woensdag 17 juni 2020

Suikerboer



Een bezorger van een apotheek in Rotterdam moet op een adres medicijnen bezorgen. Als hij ter plaatse is, kan hij zo naar binnen doordat de buitendeur open staat. Op de etage aangekomen belt hij aan bij het betreffende huis. Het enige respons wat hij krijgt is, dat er iemand roept dat ze dood wil en dat hij weg moet gaan. De bezorger schrikt en belt 112. Wij komen ter plaatse en luisteren naar het verhaal van de bezorger. Achter de deur horen we een mevrouw roepen. Zolang deze mevrouw roept is ze in ieder geval nog bij kennis, denk ik dan. Ik klop op de deur en vraag of ze wil openen. Maar op elke vraag die ik stel krijg ik een antwoord die totaal niet logisch is. Na een kwartiertje besluiten we dat dit niet op schiet. We bekijken de deur en zien dat het smalle ruitje er wel eens uitgehaald is. Met enige moeite lukt het ons om dit ruitje opnieuw te verwijderen zonder deze kapot te maken. Hierdoor hebben we een opening van een cm of 20. Ik zie mevrouw lopen en deze maakt nogal een verwarde indruk. Zowel mijn collega als ik proberen door het ruitje naar binnen te komen, maar dit lukt helaas niet. (nee dit ligt niet aan mijn omvang, maar het ruitje is gewoon te smal….). 

De inmiddels gearriveerde politie probeert het eveneens, maar ook dit heeft geen resultaat. Tot tenslotte politieagent nummer 4 zegt dat het hem gaat lukken. Maar als ik hem zo eens bekijk, denk ik, tuurlijk man, jij wel. Ga jij lekker voor gek staan voor ons. We hebben het allemaal geprobeerd en jou gaat het lukken. Wat denk je zelf. Maar nadat zijn koppel afgegaan is, loopt hij naar de deur, en in minder dan 1 seconde staat hij binnen. Niet hij, maar ik heb nu een deuk in mijn ego opgelopen en daarbij ben ik heel pijnlijk geconfronteerd met mijn grenzen… Maar goed, ik ben de collega van de politie enorm dankbaar, want hij kan binnen opzoek naar sleutels. Mevr weet niet waar ze zijn en maakt nog steeds een verwarde indruk. Dit kan vele oorzaken hebben en inmiddels weet ik dat mevr diabetes patient is. Ik roep haar naar de deur en meet de suikerwaarde. Deze is veel te laag. Daar de agent nog geen sleutels heeft gevonden, besluit ik dan de therapie maar vast op te starten via het raam. Ze steekt haar hand uit en ik kan een infuus aanleggen en glucose geven via dit infuus. Het ziet er allemaal wat merkwaardig uit, maar het doel is bereikt. Niet veel later is de deur open en kan ik een plan maken voor een verder beleid. Een situatie waarbij je moet improviseren op een vreemde situatie. Maar ja, dat maakt het werk leuk!

Huisdieren, gezellig, aardig en lief. Ik heb er zelf niet veel mee. Tenminste, ik vind een hond prima, maar de honden die ik leuk vind verdienen de ruimte en aandacht die ik ze niet kan bieden. En bovendien heb ik mijn handen al vol aan mijn 3 kinderen. Bij sommige mensen gaat de liefde voor dieren wel heel ver. Zo kom ik bij een woning waar iemand met benauwdheidsklachten 112 heeft gebeld. Ik kom binnen en de eerste indruk is, dat het er enorm smerig is. De lucht die er hangt doet vermoeden dat het om veel dieren gaat. Ik bekijk de woning en zie niets anders dan katten. Het behang  heeft een kattenmotief. Ik denk wel 3000 kattenfotos, beeldjes, en allerlei andere prullaria waar katten op afgebeeld kunnen worden. Midden in de woonkamer een bed waar mevrouw op ligt. Een de rand van het bed hangen 3 kattennestjes die er ook uit zien alsof er regelmatig gebruik van gemaakt word. Ik kijk mevrouw na en gelukkig hoeft ze niet mee naar het ziekenhuis. Ik vraag haar naar haar kattenliefde. En dan komt er een heel verhaal los. Ze heeft er een stuk of 10 en daarbij komen er via het kattenluikje nog veel buurtkatten `op de koffie`. Er slapen er steevast 4 bij haar in bed en de anderen op een bed in de logeerkamer. Door het huis staat een compleet parcours aan kattenbakken en voerbakken. Ik ben in principe niet allergisch voor dieren, maar wanneer ik deze woning verlaat, heb ik het idee dat mijn hele lichaam jeukt en nies ik het eerste uur tot ik er hoofdpijn van heb. Even terug naar de post voor een nieuw shirtje…

Hyperventileren, een zeer veel voorkomende aandoening. En het lijkt wel of het nu, omdat de corona beperkingen afnemen, meer voorkomt. Drie gevallen in een dienst kan zo voorkomen. Uiteindelijk heeft het een oorzaak. En het is de kunst om te achterhalen wat de oorzaak is. Ik probeer mensen in ieder geval gerust te stellen dat het voornamelijk vervelend is. In de meeste gevallen lukt het wel om mensen weer in een rustig ademritme te krijgen waarbij klachten afnemen. Soms is de oorzaak duidelijk. Als je op bed ligt en om 3 uur `s nachts met een hele grote knal je voorruit van de woonkamer aan diggels ligt, begrijp ik heel goed dat je gaat hyperventileren. 
We moeten naar een meisje van 16 met ademklachten. (het meest voorkomende symptoom van hyperventileren). Bij binnenkomst zit er een meisje op een stoel die een keer of 30 per minuut ademt. Dat deze ademhaling niet effectief is, mag duidelijk zijn. Als ik naar haar toe loop, valt ze spontaan op de grond. Echter is van flauwvallen nu zeker geen sprake, dus vraag haar terug op de stoel te gaan zitten. Door op haar in te praten probeer ik haar ademhaling weer in een normaal ritme te krijgen. Dit gaat deze keer zeer moeizaam, ofwel, het lukt gewoon niet. De aanwezige familie bemoeit zich er mee en geeft ondertussen instructies die haaks staan op de mijne. Ik vraag ze vriendelijk of ze zich uit deze ruimte willen verwijderen zodat ik in alle rust met mijn collega kan doen wat ik moet doen. De familie verlaat de kamer…. Om vervolgens na 1 minuut weer terug te komen. Daarna geven ze mij heel veel advies over hoe ik dit moet aanpakken. Want de vorige keer was er een andere ambulance. En die mevrouw zei tegen patient dat ze rustiger moest ademhalen en dat werkte. Tja, volgens mij ben ik dat al een half uur aan het proberen. Familie laat duidelijk blijken dat ik het niet goed doe en roept van alles door elkaar. Op deze manier kan ik niet werken en is de kans op resultaat erg klein. Ik vraag aan de familie waarom ze 112 gebeld hebben, als ze zelf toch veel beter weten wat er moet gebeuren. Prima als je het zo goed weet, maar doe het dan ook gewoon zelf en val mij niet lastig met je nietszeggende commentaar. Begrijp me goed, ik sta open voor feedback, maar mij dwarsbomen gaat niet werken. 
Het heeft inmiddels al een hele poosje geduurd, en ik kom tot de conclusie dat ik dit probleem hier thuis niet ga oplossen in deze situatie. Dan maar iets rustgevends. Dit heeft echter wel tot gevolg dat ze mee gaat naar het ziekenhuis. Moet dat echt? Word er gevraagd. Ja dit moet echt. Mijn collega trekt wat medicijnen op met een spuit. Bij het zien van de spuit is de hysterie compleet. Maar ja, van medicatie ga je niet winnen en enkele ogenblikken later is de patient in kwestie bijzonder rustig en ze slaapt zelfs wanneer we de SEH binnenrijden. Ik geef geen garantie, maar als de familie mij een kans had gegeven, had waarschijnlijk dit hele bezoek aan het ziekenhuis niet nodig geweest. 
Maar ja, soms gaan dingen nu eenmaal gewoon anders dan gepland.

dinsdag 28 april 2020

Koffiedik kijken


Koffie word door veel mensen en op vele manieren genuttigd. Je kunt het ook gebruiken om een bepaalde smaak aan iets toe te voegen. Zelf ben ik groot verbruiker van dat zwarte goedje, puur omdat dit mijn opstarten van de dag versnelt. Een tijdje geleden ben ik er achter gekomen dat je dit zwarte goud ook voor andere doelen kan gebruiken. Een patiënt vertelde mij dat het als bloedstelpend middel gebruikt kan worden. Ik kun je vertellen, dat zag er alles behalve goed uit. Ook de steriliteit komt daarmee aardig in het geding. 

Wij zijn onderweg naar een man die gevallen zou zijn. Deze man heeft volgens de melding een grote hoofdwond. Aangekomen op het adres, worden we opgewacht door een man van Zuid-Amerikaanse afkomst. Hij neemt ons mee naar binnen, waar in de gang een andere man ligt met dezelfde roots. De man beweegt en reageert, wat in ieder geval al een positief teken is. Maar om de man heen ligt een zwarte substantie op de grond. Ik zeg tegen mijn collega, deze man die ligt er al even zo te zien. Het bloed is allemaal zwart en gestold. Een ander ding wat me opvalt is de enorme koffie geur. Naast de man staat een lege pot oploskoffie van een bekend koffie merk. Of Egbert echt heeft bedoeld dat het op een hoofdwond geDouwd moet worden betwijfel ik. De man op de grond heeft lang zwart haar. Ik zie echter geen bloed meer, maar een vieze bruin/zwarte substantie. Het eerste wat bij me opkomt is: die heeft met zijn hoofd door het riool geroerd. Maar zijn broeder vertelt dat hij gevallen is en een hoofdwond had. Van zijn Colombiaanse oma heeft hij geleerd dat koffie het bloeden stelpt. Dus het potje Douwe Egbert oploskoffie uit de kast gehaald en geheel leeg gekieperd over het hoofd van het slachtoffer. Die zat blijkbaar met zijn handen in het haar, want ook die zijn bedekt met een bruine substantie. Gelukkig is het bloeden inderdaad gestopt. Of dat echter door de koffie komt, betwijfel ik. Maar goed, doel is bereikt. Hij gaat mee naar het ziekenhuis waar ze hem na kunnen kijken en met een beetje goeie wil ook wel een lekkere spoeling kunnen geven. Ik ga op de SEH maar even op zoek naar een kop koffie. Maar dan zonder bloed.

Motorrijden is heerlijk. Het risico is echter wel groter dan bij het besturen van een auto. Ten eerste val je bij enige instabiliteit sneller om dan in een auto. En ten tweede ben je nog meer dan in een auto afhankelijk van de oplettendheid van medeweggebruikers. Maar ook onder de motorrijders zijn er die een heel (te) groot hart hebben. 

Het is nacht en ik krijg een melding van een ongeval. Het is vlakbij de post dus we zijn er heel snel. Echter op de plaats van het ongeval is niets te zien. We rijden nog een keer terug en dan zien we iemand aan de andere kant van de sloot met een lampje zwaaien. We stoppen en vragen of hij het slachtoffer is. Maar hij ontkent dat en wijst naar beneden in een laaggelegen sloot. Nu zie ik dat er in het donker iemand in de sloot staat. Ook zie ik het silhouet van verlichting van een voertuig onder water. De man in de sloot staat tot halverwege zijn borst in het water. De wal is steil en hoog en hij geeft aan dat hij niet op zijn ene been kan staan en dat zijn schouder `verrot` zeer doet. Maar ja, ik denk even na. Zo lang hij in de sloot staat kan ik niets beginnen. Hij is aanspreekbaar en dat is voor nu voldoende om te concluderen dat hij (voor nu) stabiel is. Ik heb echter geen zin om in de sloot te springen om hem te kunnen helpen. Dus samen met mijn collega trekken we deze man met een laken uit de sloot. Erg comfortabel schijnt hij hieronder niet te zijn. Maar ik beloof hem goede pijnstilling wanneer ik hem (droog) kan behandelen. Ik vraag wat er is gebeurd. Hij geeft aan dat hij wat mot had met een autobestuurder en daarbij hebben die twee elkaar geraakt. Hierdoor is hij in onbalans geraakt en via een boom in de sloot beland. Als ik vraag hoe hard hij reed en hij daar een antwoord op geeft kijk ik hem even aan. Ik zeg tegen hem: als jij werkelijk met die snelheid tegen een boom bent geklapt, dan mag je blij zijn dat je alleen maar een gebroken heup en schouder heb. Maar hij doet hier nogal nonchalant over. Ik geef hem de beloofde pijnstilling en hierdoor heeft hij half slapend de rit naar het ziekenhuis doorgebracht.

Covid-19 ofwel het nieuwe Coronavirus. Er is al heel veel over gesproken en geschreven. Ook binnen de ambulancedienst hebben we hier mee te maken. Bewezen besmette mensen, verdacht besmette patiënten. Is een onbekende sowieso nog wel veilig? We komen overal en bij iedereen. De 1.5 meter regel is niet toe te passen, want bij een lichamelijk onderzoek sta je dichtbij de patiënt en raak je deze aan. Het beleid rondom beschermingsmiddelen word bijna dagelijks aangepast zodat je soms door de bomen het bos niet meer ziet. 

Ik schrijf dit vanuit mezelf, op persoonlijke titel. Maar al die wisselende berichten maakt je onzeker. Wanneer ben ik aan de beurt? En van wie ga ik het krijgen? Want dat ik het ga krijgen stond voor mijn vanaf het begin al vast. Je werkt in zoveel verschillende omgevingen. Je krijgt zoveel verschillende mensen te zien. En daarbij zijn de symptomen voor iedereen toch net weer een beetje anders. Een bepaalde nuchterheid is wel op zijn plaats denk ik. Gelukkig herstellen de meeste mensen gewoon van dit virus. En daarbij doet de media geen goed aan berichtgeving. Er zijn jonge mensen die het niet redden. Dit betreur ik ten zeerste, maar gelukkig zijn dit uitzonderlijke gevallen. Daarbij worden er cijfers naar buiten gebracht die mij niets zeggen. Absolute getallen van het aantal doden. Hoge cijfers helaas. Maar ook het aantal besmettingen. Maar wat zegt mij dat laatste? Helemaal niets. Dit gaat over mensen die getest zijn. En zeker in het begin is men zeer terughouden geweest met het testen van patiënten. Dus deze verhoudingen kloppen mijns inziens niet. 

En ja, toen was daar het moment dat ik me niet lekker voelde en ziek werd. Hoe en wat, doet er hier niet toe. Het heeft uiteindelijk een aantal weken geduurd voordat ik me weer helemaal de oude voelde. Het hakt er in, dat wel. Ik heb ook gezegd dat het voor de meeste mensen een gewone griep is. Maar nu concludeer ik: of ik heb nog nooit griep gehad, of het is toch wel een aardig tikkie pittiger dan een griep. Maar heb ik nu de milde variant gehad of niet? Nee, ik ben niet getest. Dat werd niet nodig geacht op dat moment. Ik was te vroeg ziek. Dit vind ik zelf nogal jammer. Later is het beleid aangepast en kunnen collega`s op de ambulance gelukkig wel getest worden.  
Mijn gezinsleden zijn ook ziek geworden zodat het een grote ziekenboeg was. Maar uiteindelijk kan ik alleen maar zeggen dat ik blij ben dat dit het voor mij was. Of ik genoeg immuniteit heb opgebouwd om een 2e besmettingen te kunnen voorkomen weet ik niet. Maar iets van immuniteit zal er toch zijn en dat voelt fijn. Ik heb mezelf afgevraagd waar ik het heb opgelopen. Ik heb een aantal dagen eerder een patiënt gehad die (wat ik een dag later hoorde) positief getest is. Heb ik het van hem? Hij had geen corona klachten. En waarom is mijn collega dan niet ziek geworden? Die is toch ook bij die patiënt binnen geweest. Of heb ik het gewoon in de supermarkt opgelopen? Ik weet het niet. 

Er is een enorm grote belasting op ons zorgstelsel ontstaan. IC capaciteit welke onder grote druk staat. Ik heb mezelf aangemeld voor diensten op de IC. Vanuit de samenleving enorm veel steun en waardering. Je krijgt van alle kanten complimenten en opmerkingen. Je word overladen met natjes en droogjes. Maar eerlijk gezegd voel ik me er soms behoorlijk ongemakkelijk onder. Waarom? Ik ben geen zorgheld. Frontline? Ja, misschien ben ik soms de eerste persoon die een patiënt ziet. Maar uiteindelijk heb ik jaren lang opleidingen gevolgd om ambulanceverpleegkundige te worden. En nu doe ik dat werk. Ik doe werk wat ik leuk vind, waar ik voor geleerd heb en waar ik goed in ben. En dat er nu meer nadruk word gelegd op isolatie en andere dingen. Uiteindelijk is het mijn vak wat ik uitoefen. 

Ja, ik heb ook bloemen gekregen. Maar dan denk ik bij mezelf: een heel mooi gebaar en het word uiteraard gewaardeerd. Maar eigenlijk is het schrijnend. Waarom? Er zijn mensen waarvan het kweken van bloemen hun levenswerk is. Waar ze hun inkomen van krijgen. Die afhankelijk zijn van de opbrengst van bloemen en planten. Maar door alle maatregelen worden de planten weggegooid en omdat dit zonde is, worden ze uitgedeeld. Nogmaals, ik was blij met de bloemen. Maar ik heb meelij met de kweker. Kan hij zijn bedrijf nog blijven runnen?

Een bonus voor zorgpersoneel omdat de tijden zo druk zijn? Nogmaals, ik doe mijn werk waar ik voor heb geleerd en probeer dit zo goed mogelijk te doen. Het kabinet pleit voor een bonus. Mooi gebaar, maar mijn baan blijft wel bestaan. Ik heb over een jaar nog werk. Hoeveel mensen zijn er waar dit ineens heel onzeker voor geworden is? Hoeveel mensen gaan er komende tijd aankloppen bij het UWV. Bewaar die bonus en zorg dat al deze mensen kunnen blijven rondkomen! Als hulpverlener kom ik niets te kort. Heb een mooi vak en blijf dit ook doen. 

Schrijnender zijn de patiënten. Ik heb een reanimatie gehad van iemand van nog geen 50 jaar. Gelukkig heeft de reanimatie mogen lukken, maar hoe hard is het als je tegen de echtgenoot moet zeggen dat hij niet mee mag naar het ziekenhuis i.v.m. de Corona maatregelen. 

Mensen die stikbenauwd in je ambulance liggen en opgenomen worden in het ziekenhuis. Gezien de voorgeschiedenis of leeftijd vraag je je nu al af of ze daar nog ooit uit komen. Wat zeg je dan tegen een partner die achter moet blijven? Het kan wel de laatste keer zijn dat ze elkaar zien…

Het is heel makkelijk om tegen de maatregelen te ageren. Maar bedenk, het kabinet en de medici weten ook nog veel dingen niet en proberen maatregelen te nemen die op dat moment het beste lijken. Deze beslissingen zijn gebaseerd op onderzoeken. Laten we dan allemaal alsjeblieft deze maatregelen volgen!

maandag 17 februari 2020

De foto met de scheur...

Roerloos ligt het op tafel. Alsof het slaapt. oogjes dicht. Mooie krullen. Haar huid wat lichter dan gewoonlijk. Onwerkelijk. Om haar heen allemaal spullen die stil getuigen van de tragedie die zich hier zojuist heeft afgespeeld. De nachtmerrie van elke ouder. De schrik van iedere hulpverlener. De melding waarop iedere chauffeur iets harder gaat rijden. De melding waarbij de adrenaline van de verpleegkundige nog wat hoger zit. Waarbij je 3x vraagt of we er al bijna zijn. En waarbij je vooral hoopt dat het niet waar is. (omdat het gelukkig bij veel van deze meldingen niet waar is en wat anders blijkt te zijn).
Als je pieper gaat, net voordat je dienst afloopt, baal je aanvankelijk. Jammer, weer overwerk. Maar gelijkertijd kraakt de portofoon: jongens, kinderreanimatie. Shit, het zal toch niet, denk je. Het is vlakbij de post en we zijn er dichtbij. De melding in het scherm doet de hoop (dat het misschien iets anders is) vervagen. 
Je denkt niet meer aan tijd. Je denkt niet meer aan overwerk. Je vraagt ja alleen af: wat ga ik aantreffen en wat is er gebeurd? En laten we hopen dat we succes hebben zometeen. 

Als we de straat inrijden pak ik spullen en ren naar de betreffende woning. In de deuropening komt moeder me tegemoed. Op haar armen een (te) slap kindje. In 1 oogopslag zie je, dit is niet goed. De blik in de ogen van die moeder ga ik nooit vergeten. De angst, de wanhoop, maar ook hoop omdat wij er aankwamen. De mensen in het geel en groen die professioneel  zijn. Die weten wat ze moeten doen. Die zo rustig blijven. Ik heb mijn handen vol dus zeg tegen haar: leg het op de eettafel. Daar hebben we ruimte, licht en overzicht. 
We starten een reanimatie op. Bij volwassenen komt dit vaak voor en daar doe je het soms bijna met automatisme. Maar dit is raar. Te klein, het kan niet. We worden al heel snel bijgestaan door collega's van een andere ambulance. Ook andere disciplines (politie, brandweer etc) melden zich en vragen of ze wat kunnen betekenen. Ik ben enorm blij dat ik op een gegeven moment de OVDG (officier van dienst) ter plaatse zie. Deze begeleid de ouders op een hele mooie en nette manier! Voorziet ouders van informatie zonder ze valse hoop te geven. Ik zie een burger die in de buurt woont. Ik herken hem omdat hij als professional in een ziekenhuis werkt. Ik vraag hem te blijven, want zijn kennis kan ik misschien wel gebruiken.  
Ook het MMT komt ter plaatse. Ik ben blij ze te zien. Met z'n allen zijn we bezig. Hard bezig. Er word weinig gepraat, maar des te meer word er gewerkt. Het is bijna stil in de kamer terwijl we bezig zijn. De tijd loopt door. Elke minuut dat we bezig zijn, maakt de kans op succes kleiner. Elke minuut dat we bezig zijn maakt de realiteit harder. We overleggen met elkaar wat we nog kunnen doen, maar we hebben geen opties meer. We zijn een uur bezig en de kans op slagen is nihil.
We komen steeds dichter bij het onvermijdelijke moment. Het liefst stel je dat nog even uit. De ouders die, ondanks dat ze het eigenlijk al weten, hoop hebben. Want we zijn nog bezig. Hun kindje wat alleen maar een griepje had. Die ze gewoon, zoals elke ouder zou doen, in bed gelegd hebben. De ouders die 2 uur later hun kindje overleden in bed hebben aangetroffen. 
We overleggen met elkaar en laten de ouders bij het hoofd zitten op het moment dat we gaan stoppen. Dat moment dat je je spullen neerlegt. Dat je daadwerkelijk stopt met de reanimatie. 
Ik zie 2 volwassenen staan. Nee, ik zie 2 volwassenen breken. Het word me even teveel. Ik doe een stap terug. Ik zie even troebel. De moeder die haar kind bij naam roept en zegt dat het wakker moet worden. Wat zou ik graag willen dat het sliep. Wat zou ik willen dat ik het allemaal verkeerd gezien heb en dat ze haar ogen opent. Dit is het 2e moment die ik niet vergeet. Dat intense verdriet. 
Ik zie het beeld van mijn eigen dochter die de dag ervoor 3 geworden is. Een jaartje ouder als dit kindje. Mijn dochter die trots op haar nieuwe fietsje rondreed. Een lach van oor tot oor. Je moet er toch niet aan denken dat....
We hebben gedaan wat we konden. Daar ben ik van overtuigd. Dat hebben we ook tegen elkaar uitgesproken. Qua hulpverleningen liep het goed. De samenwerking was goed. Maar helaas heeft het allemaal niets uit mogen maken. 
Ik kijk de kamer eens rond. Een grote foto met 2 gelijke kinderen. Een van deze 2 ligt hier op tafel. Een mooi kindje...  
We geven de ouders het kind in de armen. Ze houden het vast. We praten nog met deze mensen. Ik hoor de moeder vragen: waarom?  Aan tijd word niet gedacht. Dat maakt ook niet uit nu. Uiteindelijk moeten er ook wat noodzakelijke procedures afgerond worden. We verlaten het huis en laten de verslagen ouders achter.
Terug naar de post. De ambulance weer in orde maken. We bespreken deze inzet met elkaar. Tja, je bent professional. Maar meldingen als deze hakken er in. Die komt op het lijstje die je nooit vergeet. 
Gelukkig kunnen we er als collega's goed met elkaar over praten. Soms zijn we net familie. Later ook nog met betrokken collega's gesproken. Voor mezelf heel waardevol! Iedereen heeft een 'vergeet-ik-nooit' lijstje. Iedereen weet hoe heftig deze meldingen zijn. 
Thuis gekomen is het al ver na middernacht. Mijn vrouw is wakker. (ik had al kort gemeld dat ik veel later thuis zou zijn en waarom). Ze wacht me op en we praten samen. Wat fijn om op deze manier opgewacht te worden. Ik loop langs mijn kinderen. Nog een knuffel hier, nog een aai daar. Mijn dochter die vredig ligt te slapen. Wat een verschil. Ik luister een poosje naar haar ademhalen. Dat zachte geluid. Dat mistte ik daar. 
Je weet dat je meldingen als deze kunt krijgen met je werk op de ambulance. Niet ik, en niet een andere collega vind deze ritten fijn. Je moet er niet teveel van krijgen. 
Het houd je even bezig. Mijn eigen dochter werd die week ziek. Een gewone griep. Koorts en onrustig. Ze heeft bij mij in bed geslapen. Ik kon het niet, om ze in haar eigen bed te leggen. Dit was enkele dagen na de reanimatie. Op een gegeven moment ga je relativeren. Dan ben je het  kwijt en ga je gewoon weer verder. Je denkt er minder aan en ben er niet meer zo mee bezig. Maar vergeten zal ik het  nooit. 
Enkele weken na deze melding heb ik samen met mijn collega een gesprek gehad met de ouders. Een fijn gesprek. Dat wel. Wat er besproken is doet er niet toe. Maar een ding sprong er uit. Ze wilden ons nog bedanken. Tja, natuurlijk is het fijn om te horen dat de ouders het idee hebben dat je alles heb gedaan. Maar hoe schril klinkt een bedankje tegenover de lege plek in hun gezin.
Ik ga in gedachten even terug naar die grote foto boven de tafel. 2 gelijke kindjes op een grote foto. Een mooie foto, maar nu met een hele grote scheur....

zaterdag 8 februari 2020

Ingebroken en gestolen...

A1 melding. Iemand heeft 112 gebeld omdat hij zich zorgen maakt over zijn broer. Zijn broer had hem gebeld omdat hij zo benauwd was. En omdat de melder zich zorgen maakt, belt hij 112. Wij gaan met deze informatie onderweg en spoeden ons naar het opgegeven adres. Het is midden in de nacht en de straten zijn zelfs voor Rotterdamse begrippen erg leeg. Bij het adres aangekomen zien we door de gordijnen dat er op het opgegeven adres licht brand. Dit zou dan best kunnen kloppen. We pakken onze spullen en bellen aan. We wachten een poosje en bellen nog eens. We gluren door de brievenbus maar zien of horen niets. Geen enkel geluid. Vreemd, denken we beide. Een oproep naar de meldkamer of het adres wel klopt. En ja, dit klopt zeker. Apart, krijgen we te horen, want we hebben mijnheer zelf ook nog aan de telefoon gehad. Hij klonk toen heel erg benauwd. 'We sturen de politie mee om de deur te openen'. (Een deur openen is een handeling die juridisch gezien enkel door de politie gedaan mag worden).
Ik kijk mijn collega aan en we denken allebei hetzelfde. Hier klopt iets niet. We maken zelf die deur open. Ik roep naar de meldkamer dat ik niet op de politie wacht maar dat we het niet vertrouwen en dus zelf de deur maar openen. Aangezien we allebei geen ervaren inbrekers zijn, gaat dit met de nodige herrie. Het verbaast ons dat er geen buurtbewoners komen kijken. Maar als mijn collega een aantal keren zijn schoenen in contact heeft gebracht met de deur, geeft deze op en schiet krakend open. Tegelijkertijd vallen er spullen om die achter de deur stonden opgeslagen. We kunnen die net ontwijken. We lopen naar binnen en de eerste de beste kamer die ik in loop staat een bed. Half op en half naast het bed ligt een man die nergens op reageert. Het gevoel van 'er klopt iets niet' word hier ernstig bevestigd. Want aangezien een hart bij iedereen hoort te kloppen, is het hart van deze man daarmee gestopt. Hij klopt niet... Het delay kan echter niet groot zijn, dus moeten we een reanimatie opstarten. Echter komen we voor het volgende dilemma. De man zit blijkbaar in een verhuizing. Er is in de hele woning geen vierkante meter beschikbaar om een reanimatie op te starten. En aangezien reanimeren op een bed niet effectief is, roep ik naar mijn collega: kom op, we pakken hem op en leggen hem buiten. Dan maar op de stoep reanimeren. Zo gezegd, zo gedaan. Ik roep naar de meldkamer dat we een reanimatie starten en dat ik daarom wat hulp nodig heb van collega's van de ambulance en brandweer. We zijn net een paar minuten bezig met de BLS als de politie aankomt. Die staan even perplex. 'Wij komen om een woning te openen en nu zitten jullie hier te reanimeren op de stoep'. Tja, dat is even schakelen, maar we kunnen je hulp heel goed gebruiken. Tijdens de reanimatie vertel ik dat we het niet vertrouwden en daarom niet gewacht hebben. Ons gevoel is juist gebleken en zodoende is de situatie anders dan verwacht. Er komt inmiddels nog meer hulp van collega hulpverleners. Na een tijdje heeft de patient weer een eigen hartslag en circulatie en we brengen hem met spoed naar het ziekenhuis. Reanimatie geslaagd. Hoe het met de patient gaat weet ik niet. En of de deur al gemaakt is, ik heb geen idee. Een kloppend verhaal wat toch niet klopte.

Oudere mensen kunnen soms je hart stelen. Dat blijkt als we gestuurd worden naar een adres om naar iemand te gaan die niet lekker is. Echter was het verhaal erg warrig, dus als jullie willen gaan kijken. Natuurlijk gaan we een kijkje nemen. Aangekomen op het adres word de deur open gedaan door een dame die nog maar enkele zuchten verwijderd is van de leeftijd van 100. We komen binnen en mevr vertelt dat ze het niet meer weet. Mijn collega (vpk in opleiding) doet een anamnese en ik kijk ondertussen de kamer eens rond. Ik zie enkele tekenen die er op wijzen dat mevr wel eens vaker dingen vergeet en geheugensteuntjes nodig heeft. Mevr vertelt dat ze het niet meer weet en vraagt wat wij komen doen. Verhalen van vroeger komen naar boven afgewisseld met opmerkingen dat ze het niet meer weet. Ze lijkt besef van het hier en nu even kwijt te zijn. Vol vuur vertelt ze over haar vroegere leven en heel enthousiast over haar zoon. Tja, wat moet ik met deze dame. Medisch gezien hoeft ze niet mee. Maar in haar verwarring kan ik haar zo niet achter laten. Wat een schat denk ik. Een enkele keer hebben mensen ongemerkt je hart al gestolen. Deze dame is er 1 van. We leggen contact met de zoon en die belooft direct te komen. En inderdaad is hij na 10 minuten gearriveerd. Vervolgens zie ik een bezorgdheid die me een rilling geeft. Een zoon die enorm veel om zijn moeder geeft. Bijzonder gewoon. Ook moeder reageert heel liefdevol naar de zoon. De schoondochter net zo.
Tja, moeder is oud, woont al haar hele leven jn dit huis. Die wil je toch niet in en verpleeghuis hebben. En ja, ik ben enig kind, het kost heel veel inspanning en tijd. Maar dagelijks komen we minimaal 3x langs. Koken eten voor haar en houden haar in de gaten. Ze heeft een directe telefoonlijn zodat we gelijk kunnen komen als er wat is. Waarom ze nu 112 gebeld heeft is niet helemaal duidelijk.
Ik voel warmte in de moeder-zoon relatie. Ik heb oprecht bewondering en respect voor deze mensen. Als ik dat uitspreek, reageert hij: tja dat is toch normaal, het is je moeder. Ja man, je heb inderdaad gelijk, maar ik moet zeggen dat ik dit heel weinig zie. Natuurlijk weet ik wel dat er heel veel omstandigheden zijn die dit mogelijk moeten maken. Maar nogmaals, respect voor deze man. Moeders bied voor de zoveelste keer haar welgemeende excuses aan voor het onnodig bellen van 112. Maar dit wimpel ik weg. Wat een schat van een vrouw. Zulke ritten vervelen niet. Ze heeft mijn hart gestolen....

woensdag 4 december 2019

Een bloedbaan


Soms kom je in situaties waarbij de patiënt veel bloed heeft verloren. Dit ziet er altijd erg dramatisch uit, terwijl het achteraf soms best mee blijkt te vallen. Hier heb ik wel eens eerder wat over geschreven. Echter blijft het altijd een bijzonder aanblik. Ik heb nachtdienst en zit op de bank een beetje ja te knikken. De nacht is nog jong, en ik denk er over na om op standje horizontaal te gaan omdat mijn hoofd toch wel wat zwaar blijkt te worden. Ineens ben ik klaarwakker als het geluid van de portofoon mij terug brengt in de werkelijkheid. Oh ja, ik was aan het werk. A1 naar dit en dit adres. Ik lees de melding en het gaat over een man die zelf gebeld heeft omdat hij een wond aan zijn been heeft en bloed verliest. Tja, zo`n melding kan betekenen dat iemand een schaaf wond heeft, maar ook taferelen richting een amputatie zijn mogelijk. We gaan wel kijken. Door de meldkamer worden we geïnformeerd dat de achterdeur van de woning open is en we daar naar binnen kunnen.

We rijden door de donkere en verlaten straat. Bij de woning aangekomen lijkt er binnen een klein lampje te branden. Ik loop via een stikdonkere achtertuin naar de deur. Als ik deze open doe is het eerste aanblik alsof er een slachting heeft plaatsgevonden. Midden in al dat donkerrode levensvocht staat een oude man. Tranen lopen over zijn wangen en hij verzucht: Help me. Het feit dat de man nog staat is in die zin positief dat hij nog bij kennis is, wat gezien de hoeveelheid bloed al een wonder is. Snel zet ik de man op een stoel en kijk naar zijn been waar bloed uit een heel klein wondje stroomt. Nog geen minuut later zit daar een drukverband op en `staat` de wond. Zo, nu heb ik wat meer tijd om te achterhalen wat er heeft plaatsgevonden. Mijnheer, nog steeds in tranen, vertelt dat hij een leuke dag had. Het is zijn verjaardag en hij heeft visite gehad. Maar deze zijn net weg en hij wilde naar bed gaan. Maar opeens is het wondje (die hij al een poosje heeft) gaan bloeden. En niet zomaar een beetje, de hele keuken ligt vol met bloed. Als ik verder kijk, ligt er in de hal ook nog een hele grote plas bloed. Mijnheer is alleenstaand en al aardig op leeftijd. Ik zeg dat ik hem mee ga nemen naar het ziekenhuis. Ik vraag of ik iemand kan bellen. Bijvoorbeeld de visite die net weg is. Waar wonen die, Vraagt ik. Eeh, in Groningen. En hoe lang zijn ze weg? Tja ze zijn om 8 uur vertrokken. Ooh, die liggen dan al op bed aangezien het nu 01.00 uur is. Dan maar iemand anders.

Ik kijk naar het slachtveld en bedenk dat ik dit ook niet zo achter kan laten. Hij is alleen staand en als dhr. dit morgen moet opruimen is het meeste bloed gestold en is de schoonmaakklus nog groter. Aangezien de wond is verbonden en niet meer bloed, laat ik dhr even zitten. Ik vraag om een dweil, emmer enz. Na een half uurtje samen met mijn collega op onze knieën door de keuken bij deze baas, ziet alles er weer schoon uit. Alleen de vloerbedekking in de hal krijg ik niet meer helemaal in de juiste kleur terug. Maar dat is dan voor later zorg. We nemen dhr mee naar het ziekenhuis waar hij ons nogmaals bedankt. Ik geef aan dat ik het geen moeite vind en dat we het graag gedaan hebben. De man hoeft niet te weten dat ik bij de lucht van zoveel bloed en het opvegen van al die stolsels wat vaker moet slikken en bepaalde neiging moet onderdrukken. Maar allé, dan had ik maar een normaal vak moeten kiezen.

Een andere situatie betreft een man die gevallen is in zijn schuur. Hij heeft een grote hoofdwond. Ook hier krijgen we de melding dat dhr. alleen is en achter in het schuurtje zit. Als ik langs het huis loop hoor ik in de woning een hond tekeer gaan. Ik denk nog, zo die zit gelukkig binnen. Bij de schuur aangekomen treft ik wederom een bebloede omgeving aan. Ook hier heeft het het kaliber van een slachthuis. Snel de wond verbonden en gevraagd wat er aan de hand is. Tja, zegt mijnheer, ik ben gevallen en heb mijn hoofd gestoten ergens tegen aan. Mijn vrouw is de hond aan het uitlaten en is niet thuis. Dus ik heb zelf maar 112 gebeld. Eeh, uw vrouw is de hond uit laten? U woont hier? Zojuist hoorde ik een hond te keer gaan alsof er ingebroken werd. Met dat ik nog even nadenk, komt er ineens een vrouw de schuur in lopen met een enorm geschrokken blik. Bij het zien van al dat bloed, trekt ook bij haar het bloed uit haar gezicht. Mevrouw geeft aan al een uur terug te zijn. Ik moet er wel een beetje om grinniken. Maar ja, hoofdwond, veel bloedverlies en nog wat voorwaarden is al reden genoeg om mijnheer mee te nemen naar het ziekenhuis. En zo geschiedde, ik Adviseer mevrouw eerst de betonnen vloer schoon te maken, omdat ze anders voor goed een aandenken op de vloer heeft die ze zal herinneren aan deze situatie.

Een geheel andere situatie betreft een woningbrand. Op de onderste verdieping van een portiekflat is laat in de nacht een brand geweest. De eigenaar is spoorloos, maar het lijkt er op dat er een pannetje te lang op het vuur heeft gestaan. Daar mensen boven deze woning ook hebben gebeld i.v.m. brandlucht worden alle woningen ontruimd en door de brandweer doorgemeten en gecontroleerd. Als ik ter plaatse kom, word ik opgevangen door politie en brandweer. Brand is onder controle en er zijn geen slachtoffers. Alleen mogen de mensen hun woning nog niet in i.v.m. metingen door de brandweer. De bevelvoerder van de brandweer geeft aan dat er een bewoner is die hoogzwanger is en waarbij zojuist de vliezen zijn gebroken. Ooh, en waar is deze dame nu dan? Die zit in die en die auto. Snel begeef ik me naar het voertuig langs de straat. Op de bijrijders stoel zit een dame verre van comfortabel. Achterin een kindje van een jaar of 2 die met grote ogen naar al die mensen en naar de blauwe lampen wijst en kijkt. Vaders staat naast de auto en vraagt: wat moet ik doen?
Ik ga een gesprek aan met mevrouw en vraagt of tot nu toe alles goed gegaan is. Dat blijkt zo te zijn. Ze zegt dat ze morgen de uitgerekende datum heeft en ook dan ingeleid zal worden in een ziekenhuis in de stad. Zojuist zijn de vliezen gebroken, maar weeën heeft ze niet. Tja, vervelende situatie. Maar aangezien ze niet haar eigen woning in mag, en ze morgen toch gaat bevallen in een ziekenhuis, lijkt het mij een goed idee om ze nu maar vast naar dat ziekenhuis te laten gaan. Ik zeg dat ik wel even met betreffende afdeling ga bellen zodat ze daar naar toe kan. Maar mijn empathie en vindingrijkheid is anders dan die van de assistent gynaecoloog. Als ik betreffende dokter de situatie uitleg en er bij benadruk dat ze niet naar huis mag en ze morgen moet bevallen op zijn afdeling komt er weinig begrip naar boven. Tja, morgen is morgen en niet vandaag. Ze kan gewoon naar de verloskundige, want morgen is ze pas gepland. Even weet ik niet wat ik moet zeggen. Verloskundige?? Vraag ik verbaasd? Hoe dan? Het is nacht, mevr. zit in een auto, vliezen zijn gebroken, mag haar eigen woning niet in i.v.m. brand. En dan moet ik de verloskundige om controle vragen? Ik leg hem nog een keer de hele situatie uit en benadruk nog eens dat thuis geen optie is en mevrouw morgen gaat bevallen op ZIJN afdeling. Een beetje empathie en medewerking lijkt mij, gezien de situatie, wel op zijn plek. Maar hij blijft volhouden dat hij dit geen reden vind. Ik beëindig het gesprek door enkel te antwoorden. Ze komt er nu aan en over een kwartier staat ze op je afdeling. Uit mijn oren komt mogelijk nog meer rook dan uit die brandende woning.

Ik moet nog even wat dingen overleggen met de politie en brandweer. Ik zeg tegen mevrouw dat ik met enkele minuten weer terug ben. Nadat ik wat dingen heb afgehandeld kom ik bij mevrouw terug die met een gelaten blik vertelt dat ze niet naar het ziekenhuis mag. Hoezo niet vraag ik, daar ga je wel heen. Nee, maar terwijl ik in overleg was, heeft de betreffende dokter mevrouw op haar mobiel gebeld en haar te kennen gegeven dat ze niet naar het ziekenhuis mag komen, want er is NU geen indicatie voor. Dit is niet te geloven. Ik sta met stomheid geslagen. Wat denkt dat figuur van een dokter wel? Mevr geeft aan dat ze buikpijn heeft gekregen. Ik zeg tegen haar, blijf in de auto. Rij naar het ziekenhuis. Ik bel de SEH dat je er aan komt. (zwangere vrouwen gaan altijd direct naar een aparte afdeling en hebben met een SEH niets te maken). Als je op de SEH ben, moeten ze je wel in behandeling nemen. Dan gaan we het op deze manier spelen. Wat een schoft om mevrouw in deze situatie aan haar zelf over te laten. Op de SEH is mevrouw wel opgevangen. Hoe het verder is afgelopen weet ik niet, maar ik had zelf ook wat bluswater nodig na deze melding. Mijn dienst zat er op en ik ben naar huis gegaan. Ik vraag me onderweg naar huis af: ben ik soms te goedhartig, is mijn overdracht niet goed of kennen sommige mensen het begrip empathie niet?

vrijdag 4 oktober 2019

Kracht naar kruis




A1, steekpartij in de stad. Politie is ter plaatse en jullie kunnen doorkomen. Bij een melding als deze wacht de ambulance altijd totdat de politie heeft aangegeven dat de omgeving veilig is. Het kan maar zo gebeuren dat de dader naar zijn idee nog niet helemaal klaar is en zijn werk wil voltooien. Dan is het best fijn om collega`s van de politie om je heen te hebben. Nu werk ik sowieso graag samen met de politie, maar dat terzijde.
Onderweg worden we bijgepraat over het slachtoffer. Hij is in zijn been gestoken en het mes zit nog in zijn been. Als we aankomen zien we een man op de grond liggen en daaromheen een hoeveelheid toeschouwers waar een cabaretier jaloers op zou zijn. De man is aanspreekbaar. In zijn bovenbeen zit een gaatje welke veroorzaakt is door het mes wat nu recht in zijn onderbeen staat. Aan het mes te beoordelen bevind het lemmet zich zo`n 15 tot 20 cm in zijn been. Goed, resumé, wat heb ik? Een man die goed aanspreekbaar is. Goede parameters heeft, erg wit ziet, (maar dit kan ook van de schrik komen), en een mes in zijn been heeft. We helpen hem op de brancard en rijden naar het ziekenhuis. Het mes word gefixeerd en deze laat ik zitten. Die mogen de deskundigen in het ziekenhuis verwijderen. (mochten er bloedvaten geraakt zijn, kunnen deze harder gaan bloeden. Daarom word het mes in het ziekenhuis verwijderd). Wij leveren deze man af op een SEH en zijn dan klaar met de rit. Ik denk dat de collega`s van de politie wel iets langer bezig zijn met soortgelijke meldingen.

Een andere keer krijg ik een rit waarbij ik iemand vanaf het politiebureau naar een psychiatrische instelling moet brengen. Het betreft een jongeman die een poging gedaan heeft zichzelf om het leven te brengen. Door de politie is hij meegenomen en tijdelijk op het bureau vastgehouden. Nu word hij, na beoordeling door een psychiater, overgebracht naar een psychiatrische instelling. We worden vooraf bijgepraat over deze man. Via de camera waarmee de cellen in de gaten gehouden worden, zie ik een man op de grond liggen. Hij lijkt rustig. Maar de politie bied aan om met ons mee te gaan omdat er in het verleden bij deze man al diverse keren sprake is geweest van agressie. Nou als de politie het zelf al aanbied, dan ga ik daar maar van uit en geef ik ze graag een plaats in de ambulance.
We gaan de man ophalen uit zijn kamer. Daar ligt hij, naakt op de grond. Een jaar of 25. Als ik hem aanspreek, reageert hij niet. Nu ben ik niet zo van de proclamaties, maar hij is er erg goed in. Een en dezelfde zin wordt snel en continu herhalend opgedreund. Het vervelende is dat ik het niet eens kan verstaan. Ik kom er niet tussendoor. Dan tillen mijn collega en ik hem van de grond en leggen hem op de brancard. Ik heb niet de indruk dat hij op enerlei wijze tot actie aan te sporen is. De rit duurt een half uur. Ik verzeker u, een half uur lang met iemand in een ambulance die de gehele rit hetzelfde zinnetje opzegt, duurt enorm lang. Je negeert het, sluit je er voor af, maar op een of andere manier irriteert het ook wel. Ik ben blij als de ambulance stil staat en ik de patiënt mag overdragen. Hij heeft zich gelukkig rustig gehouden, want ook dat kan wel eens anders.

Een tijd geleden kreeg ik een melding van een dame die flauw gevallen was op straat. Ergens in de stad. Ik kom daar aan met mijn collega en treffen een vrouw aan die niet reageert op ons aanspreken. Ze geeft echter diverse signalen af dat ze niet bewusteloos is. Na indringende woorden word ze toch ineens `wakker`. We geleiden haar naar de ambulance waar ik een rustig gesprek met haar begin. Mevrouw word zelf veel rustiger en zegt dat ze in een familie kwestie is verzeild. Het geeft enorm veel spanning en het word allemaal iets teveel. Na een tijd nemen haar lichamelijke klachten af en is ze rustig geworden. Ik vraag wat ik kan doen voor haar. Maar ze wil niets en hoeft niets. Ze wil heel graag naar huis. Het is echter winter en erg koud en een jas heeft ze niet aan. Ik bied haar aan om haar thuis te brengen. Dat vind ze prima. Ze zit op de stoel en ik sta tegenover haar met mijn rug tegen de monitor. Mijn collega gaat vast voorin zitten om haar naar huis te rijden. Opeens, zonder enige aankondiging, geeft ze een gil, laat zich voorover vallen. Als ik daar niet had gestaan had ze haar hoofd tegen de kastjes gestoten. Alleen, ik stond er wel, en ze valt precies met haar hoofd in het meest gevoelige plekje die een man bezit. Kat in de zak…. Gelijk voel ik me klote(n)…. Vanuit een reflex pak ik ze bij de schouder en duw ze best stevig terug in de stoel. Daar blijft ze gillen en met haar armen zwaaien. Ik moet haar stevig beethouden anders vliegt ze door de auto vrees ik. Mijn collega, die deze liveshow via de spiegel en de camera heeft gezien, loopt blauw aan van het lachen. Gelukkig komt hij wel naar achteren om me een handje te helpen. De vrouw reageert echter nergens meer op en blijft enorm wild. Dan besluit ik om medicatie te geven, want dit gaat nergens heen. Na een injectie van een of ander goedje besluit ze toch te gaan slapen waarna ik ze op een SEH presenteer. Helaas, ik had haar met alle wil van de wereld even thuis willen brengen, maar dat gaat nu even duren vrees ik.

Collega`s helpen. Als je een melding krijg waarbij collega`s betrokken zijn, krijg je altijd net iets meer adrenaline. Rij je net iets harder. Ik heb het de achterliggende jaren al een keer of 10 meegemaakt en ik kun je verzekeren: het is verre van relaxed! Ik heb nachtdienst en ben bijna klaar om naar huis te gaan. Nog geen tien minuten te gaan. Ik sta wat te praten met iemand die mijn dienst gaat overnemen, alleen is zijn collega er nog niet. Dan ineens begint mijn portofoon herrie te maken en roept iemand van de meldkamer dat we naar een melding moeten van een gebouwbrand. Op zich geen vreemde melding, maar wel als er aan toegevoegd word dat er zich een collega in het pand bevind. Tja, dan gaan we zeker hard rijden. We komen ter plaatse en zien rook uit een flatwoning komen. Beneden staat een ambulance met een collega er in. De andere loopt op de galerij. Gelukkig denk ik, ik zie er 2. Ik ren naar boven om van mijn collega een beeld van de situatie te krijgen en of er niemand in het pand is. (voor hetzelfde geld waren ze met z`n drieën). Maar dan geeft hij aan dat de woning dicht is en er niemand meer in is. Maar wat is er dan wel gebeurd?
Hij was daar binnen geweest bij een patiënt die 112 gebeld had. Mijn collega’s zijn daar ter plaatse geweest en vonden nu geen aanleiding om mijnheer naar een ziekenhuis te brengen. Ze laten de patiënt achter, maar als ze naar de auto lopen hoort mijn collega een brandalarm afgaan en kijkt hij om. Dan ziet hij de woning waar ze net vandaan komen vol met rook staan. (zijn vroegere brandweerskills komen boven). Hij trapt de deur in en trekt de patiënt naar buiten. Deze was er niet van gediend dat de ambulance weer weg ging en besloot toen de woning maar in brand te steken. Ik moet zeggen, collega, chapeau voor je optreden! Je bent de brandende woning binnengegaan en heb de patiënt mee naar buiten genomen! En samen met je collega heb je verdere zorg verleend. Petje af voor jullie! Voor ons viel het gelukkig mee en hoefde ik geen medische zorg aan een collega te verlenen. Het verhaal is en blijft bizar.

woensdag 28 augustus 2019

Een geschenk uit de hemel...


Beroepsmatig hulpverlener zijn schept verwachting. Je bent herkenbaar in je uniform. Mensen verwachten iets van je en nemen snel dingen aan. Jij bent immers de professional. Met een collega die er het zelfde uitziet, een auto die herkenbaar is.
Afbeeldingsresultaat voor ongeval a29
Maar wat als je privé betrokken bent bij een incident en daarbij niet als hulpverlener herkenbaar bent. Een tijdje geleden was ik met mijn gezin onderweg voor een familiebezoek. Op de snelweg reden we achterop een ongeval. Het incident had net plaatsgevonden, want we waren de eerste auto die stopte achter het incident. De details zal ik besparen, de afloop was een dodelijk slachtoffer. Deze man leefde nog toen wij kwamen maar is aan zijn ernstige verwondingen ter plaatse overleden. Je staat er bij en kunt niet veel betekenen. Als ik aan het werk ben en een melding als deze krijg, kan ik onderweg aanrijdend vast bedenken wat ik zou kunnen doen. Ik ben in uniform en heb een hele auto aan materialen bij me. Nu werd ik ineens geconfronteerd met het incident. Vanuit het niets en onvoorbereid. Ik ben gekleed in een korte broek en sandalen. Heb totaal geen spullen bij me. Ik heb alleen mijn gezin bij me die met grote ogen toekijkt wat er gebeurd. Mijn dochter zit voorin de auto en wil het niet zien. Ze gaat achterin zitten.

Als ik tijdens mijn werk bij een incident komt, voel ik me zelfverzekerd. Nu denk ik als hulpverlener maar tegelijkertijd loop je tegen alle beperkingen aan omdat je niet als hulpverlener gekleed en inzetbaar bent. Ineens bedenk ik me: Dit maakt dus de `gewone` burger mee in deze situaties. Je wilt wel, maar kunt niet veel. Ik heb wel een goed gevoel overgehouden, wat betreft de dingen en beslissingen die we genomen en gedaan hebben. Samen met andere automobilisten die er ook waren.
Maar ja, het is heel vreemd om op deze manier bij een incident betrokken te raken. Je bent totaal buiten je comfort zone. Je denkt als hulpverlener, maar je handelt als leek (omdat je niets hebt).

Op een rustige middag krijg ik met mijn collega een melding van een vrouw die onwel geworden is in een kapperszaak. We hebben de vrouw nagekeken en ik besluit ze te presenteren in een ziekenhuis. Haar dochter wil mee met de ambulance en vraagt of ze achterin bij haar moeder mag zitten. De situatie is stabiel dus ik vind dit prima. Onderweg stelt ze vragen en is ze erg belangstellend. Dan ineens is daar de vraag: Hoeveel levens heb je al gered? Oeps, he, levens redden? Ik?

Tja, ik zit ruim 5 jaar op de ambulance, maar heb ik levens gered? Zo voelt dat totaal niet. Ik ben professioneel hulpverlener. Ik doe mijn best om zorg te geven aan mensen die dat nodig hebben. Maar dat ik levens heb gered? Ik geef dan ook als antwoord dat ik dat niet weet. Ik voel me geen levensredder. Wanneer iemand acute zorg nodig heeft, krijgt de persoon dat. Wanneer iemand een hartinfarct doormaakt is het zaak om de juiste behandeling te starten en snel naar een ziekenhuis te gaan. Maar heb ik dan een leven gered? Voor mij voelt dat niet zo. Wanneer ik in een weekend 3 reanimaties heb waarbij de ene wel lukt en de andere niet, ben ik dan een levensredder? Ook dan voelt dat niet zo. Ik heb mijn best gedaan waarbij de ene patiënt er wel baat bij heeft en de andere niet.
Nee ik voel me geen levensredder, en als je vraagt of ik levens heb gered, denk ik dat ik voor sommige patiënten alleen een positieve bijdrage heb kunnen leveren aan de behandeling en soms misschien de overlevingskans.

Sommige behandelingen doet mij mijn wenkbrauwen fronsen. Als ik naar een reanimatie moet van een man gaan we zoals gewoonlijk snel ter plaatse. Ik kom als 2e auto aan, net na de eerste ambulance. De reanimatie is opgestart door de collega’s van de brandweer. Met een heel cordon hulpverleners gaan we door. Bij navraag wat er is gebeurd blijkt deze man ziek te zijn. Zo erg dat de behandeling is gestopt en mijnheer naar huis is gebracht om de laatste dagen onder familie te kunnen doorbrengen. Nu is het moment daar dat hij is overleden. Als ik het verhaal hoor, schat ik de kansen uitermate klein in. Maar familie geeft aan dat het de uitdrukkelijke wens is om er alles aan te doen om hem toch hier te kunnen houden. We doen ons best, maar als ik naar mijn collega`s kijk, zeggen als die blikken hetzelfde als wat ik denk. De kans is uitermate klein, danwel nihil. We gaan het niet redden en stoppen met de reanimatie. We verlenen nog laatste zorg. Als ik later de gegevens van deze patiënt krijg, begrijp ik de familie wel. Het was me niet opgevallen, maar de patiënt is een stuk jonger dan ik zelf….

We worden gestuurd naar een truck parking in de havens van Rotterdam. Een vrachtwagenchauffeur heeft 112 gebeld in verband met rugpijn. Tja, rugpijn is nogal algemeen. We gaan ter plaatsen en worden opgevangen door een spaanse dame die ons naar een van de vele vrachtwagens leid op de parkeerplaats. Ze spreekt geen woord nederlands of engels en probeert ons met handgebaren en spaanse zinnen duidelijk te maken wat het probleem is. Ze wijst in de cabine van de vrachtwagen. Ik klim naar boven en zie op het bed achter de zitting een man liggen. Hij geeft aan enorme pijn te hebben en is bekend met een hernia. Hij vraagt of ik een spuit van een betreffende pijnstiller kan geven zodat hij weer verder kan. De betreffende medicatie heb ik niet en zou ik ook niet zomaar geven. Ik zeg dat hij zich dan moet vervoegen bij de huisartsenpost of SEH. (Het is zondagavond). Ik probeer uit te leggen hoe het systeem in Nederland werkt. Hij lijkt het te begrijpen maar geeft aan niet uit zijn cabine te kunnen klimmen. Maar ja, een vrachtwagen canbine is niet zo heel ruim en hij zal toch echt zelf vanuit zijn bed, over de stoelen naar buiten moeten komen. Tja, ik besluit om de man wat fentanyl te geven. Ik zeg er wel nadrukkelijk bij dat hij dan wel mee moet naar het ziekenhuis en vanavond niet meer mag rijden. Tja, dat moet dan maar. Een eerste gift lijkt niet veel te doen. Maar na de 2e en zelfs 3e gift lukt het uiteindelijk om, na heel veel proberen, wachten en zuchten, uit de cabine te komen. Hij heeft wel serieus pijn. Hij drijft van het zweet en ziet er uiterst beroerd uit. Ik zit ongeveer aan de grens van mijn pijnstilling. Ik neem hem mee naar het ziekenhuis waar ze hem verder behandelen. Aan het einde van de avond is de man, met adequate pijnstilling ontslagen. Ik ben zelf toch bijna 2 uur met deze rit bezig geweest…

Soms kun je voor mensen net iets meer doen dan de standaard zorg. Ook is niet alle zorg in protocollen te ondervangen. Ik krijg een melding van een dame die is gevallen. Door medewerkers van een winkel in de buurt is ze overeind geholpen en even naar binnen gehaald. Ik kom als rapid responder ter plaatse. Ik hoor het verhaal aan en onderzoek de patiënt. Ze heeft een klein wondje waar een paar hechtingen in moeten. Die kunst ben ik zelf niet machtig en is voor de huisarts. Ik vraag mevrouw waar ze woont en of ze familie heeft. Haar man is een tijdje geleden overleden en kinderen heeft ze niet. Een kennissenkring is zeer klein of niet in staat auto te rijden. Ik neem contact op met de huisarts en besluit mevrouw zelf even daar te brengen. Bij de huisarts, krijgt mevrouw voorrang en de huisarts bekijkt de wond en zegt dat gelijk even af te handelen. Ik wil weggaan maar mevrouw vraagt mij, hoe kom ik straks thuis. Tja, natuurlijk ben ik geen taxichauffeur. Maar een alleen staande vrouw van bijna 90 jaar kan ik ook niet helemaal aan haar lot over laten. Ik denk even na. Ondertussen is de huisarts al bijna klaar. Mevrouw woont niet heel ver hier vandaan. Dan neem ik een besluit en zegt mevrouw wel even thuis te brengen. Nogmaals, ik ben geen taxichauffeur, maar sommige situaties zijn nu eenmaal zo dat een beetje extra service gewoon even nodig is.
Mevrouw is blij. Onderweg praat ze honderduit. Ze gelooft in engelen in mensengedaanten zegt ze. En ze is er stellig van overtuigd dat ik er daar een van ben. Ik glimlach en zeg dat ik ook wel een andere kant heb hoor. Maar ze is er van overtuigd. Ik zet ze, na een heel kort ritje, thuis af. Je bent een geschenk uit de hemel zegt ze. Ik geef aan dat dit niet zo is. Bliksemstralen gaan ook van boven naar beneden. Ik zeg tegen haar dat ze wel even naar mijn vrouw mag bellen, kijken of die daar ook van overtuigd is… Maar nee dat kan niet zegt ze. Natuurlijk streelt het mijn ego als dat gezegd word tegen me, maar stiekem moet ik ook wel erg lachen.