskraag om zodat ik mijn
handen even vrij kan maken om samen met mijn collega ruimte te maken.
Ondertussen de brandweer om assistentie gevraagd zodat de man via het raam naar
buiten kan, want de onderste trap is geen optie door alle spullen en een
traplift. We voelen ons halve verhuizers als we eindelijk de man in het vacuümmatras
hebben liggen.
Vroeger mocht ik nooit op bedden springen thuis, maar hier
in het huis heb ik samen met mijn collega en de brandweermannen een soort van
dans op een 2-persoonsbed uitgevoerd om de man met brancard en al door het raam
naar buiten te krijgen. Wat een klus zeggen we later tegen elkaar. Patiëntenzorg,
improviseren en samenwerking. Het liep gesmeerd.
We komen vaak huizen tegen die zo vol met spullen staan dat
je er normaal al niet eens kunt lopen, laat staan met een brancard en andere
spullen. Nu hoeft iemand echt niet voortdurend met de angst te leven dat er wat
kan gebeuren. Maar stel je zelf wel de vraag, als er iets gebeurd, kan ik dan
geholpen worden in mijn eigen huis…..?
Ik heb nachtdienst in de stad. En Rotterdam is nu eenmaal
een stad waar het leven gewoon doorgaat in de nacht. Een melding in het
centrum. Bij aankomst blijkt het een redelijk luxe hotel te zijn. We worden
opgevangen door de portier. Op kamer … is een mijnheer niet lekker geworden.
Hij trilt enorm en is helemaal nat van het zweet. Tja alles is mogelijk dus
nemen we de brancard en een voorraad attributen mee en lopen achter de portier
mee naar de bewuste kamer. Na kloppen word de deur open gedaan door een jonge vrouw
die slechts gekleed is in een paar kledingstukken van enkele centimeters en
zeer weinig bedekken. Maar ja, het is een hotel en daar komen mensen onder
andere om de nacht door te brengen in een bed, dus zo vreemd is het niet.
Verderop in de kamer zit een man enorm te trillen en te zweten. Hij heeft ook
overgegeven zo te zien. Mijn collega sluit de man aan de monitor en ik vraag
wat er gebeurd is. Mevr geeft aan dat ze een paar dagen in Rotterdam zijn op
stedentrip vanuit de andere kant van Europa. En ja, in Nederland moet je
uiteraard de coffeeshop bezoeken. Dat hebben deze mensen ook braaf gedaan. Een
heerlijke kruiden cake gekocht. De verpakking en het halve stukje krijg ik in mijn
mijn handen gedrukt. Een van de regels die mij opvallen is: wees voorzichtig,
want de effecten kunnen heftig zijn. Begin met een klein stukje. Maar ja, de
helft van het stuk is missende en ik vermoed dat deze helft voor een gedeelte
in mijn patiënt zit en het andere gedeelte in de vrouw. Die reageert ook niet
helemaal nuchter. Dat verklaart heel veel. Mijnheer is heel erg gespannen en
enorm aan het hyperventileren. De klachten zijn begonnen een uur nadat ze de
cake gegeten hebben. Tja, spacecake, vervelend, maar in deze situatie niet
ernstig. Alleen heel erg vervelend.
Gezien alle attributen in deze kamer had de avond anders
moeten verlopen. Er staat speelgoed en aan aantal doosjes waarin gewoonlijk
rubberen jasjes verpakt zitten. Deze worden doorgaans niet gebruikt bij het
koffie met cake nuttigen. Nu gaan ze ongebruikt de tas weer in vermoed ik.
Mijnheer is weer redelijk rustig maar voelt zich nog niet happy. Ingaan op de
avances van de vrouw lijkt niet meer op zijn lijstje te staan. Ik wens ze nog
een goede nacht en we vertrekken weer voor de volgende melding.
Een andere dienst ben ik net begonnen als we een melding
krijgen van een traumatische reanimatie op straat. De plek van het ongeval
betreft een grote kruising. Er kan daar van alles gebeurd zijn. Meer informatie
hebben we nog niet. Bij aankomst staat er een brandweerwagen en diverse politiewagens
op en naast een trottoir. Het is nog geen 300 meter van een brandweerkazerne en
een politiebureau vandaan. Enkele brandweermannen houden een zeil omhoog om
omstanders het zicht op het slachtoffer te ontnemen. Ik kom dichterbij en zie een
paar agenten bezig met hartmassage. Het eerste wat door me heen gaat is: ligt
hij nu op zijn buik of op zijn rug. De armen en benen liggen ook in een rare
houding. Ik vraag wat er is gebeurd en pak mijnheer zijn hoofd vast. Dat voelt
heel raar en dan zie op de tegels bloed en andere substantie liggen wat normaal
binnen een schedel hoort. De agenten geven aan dat mijnheer van de flat is
gesprongen waar we nu voor staan. Hoe hoog is hij gesprongen dan? Tja, hij
woont op de 20e verdieping en daar is ook de melding vandaan
gekomen. Nog een snelle blik over de patiënt, en ik zeg tegen de agenten dat
dit totaal geen kans heeft en we stoppen met reanimeren. We dekken de patiënt af.
Het is een naar gezicht om iemand te zien liggen die van die hoogte op straat
is gevallen. Er zijn 2 mensen die het hebben zien gebeuren. Hier ga ik nog een
gesprek mee voeren want deze hebben absoluut hulp nodig. De emoties zitten bij
hen begrijpelijk erg hoog. Dit gaan ze niet snel vergeten. Ik praat een tijdje
met hen en ze krijgen slachtofferhulp aangeboden.
Tja, het gebeurd veel dat mensen zelf voor de dood kiezen.
De laatste tijd zijn er heel veel meldingen van dien aard. Wat iemand er toe
beweegt kan ik niet begrijpen. Maar dat is misschien maar goed ook. Als ik het
zou begrijpen zou er met mij mogelijk ook iets niet in orde zijn. Het is alleen
erg jammer dat andere mensen hierdoor mogelijk ook getraumatiseerd raken. Een
omstander die iemand ziet vallen. Een treinmachinist die iemand op het spoor
ziet en niets kan doen om een aanrijding te voorkomen. En zo zijn er meer
mensen die ongewild getuige en slachtoffer worden door bepaalde situaties.
Situaties met alleen verliezers. Triest…
woensdag 19 september 2018
Spoed Eisende Hulp(vrager)
Als zorgverlener geef je zorg aan iedereen die zorg behoeft
en op je pad komt. Het kan via je werk of welk ander kanaal ook. Het zit in je
en het is je werk. Maar hoe goed zorgen we voor onze directe naasten of,
sterker nog, voor onszelf? Er word wel eens gezegd dat zorgverleners,
zorgmijders zijn. We bagatelliseren alles en denken dat het allemaal wel mee
valt wanneer het onszelf betreft. Al moet ik zeggen dat er ook andere fases
zijn. Toen ik mijn eerste stage deed op een afdeling oncologie leek het wel of
iedereen kanker kreeg. Na een poosje kun je dit wel relativeren, maar de eerste
paar dagen slaat de schrik je om het hart. Het zal toch niet… Later ga je hier
anders mee om en weet je dat niet iedere pijn een tumor betekent.
De meeste zorgverleners zijn heel gedreven in hun vak. Dit geld
voor mensen in alle gelederen van de zorg. Een aantal mensen gaat hier heel ver
in en die denken zelfs zichzelf objectief te kunnen beoordelen. (al vraag ik me
af hoe objectief je kunt zijn als het over jezelf gaat). Daar bij zijn er ook
zorgverleners die denken dat ze voor bepaalde ziektes sowieso niet in
aanmerking komen, puur om het feit dat ze zelf zorgverlener zijn.
We worden gestuurd naar een adres waar iemand is met pijn op
de borst. Een melding waar het gros van ons werk uit bestaat. Aanrijdend
krijgen we wat meer informatie. Het blijkt om een man te gaan die de 40 nog
lang niet genaderd is.
Het is de kunst om hier blanco in te gaan, want ook jonge
mensen kunnen hartproblemen krijgen. Met dit voornemen komen we aan op het
aangegeven adres. Dit voornemen word al snel omver geblazen wanneer de deur
voor ons open gaat.
- goeie morgen, wat kan ik voor u doen?
- ik ben arts en ik moet naar een PCI centrum (ziekenhuis
welke hartkatheterisatie uitvoert) want ik heb een hartinfarct. Het gaat heel
slecht met mij en je moet me snel weg brengen.
- ok, maar ik wil u eerst even onderzoeken en op zijn minst
een ECG (hartfilm) maken.
- Nee dat moet je niet doen, ik voel me slecht, heb pijn op
de borst en je moet me nu naar het ziekenhuis brengen. Ik ben net flauw
gevallen en voel me erg beroerd.
Mijnheer ziet inderdaad erg wit en heeft grote zweetdruppels
op zijn hoofd. Maar ik stuur geen mensen voor de cardioloog in voordat ik een
ECG heb gemaakt. Flauw vallen kan meerdere oorzaken hebben dan alleen het hart.
- Kunt u op de stoel of bank gaan zitten, dan kan ik wat
dingen onderzoeken.
- Nee, je moet me wegbrengen man, dat zeg ik toch. Ik ben
zelf arts en weet wat er aan de hand is. (dhr is echter geen cardioloog)
- Luister mijnheer, Ik wil u best naar het ziekenhuis
brengen maar dan toch wil ik een en ander onderzocht hebben. Ik kan niet
iedereen zomaar in een ziekenhuis schuiven zonder dat ik weet wat er aan de
hand is. U bent nu stabiel en de kleur trekt ook bij.
Uiteindelijk is het mijnheer gelukt om op de bank te gaan
zitten. Waarna mijn collega een ECG maakt en ik mijnheer verder onderzoek.
Mijnheer is duidelijk niet met de gang van zaken eens en laat meerdere malen
weten dat hij zelf arts is en heus wel weet wat hij mankeert.
Wat is er dan precies gebeurd vraag ik. Dan vertelt hij dat
hij gisteren last van zijn rug had en dat nu doortrekt naar zijn borst. Als ik
wat dieper op de klachten in ga, word de verdenking op problemen met het hart
steeds kleiner. Maar hij kent de protocollen lijkt het, want hij geeft aan dat
hij al bloedverdunners heeft ingenomen en dat hij een spray onder de tong heeft
genomen. En omdat het zulk goed spul is, niet 1 maar 3 tegelijk. Daarna ging
het slechter en viel hij flauw. (Nu ben ik van mening dat iedereen die de spray
beroepshalve toepast moet weten dat je hier enorme bloeddrukdaling van kan
krijgen. Dus ook deze dokter hoort daarvan op de hoogte te zijn). Dat hij flauw
gevallen is, is heel goed te verklaren.
Het ECG is gemaakt en daar staan geen afwijkingen op. Ik
maak dat kenbaar aan mijnheer, maar hij gelooft me niet. Je kan veel zeggen,
maar ik heb echt een infarct. Of een longembolie, komt er dan achter aan.
Aangezien mijnheer zeer ruim in het zuurstof zit, ben ik hier ook niet echt van
overtuigd. Ik geef aan dat ik wel even ga overleggen met een cardioloog.
(misschien dat die hem kan overtuigen). Na het hartfilmpje te hebben
doorgestuurd, neem ik contact op met de betreffende afdeling in het ziekenhuis.
De assistent cardioloog heeft het ECG gezien en geeft aan niets te zien op de
hartfilm. Ik zie niks, de assistent ziet niks en de patiënt zelf is het ecg
lezen niet machtig merk ik op uit zijn vragen. De assistent cardiologie
verdenkt deze man ook niet van een infarct op basis van ECG en mijn verhaal. Ze
geeft aan dat mijnheer op de afdeling mag komen maar niet in aanmerking komt
voor spoed interventie. Zo gezegd zo gedaan. Ik vertel mijn bevindingen en mijn
plan aan de patiënt. Die vraagt: heb je een assistent of een cardioloog zelf
aan telefoon gehad? Ik zeg dat ik de assistent heb gesproken. Dit is de normale
gang van zaken. Dat laat hij mij weten dat dit heel erg dom is en ik met de
cardioloog zelf moet overleggen want assistenten weten niet waar ze het over
hebben. (ik vermoed dat het nog lang geen 10 jaar geleden is dat hij zelf
assistent was). Ik geef aan dat dit nu de gang van zaken is en dat ik mijnheer
niet verdenk van cardiale problemen of een longembolie en dat ik hem presenteer
op de hartafdeling van betreffend ziekenhuis. Waarom op de hartafdeling, vraagt
hij. Daar kijken ze alleen naar het hart. Je kunt beter naar de SEH, want als
ik geen infarct heb, heb ik een longembolie. Luister mijnheer, ik heb u op
basis van klachten aangemeld bij de cardiologie en daar gaan we nu heen. Als er
wat anders blijkt te zijn, word een ander specialisme wel in consult gehaald.
Nogmaals word er benadrukt dat mijnheer zelf arts is en hij heus wel weet wat
hij mankeert. Ik ben tenslotte maar verpleegkundige. Tja, daar heb je een punt.
Het kost moeite, maar ik ben er van overtuigd dat ik correct ben geweest. In
zowel benadering als behandeling.
Moet je me geen bloedverdunners geven? Nou die heeft u toch
zelf al ingenomen? Ja maar dat is jullie protocol. Dat klopt, maar in datzelfde
protocol staat dat je de bloedverdunners oraal of via infuus kan geven. En u
heeft de tabletjes zelf al ingenomen.
We lopen naar de lift en daar bied dhr. zijn
verontschuldiging aan. Ik denk bij mezelf: zou het kwartje dan toch gevallen
zijn? Tja, u bent natuurlijk geschrokken. Ik zeg tegen mijn collega dat hij onder
A2 urgente naar het ziekenhuis kan gaan. (A2 is zonder toeters en bellen). Het
is tenslotte geen acute situatie.
Bij het eerste verkeerslicht staan we te wachten want deze
staat op rood. Mijnheer vraagt aan mij of de weg open gebroken is. Ik kijk hem
aan en vraagt verbaasd, hoezo? Nou, omdat we stil staan. Nou nee, we staan voor
het rode stoplicht. Mijnheer verschiet van kleur, en begint uit te varen. Dus
jij gaat met mij, die een infarct heb, voor een rood stoplicht staan? Maar
mijnheer, ik heb u uitgelegd dat u geen acuut infarct heb en er geen acute
interventie gaat plaatsvinden. Dat is ook de reden dat we niet met spoed naar
het ziekenhuis rijden. Maar ik zeg je toch dat ik een infarct heb en je gaat
voor een rood licht staan? Ja, geef ik aan, spoedrijden geeft ook risico`s en
als het niet nodig is, doen we dat niet. De spanning is om te snijden.
Opeens pakt hij zijn telefoon en belt het ziekenhuis waar
naar we op weg zijn. Via de centralist word hij doorverbonden met de assistent
cardioloog. Hij zegt dat hij de cardioloog zelf moet spreken, maar de assistent
geeft aan dat dit nu niet kan. Dan volgt er een verhaal dat hij in een
ambulance ligt en een hartinfarct heeft en dat het ambulancepersoneel weigert
om met spoed te rijden. Ik hoor dit gesprek aan, want ik zit naast hem. Ik hoor
de assistent zeggen dat er van een infarct en dus spoed geen sprake is en dat
zij niet kan beslissen voor het personeel van de ambulance om wel of niet met
spoed te rijden. Hij hangt op en legt zich er bij neer. Dit duurt echter 2
minuten. We staan voor het volgende rode licht. Weer zegt hij: dus je gaat weer
met mij voor het rode licht staan wachten? Ik geef bevestigend antwoord en zeg
dat ik heb uitgelegd waarom.
Iets sneller dan de eerste keer grijpt hij naar zijn
telefoon en weer laat hij zich via de centrale van het ziekenhuis
doorverbinden met de cardioloog. Weer krijgt hij de assistent aan telefoon. Dan
geeft hij aan dat hij de cardioloog MOET spreken. De assistent geeft weer aan
dat zij die taak heeft en dat hij met haar kan overleggen als hij dat wenst.
Dan briest hij: ik lig met een hartinfarct in de ambulance en weer staat die
ambulance voor een f*cking rood licht. Zeg tegen die mensen van de ambulance
dat ze doorrijden en er een spoedrit van maken. Maar de assistent cardioloog geeft aan
dat ze dit niet kan en niet wil doen omdat er geen noodzaak voor bestaat. Het
laatste stukje van de rit word zwijgend vervolgd. Ik vul mijn administratie in.
De monitor geeft geen verontrustende waarden en mijnheer ziet er ook al weer
beter uit.
Als we de ambulancesluis in rijden sneer hij naar me: Nou, je zal
ook niet even vragen hoe het met me gaat. Even sta ik perplex. Dan geef ik als
antwoord: U zit bijna de gehele rit te bellen. Alle waarden zijn goed, u ziet
er goed uit. Wat wilt u nu van me?
Je gaat hier meer van horen. Jij bent totaal ongeschikt voor
je vak. Tja, dat is uw mening. Foutloos ben ik zeker niet, maar in het vakje
ongeschikt wil ik mezelf eigenlijk ook niet plaatsen. Ik begrijp sommige frustratie
zeker wel, maar als je niet open staat voor een normale verklaring houd het echt
een keer op. En zeker van een zogenaamde professional mag ik wel een klein
beetje verwachten dat hij het begrijpt.
Lopend door de gangen van het ziekenhuis, vraagt hij wat ik
wel niet denk. Je denkt toch zeker niet dat ik aan het hyperventileren ben?
Nou, als ik eerlijk ben, denk ik dat wel en is dat mijn belangrijkste diagnose.
Doe normaal man, ik ben zelf arts. Tja, alsof dokters niet kunnen
hyperventileren. Alle redelijkheid en objectiviteit is in ieder geval verdwenen.
Maar goed. Op de afdeling draag ik mijnheer over aan het personeel aldaar. Als
ik de kamer uitloop hoor ik hem tegen het personeel zeggen welke onderzoeken
hij verwacht en dat hij zo snel mogelijk de cardioloog wenst te spreken.
Ik zucht, maar nu is het aan het ziekenhuis om hem verder te
behandelen. Mijn nachtdienst zit er op. Al met al heeft dit best wat energie
gekost. Ik ga naar huis en duik mijn bed in.
Abonneren op:
Posts (Atom)


