vrijdag 12 augustus 2022

Slapen en sluimeren

 Ambulancezorg is een mooi vak en dat blijft een mooi vak. Helaas is de druk op de ambulancezorg groot. Niet zelden worden aanrijtijden overschreden. Voor sommige meldingen is dit helemaal geen bezwaar, maar er zijn ook meldingen waarbij dit heel frustrerend is. Voor de meldkamer als voor ons op de ambulance is het tenenkrommend wanneer je bij een melding (waarbij elke seconde telt) een aanrijtijd heb van een half uur. Hier zijn heel veel oorzaken voor. Een groot probleem is het personeelstekort. Dit is een voortdurend probleem waarbij er naar allerlei oplossingen wordt gezocht om dit probleem het hoofd te bieden. 

Wat echter ook een groot probleem aan het worden is, is het feit dat de zelfredzaamheid van mensen dramatisch is. Het lijkt wel of je voor elke snee in de vinger 112 moet bellen. Helaas wordt er binnen de acute zorg gewerkt met een systeem waarbij we altijd uitgaan van het ergste. Zo komt het dat je bij iemand die zijn hoofd stoot en een korte duizeling heeft met toeters en bellen naar de plaats des onheils kunt gaan, om vervolgens daar niet anders dan de verontschuldigingen aanhoren van de beller omdat het toch wel meevalt. Maar waarom bel je dan 112?


Mensen die al dagen last hebben van bepaalde klachten en dan ineens midden in de nacht tot de conclusie komen dat het eigenlijk niet zo lekker gaat en er maar een ambulance moet komen. Ik vind mijn werk hartstikke leuk, maar soms is dit werkelijk tenenkrommend. 


Ik kom bij een mevrouw die s morgens bij de pedicure is geweest. Daar wilde ze op een stoel gaan zitten maar door een inschattingsfout is ze naast de stoel terecht gekomen. Ze is op de billen terecht gekomen. Dit was pijnlijk en vervelend. Echter ging het verder wel een heeft de pedicure haar werk af kunnen maken. Vervolgens is mevrouw naar de auto gelopen en naar huis gereden. Thuis is ze in een stoel gaan zitten en daar is ze de hele middag op blijven zitten. Echter, wanneer het 17.15 is, is de pijn ineens onhoudbaar en belt ze 112. Als ik ter plaatse kom zit ze op de stoel en ziet er niet pijnlijk uit. (maar die inschatting mag ik niet maken natuurlijk, want ik voel niet wat zij voelt). Ik vraag wat haar klachten zijn. Dan geeft ze als eerste aan dat ze een hele hoge pijngrens heeft en nooit klaagt. (merkwaardig genoeg heeft het gros van de patiënten altijd een hele hoge pijngrens). 

Maar nu heeft mevrouw pijn en MOET ze naar het ziekenhuis. En IK moet ze daar brengen. Dat laatste valt nog te bezien. Ik onderzoek haar en kom tot de conclusie dat het niet haar ruggenwervel is die de pijn geeft. Ook kan ze staan en lopen. Ik vraag of ze al iets tegen de pijn heeft ingenomen. Nee, dat heeft ze niet. En paracetamol werkt bij haar niet geeft ze aan. Ooh, nou ik verzeker je dat paracetamol wel helpt, als je ze maar consequent inneemt en niet af en toe. Heeft u al contact gehad met uw huisarts. Nee, het is 5 uur geweest en de huisarts werkt maar tot 5 uur. (ok Henk, even tot 10 tellen….). Maar u had eerder kunnen bellen toch? U heeft de hele middag al pijn. Ja maar nu is het ineens heel erg en nogmaals, ik heb een hoge pijngrens. En de huisartsenpost was geen optie? Huisartsenpost?? Waar is dat? Mevrouw, luister goed. We werken in Nederland al 20 jaar met huisartsenposten. Deze zijn bedoeld voor spoedzorg wanneer de eigen huisarts niet meer bereikbaar is. Dus na 17 uur inderdaad. 

Maar u brengt me toch wel in het ziekenhuis? Eeh, nee, ik zie niet de noodzaak om u nu naar het ziekenhuis te brengen. Ik maak een afspraak op de HAP voor u en dan kunt u zich daar melden. Hier lijkt ze het niet helemaal mee eens te zijn en mij wordt verzekerd dat er veel betere ambulanceverpleegkundigen zijn dan ik. Ik geef aan dat dit ongetwijfeld zo is. Ik heb nooit gezegd dat ik de beste was en zal dat ook nooit zeggen. Maar ze zal het nu met mij moeten doen…

Ik weet dat dit misschien bot klinkt, maar mensen lijken soms helemaal niks meer zelf te kunnen. Een andere keer besluit je om iemand wel mee te nemen en dan krijg je een verbaasde reactie: Ooh moet ik echt mee naar het ziekenhuis, dat wil ik niet. Maar u belt 112, verwacht een ambulance. Wat verwacht u van mij dan? Ik doe niet aan handoplegging of iets dergelijks. 


Een andere keer moet ik op zaterdagmiddag naar een mijnheer die ernstig benauwd blijkt te zijn. Aangekomen op het adres zie ik inderdaad een mijnheer aan tafel zitten die duidelijk tekenen van benauwdheid vertoont. Zijn vrouw en dochter zitten bij hem aan tafel. Ik vraag wat ik kan doen en dan krijg ik een triest verhaal. Mijnheer is terminaal. Heeft longkanker en is uitbehandeld. Hij is naar huis gekomen om daar te overlijden. De prognose was enkele weken, maar ik vrees dat hij de nieuwe week niet eens zal halen. Dochter is aanwezig en die heeft een saturatiemeter (zuurstofmeter) in de hand en die geeft een waarde van 84% aan. Normaal gesproken alle reden om snel alles uit de kast te halen. Echter is deze situatie anders. Dhr is stervende. Het afgesproken beleid vanuit het ziekenhuis is gericht op comfort. Wanneer nodig mag hij wat zuurstof om het comfort te verhogen. Echter is dit beleid 1,5 week geleden afgesproken maar zijn er geen spullen in huis om zuurstof toe te dienen. Dhr geeft aan dat hij er klaar mee is. Alleen is zijn zoon onderweg vanuit Spanje en die wil hij nog graag zien. Deze word vandaag nog niet thuis verwacht. Ik denk even na en overweeg alle opties. Ik bel de thuiszorg die daar dagelijks komt of zij spullen voor thuis zuurstof hebben. Maar ik vang bot, het is zaterdag en dat kan pas na het weekend. Ik geef aan dat er ook een andere optie is en dat is de medicatie flink ophogen zodat de benauwdheidsklachten afnemen. Echter is dhr nu al slaperig en uitgeput dus verwacht ik dat hij door medicatie in een soort sub comateuze toestand zal raken en niet meer wakker zal worden. Ik leg deze optie voor aan de familie en besluit met de HAP te bellen om te kijken welke opties er nog meer zijn. Gelukkig krijg ik een meedenkende huisarts aan telefoon die al gelijk aangeeft dat ze de volgende dag ook werkt en we er voor moeten zorgen dat mijnheer zijn zoon nog te zien krijgt. (als dat lukt natuurlijk). Ik spreek een beleid af en leg dit allemaal uit aan de familie. Medicatie langzaam ophogen en kijken welke effecten dit heeft. Ik geef aan dat ze de saturatie niet meer moeten meten maar moeten varen op comfort van mijnheer. Bij enige twijfel of onduidelijkheid kunnen ze contact opnemen met de HAP.

De mensen lijken allen opgelucht dat er iets van een beleid is gemaakt. Al met al ben ik een lange tijd bij deze mensen geweest. Het voelt goed om iets te kunnen doen in deze situatie. Ik laat de mensen achter in de hoop dat de komende dagen voor mijnheer comfortabel kunnen zijn en dat hij met zijn vrouw en kinderen naar een rustig (en onvermijdelijk) einde toe kan leven. Ik hoop voor mijnheer dat hij zijn zoon nog heeft kunnen spreken. Ik weet niet hoe dit is afgelopen. Ik laat dit verder achter me. Maar situaties als deze geven net dat ene stukje meerwaarde aan je werk. Wel vind ik het een misser dat er een beleid is gemaakt en dat dit niet zodanig is georganiseerd dat dit niet kan worden uitgevoerd. 


Ik heb al vaker aangegeven dat ik graag met de politie samenwerk. We hebben elkaar hard nodig in dit vak. Ik vind het schokkend om te zien hoeveel ellende en disrespect de politie over zich heen krijgt. En ja, er zullen dienders zijn die gedrag uitlokken. Maar ik ben er van overtuigd dat het overgrote deel van de dienders er is om te hulp te bieden in een (nogal roerige) samenleving. 

Het is absoluut af te keuren dat er online overal filmpjes staan die het wangedrag van agenten weergeven. Er is altijd een verhaal voorafgaand aan een situatie en dat staat nooit op film. Gelukkig zijn er in Nederland 17 miljoen mensen met verstand van zaken. 2 jaar geleden waren ze allemaal viroloog, nu zijn het gedragsdeskundigen en hebben ze verstand van klimaat en andere zaken. Maar blijkbaar heeft ook een groot deel zich verdiept in orde, wetgeving en handhaving. Maar dat terzijde. Ik word naar een situatie gestuurd waarbij iemand psychotisch is en alle bij elkaar scheld en schreeuwt. Hij uit zich bijzonder agressief naar buurtbewoners en andere mensen. De politie is met meerdere eenheden meerijdend. Deze zijn allemaal ter plaatse als ik me daar meld. Ik overleg met de agenten en samen maken we een plan van aanpak. Deze man moet mee naar een psychiatrische instelling omdat hij een gevaar is voor zichzelf en voor anderen. Alleen gaat deze man niet vrijwillig met me mee denk ik. Ik ga me samen met een agent melden om te kijken hoe hij op mij reageert. Stel dat het rustig kan, dan doen we het rustig. Echter zijn we er na 1,5 seconde achter dat het niet rustig gaat gebeuren. 

Ik had al overleg gehad met de acute dienst psychiatrie en die geeft aan dat mijnheer welkom is voor een beoordeling, maar of we hem liefst niet willen sederen ivm de beoordeling. 

Ik trek echter vooraf wat medicatie op voor het geval dat. Deze man is in alle staten, staat met flessen en stenen te zwaaien. Ook het rode lampje van een taser doet hem niets. Ik ben absoluut tegen onnodig geweld, maar als het nodig is, is het nodig. (en kom op, van taseren ga je niet dood. Je bent alleen enkele seconden niet in staat om te bewegen. Precies voldoende om hem te overmeesteren).Voor mensen die taseren dramatisch vinden. Het zal niet comfortabel zijn, maar besprongen worden door 6 agenten zonder dat je getaserd ben ziet er ook niet heel prettig uit. 

Terug naar deze mijnheer. Uiteindelijk lijkt zijn aandacht even te verslappen en hij is even de controle kwijt en zodoende kan hij zonder taseren overmeesterd worden. Op verzoek van mij krijgt hij handboeien om. Alle taal en agressie die ik over me heen krijgt is nogal bedreigend. Ik heb ook geen enkele band op het gebied van vechtsport en bovendien is een ambulance niet de meest geschikte plaats om met een patiënt in gevecht te gaan. Ik ben zeker niet bang uitgevallen, maar iemand in een psychose is onberekenbaar en deze mijnheer is bijzonder agressief.

Om sowieso het gevecht te mijden, besluit ik hem wat kalmerends te geven. De beoordeling ten spijt. Ik moet een half uur met deze man op stap. Dat gaat hij slapend doen heb ik besloten. Voor mijnheer beter, voor mij beter en voor iedereen beter. Die beoordeling komt wel als het is uitgewerkt. Zo brengen we mijnheer slapend en rustig naar de psychiatrische instelling. Ik dank de blauwe collega`s voor de samenwerking en deze afloop. 

Zonder onnodig geweld gaat mijnheer beoordeeld worden en ik hoop dat hij een juiste behandeling krijgt. 


maandag 9 mei 2022

Over de kook

 Je blijft je verbazen wanneer je bij patiënten kom. Naar mijn idee bel je normaal gesproken de ambulance wanneer er een noodsituatie is. Een mogelijk logisch gevolg is dat je dan meegenomen word naar het ziekenhuis. Maar toch gebeurd het soms dat je bij mensen komt. Op basis van klachten en onderzoek een besluit neemt om de mensen mee te nemen naar het ziekenhuis, dat je een reactie krijg als: Ik hoef toch niet echt mee zeker? Moet dat echt? Tja, u belt met een probleem. Ik kan dit probleem niet oplossen en dan moet je mee naar het ziekenhuis. De (oprechte) verbazing van patiënten wanneer ze mee moeten (weigeren staat uiteraard ook gewoon vrij, maar dan op eigen verantwoording) zorgt bij mij soms weer voor verbazing.

Ik ben verpleegkundige die door aanvullende opleidingen en ervaringen een aardig tasje kennis bij me heb. (althans, dat denk ik..) Maar ik ben geen dokter en dat is prima zo. Ik probeer mijn werk zo goed en zorgvuldig mogelijk uit te voeren. Maar hier lijkt soms niet iedereen van overtuigd. Doorgaans heb ik er niet zo`n moeite mee wanneer mensen me niet geloven, maar dan vind ik ook dat je me niet om hulp moet vragen. Af en toe zijn er mensen die enorm veel energie vragen en die je bloed doen koken. Dan sta ik met mijn peen-en-uien-gezicht oprecht moeite te doen om rustig te blijven.

Ik krijg een melding naar een camping ergens langs de Hollandse kust. Er zou een dame zijn met buikproblemen. Uiteraard heel vervelend. Maar de term `buikproblemen` is nogal breed en zegt aanrijdend nog niet zoveel. Op de meldkamer word dit door een protocol bestempeld als ernstig en zo gebeurt het dat wij met toeters en bellen richting de betreffende camping rijden.

Bij de camping worden we netjes opgevangen door de beheerder en naar de betreffende stacaravan begeleid. Wanneer ik uitstap hoor ik een vrouw gillen. Het geluid komt uit een stacaravan en in de deuropening staat een man. Ik pak mijn spullen en loop naar binnen. Wat me opvalt als ik in de slaapkamer komt waar mevrouw ligt, dat ze heel snel aan het ademhalen is, een normale kleur heeft en vooral heel erg in paniek is. Door de onrust en de paniek kan ik niet zoveel beginnen, dus ik probeer haar eerst rustig te krijgen. Dit lijkt enig resultaat te hebben. Ik vraag wat er aan de hand is en waar ik ze mee kan helpen. Dan krijg ik een heel lang verhaal, maar goed, ik heb de tijd. Ik onderbreek haar eerst door te vragen of ze nu nog pijn heeft, maar die is gelukkig weg.

Het verhaal komt er op neer dat ze een medicijn heeft gehad 2 dagen geleden. Daarop niet lekker werd en de vorige dag de gehele dag in een ziekenhuis heeft gelegen aan de andere kant van Nederland. (waar ze woont). Daar zijn onderzoeken geweest waar niets uitgekomen is. Vanmiddag is ze met de auto naar deze camping gekomen met haar man. En kort 2 uur later voelt ze zich niet lekker en heeft ze buikpijn. (dit is de uiterst korte versie…).

Ik vraag of ze in de voorgeschiedenis ergens mee bekend is. Hierop krijg ik een lijst in mijn handen gedrukt met zoveel aandoeningen, dat je er een volledig kwartet van kan maken. Niet overdreven zijn het er meer dan 50. Ze vult aan dat de klachten die ze nu heeft een voorbode zijn van een uitbraak van een aantal van deze aandoeningen. Ik hoor het relaas aan en geef tussendoor aan dat we haar zullen onderzoeken en een aantal metingen gaan uitvoeren.

Maar alle metingen die we doen zijn goed, of passend bij het stressvolle moment. Maar daar is mevrouw het duidelijk niet mee eens. Een temp van 36.8 is voor haar hoog en een voorbode van een en ander. Voor de bloeddruk van 148/78 geld hetzelfde. Ik geef aan dat ik geen afwijkingen zie. Ook het hartfilmpje en de bloedsuiker spiegel is goed. Maar mevrouw is niet te overreden.

Dan zegt ze ineens: je gelooft me niet he? Ik zie dat je me niet gelooft. Ik geef als antwoord dat ik haar zeker wel geloof, maar dat alle metingen mij niet verontrusten. Ik zie op basis hiervan ook geen reden om haar mee te nemen naar het ziekenhuis. Maar mevrouw begint een relaas dat ik haar niet geloof etc. Mijn bloeddruk is inmiddels hoger dan die van haar.

Ik geef aan dat ze eventueel naar de huisartsenpost kan. Ik kan die bellen zodat ze snel terecht kan. Maar een huisartsenpost is niet goed. Ze moet naar een ziekenhuis. Het liefst haar eigen ziekenhuis (aan de andere kant van Nederland). Maar ik geef aan dat het geen optie is dat ik daar heen ga. Haar pijnklachten zijn weg. Alle metingen zijn goed. Ik geef als optie dat ze daar best zelf heen mag als ze dat wil. Maar dat is olie op het vuur. Ze kan niet in de auto zegt ze. Als ik zeg dat ze 2 uur daarvoor 1.5 uur in de auto heeft gezeten naar de camping krijg ik een dodelijke blik. Ok, rustig blijven Henk.

Dan gooit ze het op een andere boeg. Ze is uitgedroogd. Maar ook dat kan ik er niet van af zien. Ze heeft een aandoening waarbij ze heel veel moet drinken en de dame van 112 heeft een uur geleden gezegd dat ze niet mag drinken totdat de ambulance er is. Ik geef aan dat ze nu best mag drinken. Maar ze is uitgedroogd, want ze heeft een uur niet gedronken. Ik geef aan dat de kans op uitdroging in normale omstandigheden kleiner is dan -0- wanneer je een uur niet drinkt. Ooh, dus je gelooft me weer niet? Ik kook van binnen. Ik bied nogmaals aan dat ze naar de HAP kan en dat ik daar een versnelde afspraak kan maken. Maar dan komen de volgende bezwaren. Hoe kan ik in een auto met die drukte en al die hobbels in de weg. Ik vraag wat het verschil is tussen zitten in een ambulance en zitten in een auto. Dezelfde drukte en dezelfde hobbels. Sterker nog, voor wie de illusie heeft dat de brancard bij Auping vandaan komt, heeft het heel erg mis. Dan krijg ik weer een verhaal dat ik haar niet geloof en dat ik geen begrip heb. Maar nu is de maat vol.

Ik kijk haar aan en zeg dan: Mevrouw laat ik even heel duidelijk zijn. Ik werk bij een spoed dienst. Wanneer mensen een ambulance bellen ga ik daar naar toe en doe mijn werk zo goed als mogelijk. Dan maak ik een inschatting op basis van wat ik zie en wat ik meet. Als er dan geen spoed indicatie uitkomt, bied ik een ander oplossing. Als u geen vertrouwen in mijn werk heb, moet u ook geen ambulance bellen. U heb zelf het besluit genomen om een dag na ziekenhuisopname op vakantie te gaan. U belt voor klachten die inmiddels weg zijn. U ziet voortekenen van andere aandoeningen. Mijn advies: ga naar huis en bel je eigen huisarts. Dat lijkt even te helpen. Maar dan krijg ik een tirade dat ik geen idee heb wat ze allemaal mankeert en dat ik haar toch niet serieus neemt.

Dan vraagt haar man iets aan mij. Maar dan mevrouw valt hem in de rede. Jan (fictieve naam) vraag maar niks aan hem, hij is toch geen dokter… Dan ben ik er helemaal klaar mee. U zeg tegen mevrouw dat ze verwacht word bij  de HAP. Daar werkt wel een dokter. Mogelijk kan die haar helpen.

Later op de avond word ik door die dokter gebeld, die kon er niets mee en heeft mevrouw naar haar eigen arts aan de andere kant van Nederland gestuurd.

Geloof me, ik heb een jobsgeduld. Maar ook dat raakt wel eens op.

Gelukkig zijn de meeste patiënten anders. En met sommige mensen heb ik echt wel te doen. Het is Koningsdag. We krijgen en melding van een vrouw die gevallen is in de tuin. Ze kan niet overeind, of wij even willen kijken. We komen ter plaatse. En waar het hele dorp in feeststemming is, ligt hier een dame op de grond.

Ze heeft geen pijn. Ze is medisch helemaal stabiel. Maar wanneer ik vraag wat er is, zegt ze dat ze een paar patatjes wilde bakken. Daar had ze zin in. Het is tenslotte feest. Dit bakken doet ze in een pannetje met vet. Maar toen ze die op de schuur wilde halen, struikelde ze over de dorpel en lag mevrouw op de grond en het vet op de tegels. We brengen haar in huis en ik vraag wat ik kan doen. Ja, ik eet maar niet, das ook niet erg. Nou, het is Koningsdag, dus voor iedereen moet het een feestje zijn toch. Tegen mijn collega zeg ik: geef de sleutels van de ambulance eens en blijf jij bij mevrouw. Dan race ik A1 (zonder toeters en bellen) naar de snackbar en bestel een frietje mayo met een kroket. 5 Minute later race ik weer A1 terug nar mevrouw. Alstublieft en eet smakelijk. Het blik is onbetaalbaar. En wij rijden met een grote lach terug naar onze post…

vrijdag 1 april 2022

Mijn huisarts...


In Nederland heeft iedereen een huisarts. Sommige mensen komen er nooit terwijl anderen vaker bij de huisarts zitten dan bij de supermarkt. De band met een huisarts is ook heel divers. De ene patient neemt klakkeloos aan wat de huisarts zegt, de ander vind zelf onderzoek ook nog nodig naast een medisch consult. Kortom de een volgt adviezen van de huisarts letterlijk op en de ander heeft er zo de bedenkingen bij. Er lijkt zich op dit gebied ook wel een verschil te bestaan tussen mensen/huisartsen in de stad en die op het platteland. In deze blog komen diverse situaties die te maken hebben met huisartsen naar voren.

We krijgen `s avonds laat een melding van een dame met pijn op de borst. Als ik naar het adres kijk, heb ik het idee daar vaker geweest te zijn. Met mijn collega bespreek ik onderweg de casus. POB bij een oudere dame kan een scala aan diagnoses betekenen.

Bij aankomst word de deur geopend door de echtgenoot van deze dame. Ik herken hem direct en bevestigd mijn vermoeden dat ik hier niet voor het eerst sta. In de woonkamer zit een dame, of beter gezegd, hangt een dame in de bank. Ze maakt een enorm gespannen indruk.

Het gaat niet goed met me, mijn hart klopt zo snel en ik heb het idee dat hij er uit komt. Ik pak de pols, maar dat verontrust mij niet. Ik ga in gesprek met mevrouw en probeer haar rustig te krijgen. We zijn er bij en hebben de situatie onder controle. Aangesloten aan de monitor zie ik een hartslag van 120. Dit is nu niet direct zorgwekkend. Ik begin me te herinneren dat dit voorgaande keer ook zo was. Mevrouw is gespannen en angstig. Ik probeer te achterhalen waar dit vandaan komt. Haar man roept al een aantal keer tussen door dat ze zich veel te druk maakt om alles. Ik vraag of ze wel eens bij de huisarts komt. Ja, daar komt ze wekelijks. En die beste man meet dan haar bloeddruk en haar pols. Omdat mevrouw in het verleden wel eens een ritme stoornis heeft gehad waarbij ze een hartslag had boven de 200 per minuut,
heeft de huisarts haar op het hart gedrukt dat ze de huisarts moet bellen als haar hartslag boven de 100 komt. Maar ja, in de avond werkt haar huisarts niet, dus bel je 112. Ze voelt dat haar hartslag 120 is en ze moest bellen van de huisarts. Tja, daar sta ik dan. Een hartslag die door alle spanning heel goed te verklaren is en waar ik me geen zorgen om maak. Maar hoe ga ik dat vertellen en uitleggen. Een normale hartslag is lager dan 100 weet mevrouw. Ik ga er even bij zitten en leg mevrouw duidelijk en rustig uit dat deze hartslag geen reden is tot paniek en er geen actie nodig is. Aanvankelijk is het vertrouwen in de huisarts groter dan in mijn verhaal (wat ik overigens ook wel een beetje begrijp) maar op den duur lijkt ze rustiger te worden en dipt haar hartslag voorzichtig onder de 100. Uiteindelijk laat ik mevrouw thuis met een goed gevoel. Maar dat ze de instructie heeft gehad dat ze moet bellen bij een hartslag boven de 100 maakt dat ik deze dame inmiddels al 3x heb bezocht. Tja, sommige dingen zijn niet zo abstract als dat ze gezegd worden, maar leg dat maar eens uit.

Andere mensen geloven nog in wonderdokters denk ik. Ik moet naar een kindje wat enorm slaperig is. Niet wakker te krijgen. Het kind is 3 jaar. Net genezen van de waterpokken. De littekens zijn nog zichtbaar. Als ik binnenkom zie ik een kind die heel vast ligt te slapen maar wel goed wekbaar is. Naar het verhaal luisterend vermoed ik dat ze een koude rilling heeft gehad die morgen. Moeder begrijpt niet waarom ze zo moe is. Ze is tenslotte bij de huisarts geweest en die vond dat het goed ging. Ze was naar de huisarts omdat het kindje koorts had. Ze vertelt het hele verhaal. Na het bezoek bij de dokter is ze nog naar de bibliotheek geweest en daarna naar de speeltuin. Daar heeft het kindje nog even gespeeld. Nu is ze thuis en is het kind in slaap gevallen. Ik vraag aan haar waarom ze na de dokter niet naar huis is gegaan. Tja, de dokter vond het goed gaan. Ik ben even verbaasd. Ik vermoed dat de huisarts heeft bedoeld dat het naar omstandigheden goed gaat, maar het kind is ziek en heeft koorts. Wat doe je in een speeltuin? Al met al heeft zoveel energie gekost dat ze nu als een blok in slaap valt. Is dit voor mij werkelijk te logisch? Vanuit mijn positie als ouder, zou ik met een kind met koorts niet naar de speeltuin gaan. Maar ja, blijkbaar is dat niet zo logisch als dat ik denk.

Met mijn collega krijg ik een melding dat ik een mijnheer moet op halen in het centrum van Rotterdam. Deze melding komt via de huisartsenpost. De man heeft die morgen bloed geprikt via de huisarts en nu in de avond is de uitslag bekend. De eigen huisarts heeft die klaarblijkelijk nog bekeken en heeft via zijn collegas op de huisartsenpost geregeld dat mijnheer opgenomen moet worden. De man heeft zelf een belletje van de huisarts gekregen dat er zo meteen een dokter komt. Als ik bij de man aankomst doet de man zelf open. Een enorm verbaasde blik als hij ons met brancard en al ziet staan. Er zou een dokter komen en nu staat er een ambulance. Tja, wij komen u ophalen. De mond van de man valt open. Mij ophalen?? Ik ben niet ziek en heb geen klachten. Ik loop naar binnen en wil het verhaal wel eens horen. Via een routine onderzoek is er bloed afgenomen die morgen. De uitslag was afwijkend. (dat had de man nog niet gehoord). Maar mijnheer heeft geen klachten. Totaal niet. Rare situatie. Ik ga de huisartsen post een bellen. Ik geef aan dat ik met alle liefde patienten naar het ziekenhuis breng. Maar mensen die geen klachten hebben (en daarom ook niet zon zin) laat ik liever thuis. De huisarts die ik spreek begrijpt dat en gaat mee in mijn redenering. De eigen huisarts moet dit morgen maar oppakken. Mijnheer blijft thuis en nadat wij nog even hebben staan genieten van het uitzicht over de stad vertrekken wij ook weer.

Dat een pijn op de borst melding vaak voorkomt heb ik al eens laten doorschemeren. Maar oorzaken van POB zijn er te over. Ik krijg weer een melding als deze. In onze melding staat al bij dat de huisarts ook met ons meerijd. Bij aankomst zit er een mijnheer in een stoel die stabiel lijkt. Ik start mijn anamnese (ofwel, vragenrondje) en mijn collega sluit de man aan de monitor. Als we bezig zijn komt er een dame binnen stormen. De huisarts. Sjonge, zegt ze, rij ik zo hart en zijn jullie nog eerder. Ik moet er om lachen. Kan deze humor wel waarderen. De huisarts kent mijnheer goed. De man is cardiaal belast (in het verleden hartklachten gehad) maar heeft ook enorm veel stress in zijn leven wat op dit moment ook aardig opspeelt. De man Is volledig stabiel en ook de getallen laten geen verontrustende dingen zien. Het hartfilmpje ziet er normaal uit. Gezien de achtergrond van mijnheer is het misschien wel verstandig om hartenzymen te bepalen. Dan hebben we dat probleem uitgesloten. Normaal gesproken gaat de huisarts overleggen met de cardioloog en die zegt dan dat hij de patient in het ziekenhuis wil zien en dat ze daar bloed afnemen. Voor een medicus de weg van de minste weerstand, voor de patient de meeste belastende weg. Deze huisarts pakt het anders aan. Het hartfilm is goed. En bloedprikken kan ook via de STARR. Ze zegt tegen de man, ik maak een afspraak bij de STARR en dan kun je zo bloed gaan prikken. Ooh nee roept ze, ik heb een beter idee, trek je schoenen aan, dan stap je bij mij in de auto en zet ik je even af bij de priklocatie. Dan is het maar gebeurd. ZO gezegd, zo gedaan. Voor ik mijn spullen opgeruimd heb en de rit heb afgerond zit deze man al bij de STARR met een naald in zijn arm. Doortastende actie van de huisarts. Ik hou hier van.

 

zaterdag 12 februari 2022

Trauma, maar dan anders

 In ons werk blijf je onder andere bekwaam door vele training en scholing. Zo heb je eens in de 5 jaar een profcheck op de ambulance academie in Harderwijk. Maar ook eens in de 5 jaar een profcheck bij je eigen dienst. Ook voorbehouden handelingen worden met grote regelmaat getraind en getoetst. En dan zijn er nog allerlei scholingen en trainingen tussendoor om je kennis en bekwaamheid op niveau te behouden. Omdat je in elke denkbare situatie terecht kan komen, is het fijn om soms weer eens wat dingen op te frissen. Sommige dingen kom je maar eens in je carrière tegen. En ook dan word er van je verwacht dat je kunt handelen. Daarbij zijn situaties vaak totaal anders dan dat je zou vermoeden.

Afgelopen week heb ik met een aantal collega’s een scholing gehad waarbij het ging over trauma en traumatische reanimaties. Een trauma is een heel erg ruim begrip. Feitelijk gezien is een val van een trampoline net zo goed een trauma als een ongeval met een vrachtwagen. Echter is het zaak om snel je patiënt in kaart te brengen. Daar ging de afgelopen scholing over. Er zijn zoveel factoren die er toe kunnen leiden dat je een ander beeld heb van de situatie dan dat je zou vermoeden. Ik zal in deze blog ingaan op een aantal trauma`s. Bij deze casuïstieken is de situatie anders dan je zou vermoeden.

Ik ben Rapid Responder en krijg een melding dat er in de havens iemand ergens vanaf gevallen is. Tja en ergens van afvallen, kan variëren van pallet hoogte tot een hoogte van enkele containers. Ik kom bij het betreffende bedrijf aan en word opgevangen door collega’s van de persoon. De patiënt zelf heeft men in een kantine gelegd. Dit stelt me enigszins gerust. (er vanuit gaande dat ze een patiënt niet verslepen als het er heel dramatisch uit ziet). De man ligt roerloos op de grond. Maar zodra hij mij opmerkt begint hij te kreunen en te roepen van de pijn. Ik vraag wat er aan de hand is. Dan hoor ik dat hij van een stapel platen is gevallen. (of eigenlijk half gesprongen) Hij is daarbij vervelend op zijn voeten terecht gekomen. Ik begin bij zijn nek en onderzoek zo het lichaam af naar beneden. Maar mijnheer vraagt waarom ik niet naar zijn voet kijkt want hij heeft geen pijn aan zijn rug. Maar goed, om niets over het hoofd te zien, ga ik toch verder bij zijn nek.

Uiteindelijk kom ik tot de conclusie dat hij alleen letsel aan zijn enkel heeft. Ik denk aan bandletsel. Maar omdat ik nog steeds niet door een lichaam kan kijken, kan ik een fractuur ook niet uit sluiten. Hij is verder helemaal stabiel. Ik zeg dat hij naar het ziekenhuis moet voor een foto om verder letsel uit te sluiten. Maar, aangezien ik als Rapid Responder in dienst ben, kan ik hem nu niet zelf vervoeren. Hij is daar niet zo mee eens. Want als je een ambulance belt hoort deze je ook in het ziekenhuis te brengen is zijn mening. Het enige wat ik er aan toe te voegen heb is: wanneer de situatie dermate slecht is dat er continue bewaking moet zijn heb je gelijk. Maar aangezien dat nu niet nodig is, mag je met je collega naar het ziekenhuis. Nu weet ik dat band letsel erg pijnlijk kan zijn, maar als ik hem een infuus geeft, komt hij bijna los van de grond vanwege de pijn van de prik. Ik heb hier mijn eigen idee over (…).

Een andere melding betreft een ongeval. De melding is als volgt: Er is een aanrijding geweest tussen 1 vrachtwagen en 1 personenauto. Een andere ambulance is eerder ter plaatse, dus jullie kunnen je bij die wagen vervoegen. Prima, we gaan onderweg. De bestuurder van de personenauto zou bekneld zitten. Dus enige spoed is wel nodig. Als ik ter plaatse kom zie ik in het talud van de weg (het is een verhoogde weg) een vrachtwagen met daarnaast een personenauto die ondersteboven ligt. Op de weg staan 2 brandweerwagens voor ons dus verder zicht op de weg heb ik niet. Maar de melding was een vrachtwagen en 1 personenauto en die heb ik hier. De beloofde andere ambulance is er echter nog niet, dus moet ik even schakelen van rol. Maar het ongeval is duidelijk. Ik loop naar de personenauto en zie een vrouw in deze auto hangen. Zeer oncomfortabel. Ze is aanspreekbaar en ik beloof haar dat we er alles aan doen om haar uit die wagen te krijgen zodat ik verder voor haar kan zorgen. De chauffeur van de vrachtwagen loopt rond, maar daar maak ik me op dit moment minder zorgen om. Ik haal wat uit de ambulance en met dat ik er naar toe loop zie ik dat de brandweer bezig is bij een 2e personenauto. Dit is heel raar. Zo was de melding niet, en ik had de melding in kaart dacht ik. Ik vraag mijn collega daar te gaan kijken, omdat ik dit vreemd vind. Mijn collega komt snel terug met de mededeling dat deze auto ook tegen de vrachtwagen is gereden maar dat deze bestuurder op slag is overleden. Ik keer terug naar de dame die bijna los is. Deze heeft wel hulp nodig en zo te zien is de klap heel hard geweest. Opeens vraagt ze: waar is mijn vriend? Uw vriend? Ja die is gelijk uitgestapt. Ok, dus blijkbaar is er nog een slachtoffer. Ik vraag een collega van een andere wagen (die inmiddels ter plaatse is) of hij deze man heeft gezien. Die heeft ook recht op een onderzoek. Hij heeft in dezelfde auto gezeten als deze vrouw. Uiteindelijk heb ik de dame met veel letsel in het ziekenhuis gebracht. Terug naar het feit dat dingen anders zijn dan je verwacht. Ik ging uit van 1 vrachtwagen en 1 auto omdat dit gemeld was. Ik kreeg te horen dat er een andere auto al ter plaatse zou zijn.  De situatie ter plaatse was geheel anders.

Met je collega bespreek je vaak je verwachting uit als je nog aanrijdend ben naar een ongeval. Ik ben met mijn collega onderweg naar een post. We rijden op de snelweg als we een melding krijgen op diezelfde snelweg een kilometer of 20 verderop. Een man zou van een viaduct gesprongen zijn en overreden door een vrachtwagen. Nou, zeggen we tegen elkaar, dat word een reanimatie met een kleine kans. Eerst een meter of 10 naar beneden en dan overreden worden klinkt weinig hoopgevend. Het verkeer staat volledig stil als we nog een stukje moeten en het kost daarom enige moeite om ons op locatie te begeven. Ter plaatse zie ik een stel benen onder een auto vandaan komen. Echter, deze benen bewegen nog. Oftewel, dit is geen reanimatie behoeftig persoon. De man ligt met zijn bovenlichaam onder de auto en reageert nog op ons. Hij ligt echter bekneld. Veel hulpverleners zijn ter plaatse. Ik maak een plannetje met de brandweer om deze man onder de auto vandaan te krijgen. Ik krijg nog mee dat we moeten uitkijken dat deze man niet wegrent. (daar zou hij zijn redenen voor hebben), maar als ik naar zijn onderbenen kijk weet ik al dat deze man geen meter gaat lopen. Met deze vorm onderbenen worden er geen mensen geboren.

Na niet al te lange tijd is hij bevrijd vanonder de auto en met een college besluiten we verdere behandeling onderweg naar het ziekenhuis uit te voeren. Gezien de aard van het ongeval is de kans heel groot dat er inwendig heel veel letsel is. En dit letsel ga ik op straat niet kunnen behandelen. Hij is inderdaad van een viaduct gesprongen en op zijn voeten terecht gekomen. Dit is niet heel goed voor je wervels. Dus zo snel als mogelijk naar het ziekenhuis. Daar blijkt hij heel veel letsel te hebben en is de situatie zoals vermoed zeer ernstig.

Je verwacht op basis van de melding een reanimatie te gaan doen, maar heb een patiënt die nog aanspreekbaar is (in het begin van de casus). Dat is even schakelen omdat je toch wat dingen anders aanpakt.

Maar ja, het onverwachte is ook het mooie en uitdagende van ons vak. En daarom doen we zoveel scholingen, zodat we ook in onverwachte situaties grip op de situatie kunnen hebben.

zaterdag 8 januari 2022

POB

Allereerst de beste wensen voor 2022!

De feestdagen liggen weer achter ons. En langzaam komen we weer in ons `normale` ritme. Zelf heb ik gewerkt met Oud & nieuw, maar hier kom ik later wel op terug. Wel denk ik dat een alcoholverbod meer effect heeft op de zorgbelasting dan een vuurwerkverbod. Maar dat terzijde. 


Wel is het weer bewezen dat je er niet knapper op word als je met de nodige alcohol in je lichaam de grond kust. Lopen gaat wat trager en als er dan een stoeprandje is, valt de hoogte moeilijk in te schatten en lig je vervolgens met je gezicht op de grond. (typisch POB, plat op de b..... ). Ik denk dat het goed is dat er in de ambulance geen spiegel aan het plafond hangt. Soms kun je jezelf beter maar niet zien. De mijnheer waar ik het over heb, is er in ieder geval niet knapper op geworden. Wanneer ik het meeste bloed heb weggeveegd, ziet het er wat minder dramatisch uit, maar ik vermoed dat hij de komende weken met een blauw/purperkleurig gezicht over straat zal gaan. Ook lijkt zijn neus wat groter en dikker dan normaal. Maar daar hebben ze in het ziekenhuis vast wel een behandeling voor. 

Een meisje wat met vrienden oud en nieuw heeft gevierd en om een of andere reden een ambulance nodig heeft word er niet mooier op gedurende de nacht. Hevige emoties komen los, gevoed door de nodige alcohol worden deze emoties heviger. Alle make-up is door haar tranen uitgelopen en wanneer ze even naar het toilet moet, adviseer ik haar om bij de spiegel even de andere kant op te kijken...(stiekem heb ik toch een beetje lol als ze bij het passeren van de spiegel toch even naar zichzelf kijkt. Al kan ik me wel enigszins voorstellen dat ze zichzelf niet eens herkent). Het enige voordeel van die alcohol is, dat ze dit waarschijnlijk allemaal niet meer herinnert wanneer ze de andere dag wakker word. 

Pijn op de borst. 

Een van de meest voorkomende meldingen. Pijn op de borst (POB) kan heel veel verschillende oorzaken hebben. Van hyperventileren tot hartproblemen. Van longembolie tot spierpijn. Echter word een pijn op de borst door de meldkamer altijd gekwalificeerd tot spoedmelding omdat het telefonisch op afstand niet mogelijk is om deze diverse oorzaken te onderscheiden. En aangezien de kans op hartproblemen zeker aanwezig is, word er altijd uitgegaan van het ergste tot het tegendeel bewezen is. Daarbij zijn er nog andere factoren die de diagnose hartinfarct nog complexer maken. Enkele voorbeelden zijn: 

  • Komen hartproblemen in de familie voor?
  • Lifestyle. 
  • Man of vrouw? Bij vrouwen presenteren de klachten zich ook nog eens anders dan bij mannen. 
  • Maar ook bij mensen met een hindoestaanse achtergrond is het risico weer groter. 

Natuurlijk heb ik aanrijdend ook wel eens een idee bij het lezen van een melding. POB bij iemand van 20 is anders dan bij iemand van 50. Echter zal het niet de eerste 20-er zijn die wel hartproblemen heeft.

Al met al maakt dat meldingen als POB zo complex zijn, maar tevens ook interessant. Wat het nog ingewikkelder maakt,
is dat mensen op het platteland doorgaans langer met klachten blijven lopen dan mensen in de stad. Enerzijds prima, maar daardoor zijn er ook mensen die zich te kort doen. In de volgende situaties komt dit naar voren.

Ik krijg een melding van een mijnheer die erg benauwd zou zijn. De melding is niet van mijnheer zelf maar een nicht die eens op bezoek kwam vond haar oom erg benauwd. In deze tijd staat je ongemerkt direct op scherp ivm corona. Maar goed, we gaan kijken. We komen aan bij een klein dijkhuisje. Toevallig ben ik daar met dezelfde collega al eens eerder geweest. De tijd is hier enkele tientallen jaren geleden stil blijven staan. Ik tref binnen een oude heer van een eindje in de 90. Een allervriendelijkste baas. Hij zegt dat zijn nicht zich onterecht zorgen maakt. En hij hoopt dat hij niet naar het ziekenhuis hoeft. In mijn eerste oogopslag zie ik niet direct een benauwde mijnheer. Maar helemaal comfortabel is hij ook niet.

We nemen al zijn metingen op en ik maak een hartfilm. Deze laat wel afwijkingen zien. Ik vraag wat zijn klachten zijn. Daarbij geeft hij aan dat hij 4 dagen daarvoor POB klachten had en daarbij een zere arm. (klassiek bij een infarct). In combinatie met het hartfilm denk ik dat deze man een hartinfarct heeft. Ik zeg dit tegen hem en dat ik hem mee ga nemen. Helaas is het al een aantal dagen geleden begonnen, dus zal er qua behandeling niet zo veel meer mogelijk zijn. De lab-waarden bevestigen het hartinfarct en mijnheer word opgenomen voor observatie. Bij mezelf denk ik, had maar eerder gebeld man. Maar ja, onderweg naar het ziekenhuis heb ik een goed gesprek met deze man die heel realistisch over komt. Hij geeft aan dat hij bijna 100 is en dat het ook wel een keer goed is. Tja, ergens heb je nog gelijk ook.

Een andere melding betreft een reanimatie van een vrouw. Het is vroeg in de morgen en een ouder echtpaar is opgestaan om te ontbijten. Na het eten geeft de vrouw aan even terug te gaan naar bed, want ze heeft niet geslapen omdat ze de gehele nacht zo`n last van POB klachten had. Met dat ze op bed gaat zitten, valt ze achterover en stopt haar ademhaling. De echtgenoot belt 112 en begint op zijn manier met reanimeren. Wij zijn vlakbij en bij aankomst leggen we mevrouw heel snel op de grond en nemen de reanimatie over. Na een kwartier hebben we succes en begint mevrouw weer zelf adem te halen en voelen we een polsslag. Bij navragen heeft ze de gehele nacht geklaagd over pijn op de borst. Maar ja, in de nacht bel je de dokter niet toch….? Die mensen moeten ook slapen. Als mevrouw weer hartslag en ademhaling heeft maken we een hartfilm en daar is een fors hartinfarct op te zien. Dit is hoogstwaarschijnlijk ook de reden dat ze reanimatiebehoeftig is geworden. Hoe het later met haar gaat weet ik niet. En achteraf zijn dingen heel makkelijk te beredeneren. Maar als hier eerder alarm geslagen was, had het wellicht anders verlopen.

Maar POB kan ook een andere reden hebben wat blijkt uit de volgende situatie. Ik rij die dag alleen als Rapid Responder. Ik krijg een melding van POB bij een 19 jarige jongen. Ik kom aan op het aangegeven adres en er zit een jongen op de stoep van de woning. Ik vraag of ik voor hem kom. Dit word bevestigd en ik geef aan dat we maar even naar binnen gaan, zodat ik hem kan onderzoeken. Hij oogt enorm gespannen. Beeft als een rietje. Wanneer ik dit zegt tegen hem, denkt hij dat ik het mis heb, maar goed, het is toch echt mijn observatie. Het zuurstof niveau is maximaal. Zijn ademhaling is snel. En zijn hartfilm is perfect. Na een tijdje word hij wat rustiger en komt er toch naar voren dat hij wat spanningen heeft. Ik geef aan dat hij niet naar het ziekenhuis hoeft, maar wel even naar de huisarts moet gaan. Als ik dat zegt, geeft hij aan dat hij een afspraak heeft staan bij de huisarts. Ik vraag wanneer. Ooh shit roept hij, nu. En met dat hij dat zegt, sprint hij de deur uit. Springt op zijn scooter en is verdwenen. Ok, heel bijzonder, ik ruim mijn spullen op, ga naar buiten en trek de deur maar dicht voor hem. Heel bijzonder dit. Maar deze jongen heeft geen hartproblemen.

vrijdag 10 december 2021

Eenzaamheid

Een begrip waar we veel vaker tegenaan lopen dan men vermoed. Soms zijn het de kleine signalen die je oppikt waaruit blijkt dat iemand een heel klein (of zelfs geen) sociaal netwerk heeft. Totaal geen foto`s in huis of alleen maar hele oude foto`s. Een foto aan de muur is vaak wel een mooi item om een gesprek te beginnen. 

Een familiefoto of een foto van een aantal jonge mensen. Ooh, zijn dat uw kinderen of kleinkinderen? Ja, dat klopt. Vaak komen er dan mooie verhalen naar boven waaruit warme familiebanden klinken. Maar soms is het niet meer dan een zucht. Ja, dat zijn mijn kinderen. Maar het is lang geleden dat ik ze gezien heb. Die linkse is verhuisd naar het noorden van het land. Tja, en die middelste heb ik geen contact meer mee. En die andere, ja ach, die heeft het druk he. 

Natuurlijk is bovenstaande lang niet bij elke patiënt aan de orde, maar het komt toch meer voor dan je zou wensen. Nu kom ik zelf uit een warme en grote familie. Daarbij heb ik een heel fijn sociaal netwerk. Dus ik kan me soms maar slecht voorstellen dat er mensen zijn die dat niet hebben, maar soms word je er toch mee geconfronteerd. Tot in extreme vormen. Nu zijn er ook mensen die bezoek en contacten zelf weren, maar dat is een kleine groep.


Ik ben met mijn collega onderweg naar een melding. Er heeft iemand 112 gebeld die zijn buurman bewegingloos in de stoel zag zitten en het niet vertrouwt. Aangezien hij een sleutel heeft is hij naar binnen gegaan en trof zijn buurman overleden aan. Gezien de omstandigheden heeft het overlijden ook al een tijdje geleden plaatsgevonden. Of wij er naar toe willen gaan. Aan de ene kant zijn deze meldingen wat vaag, want als blijkt dat de patiënt al een tijd overleden is, ga ik daar ook helemaal niets doen. Het is aan de (huis) arts om de feitelijke dood vast te stellen en de daarvoor benodigde papieren in te vullen. Maar door de omstandigheden vind ik het nooit erg om meldingen als deze te doen. Al kun je soms voor de patiënt zelf niets meer doen, er is iemand die hem gevonden heeft en mogelijk kan die wel even een steuntje gebruiken.


Als wij arriveren is de politie al ter plaatse. Mijn collega en ik gaan naar binnen en het is direct al duidelijk. Hier kunnen wij niets meer betekenen. De buurman die hem heeft gevonden had eigenlijk geen contact met de patient. Hij haalde een enkele keer een boodschap en had een sleutel gekregen voor het geval dat.


Het moment `Voor het geval dat` is nu dus aangebroken. Met de politie lopen we door de woning op zoek naar benodigde informatie. (te denken valt aan id-bewijs, medicatie, huisarts, familie). Maar er is bijzonder weinig informatie te vinden. Uiteindelijk vind ik een blaadje van de apotheek. Via de apotheek kom ik erachter wie de huisarts is en deze bel ik dan op. Van de huisarts krijg ik te horen dat deze man met niemand contact had, maar ergens een broer moet hebben. Een vrouw en kinderen heeft hij nooit gehad. De huisarts heeft ook geen contact persoon van deze man. Goed, het is aan de politie om uit te zoeken wie de naasten van deze man zijn. Ik laat de situatie even op me inwerken. Een zeer schaars aangeklede woning. Een man die er absoluut geen weelderige levensstijl op na hield. Een ding valt ons echter op. Er ligt geld. Heel veel contant geld. Tienduizenden euro's liggen open en bloot in de woning. Tja, wat een schril contrast. Een man die financieel geen enkel probleem had, maar behalve met de slager met niemand contact had. Wat een eenzaam bestaan heb je gehad man. Dan mag je veel geld hebben, maar sociaal ben je heel erg arm geweest. Misschien is het een keuze geweest van deze man. Maar eigenlijk is de hele situatie sneu. Of spiegel ik teveel aan mijn eigen sociale bestaan. Ik zou niet willen ruilen. 


Nadat de huisarts ter plaatse is gekomen gaan wij er vandoor. De politie blijft ter plaatse tot er een familielid is gearriveerd (die ze ergens hebben weten te achterhalen).


Plaatsbepaling.


Heel cruciaal in ons werk. Waar moeten we zijn? Nu de avonden weer lang zijn is het regelmatig zoeken naar het juiste adres. Slecht verlichte huisnummers, of helemaal geen nummer aan de gevel. Het maakt het er niet makkelijker op en soms gaan hier kostbare minuten mee verloren. 

Ik werk een dagdienst in een van de buitengebieden van Rotterdam. We krijgen een oproep van een jongedame die opeens hevige last heeft van buikpijn. Deze dame was aan het fietsen en is afgestapt omdat ze niet meer verder kan. Locatie: ergens in een tunneltje… Dat is nog eens duidelijk. Maar goed, het is geen hoge spoed en ik ken in het hele gebied 2 tunneltjes. Deze gaan onder de snelweg door dus mijn collega en ik nemen aan dat het een van deze 2 moet zijn. Het is een stukje rijden maar als we ter plaatse komen treffen we niemand aan. Ik roep de meldkamer op met de mededeling dat ik niemand kan vinden. Ze proberen de dame terug te bellen maar die neemt de telefoon niet op. Wel kunnen ze de telefoon uitpeilen alleen wisselt deze steeds van GSM mast, dus een heel exacte locatie hebben we niet. Ik vraag het nummer want dan kan ik zelf nog een paar keer bellen. Maar wat ik ook probeer, er wordt niet opgenomen. Mijn collega die in dat gebied nog bekender is dan ik, weet ook geen andere tunnels. We kijken elkaar aan en besluiten om het maar op te geven. Ze zal zelf vast nog wel een keer bellen als het nodig is. Ik probeer nog een ding. Normaal gebruik ik mijn eigen telefoon niet om met patiënten of familie te bellen, maar het is te proberen. Ik sla het nummer in mijn telefoon op en stuur haar een whatsapp bericht dat ik van de ambulance ben en haar niet kan vinden. Ik vraag haar de live locatie door te sturen zodat we op die manier bij haar kunnen komen. Daar reageert ze verbazend snel op. Ik zie de locatie en denk, daar zijn we net 2 keer voorbij gereden. Maar niemand gezien en ik weet niets van een tunneltje. 

Het betreft een kruising van 2 dijken waarbij op de dijk een normale kruising is voor alle weggebruikers. Maar op een of andere manier is er voor fietser ook nog een mogelijkheid om via een heel klein tunneltje onder de kruising door te gaan. En ja, halverwege dit tunneltje zit de patiënt. Ik loop naar toe en lichtelijk geagiteerd zeg ik dat het niet handig is om in een tunnel te blijven zitten. Er zijn op de kruising nota bene mensen aan het werk, die hadden je kunnen helpen. Ik kan je zo toch niet vinden.

Ik neem haar mee naar de ambulance en kijk haar na. Ik zie geen alarmerende dingen en geef aan dat ze naar de huisarts moet gaan. Maar we staan middenin de polder en ik vraag of ze familie of vrienden heeft. Met haar eigen familie heeft ze geen contact. Ze woont bij andere mensen al enkele jaren en deze zijn niet thuis. Vannacht heeft ze bij haar vriend geslapen, maar die heeft juist vanmorgen de relatie beeindigd en heeft haar te kennen gegeven dat ze zijn vriendin niet meer is en het maar moet uitzoeken. Deze jongeman woont echter 500 meter van de plaats af waar wij nu zijn. Tja, je kan je relatie verbreken, daar ga ik niet over, maar als je (verse ex) vriendin problemen heeft bestaat er ook nog zoiets als moraal. Ik probeer de jongen te bellen maar deze neemt niet op. 

Ik overleg met mijn collega en besluit naar die jongen toe te rijden. Zo makkelijk komt hij niet van me af. Ergens heb ik medelijden met deze dame. Ik zeg ook dat mijn uitbrander niet zo bedoeld was, maar dat het voor ons lastig is om mensen te vinden die verstopt zitten in een tunneltje. 


We rijden naar de woning toe en daar komen een man een een jongen (de gewezen vriend) naar buiten lopen. Ik doe zakelijk mijn verhaal en geef aan dat de jongedame in kwestie naar de huisarts moet. Vaderlief geeft aan dat het zijn schoondochter niet meer is en dat ze het maar moet uitzoeken. Hij heeft geen auto en weet ook niet iemand die kan rijden. Jammer genoeg voor hem komt er op dat moment iemand uit hun woning die naar een auto loopt en er iets uithaalt. Ik vraag wie dat is. Ja dat is mijn vrouw. Ok, en van wie is die auto dan? Eeh, van haar. Ok, dus zij kan rijden. Dan krijg ik een heel verhaal dat hij geen taxichauffeur is en dat dit onzin is. Maar ik heb ook geen blauwe kentekenplaten en geef de man aan dat hij als volwassen man best een beetje verantwoordelijkheid mag nemen. De dame in kwestie mag dan je schoondochter niet meer zijn, de relatie is nog geen 6 uur geleden verbroken. En daarbij mag je als mens ook best je verantwoording nemen. Bij de huisarts zal ze later opgehaald worden door een ander, maar ze moet er even worden gebracht. 

UIteindelijk zwicht de man, met duidelijke tegenzin. En rijd de familie met ex schoondochter naar de huisarts. 

Had je ze dan zelf niet even kunnen brengen zul je denken. Tja. ook dat is een mogelijkheid. Echter zijn er teveel factoren dat ik niet zomaar iedereen bij de huisarts kan brengen. En daarbij stoorde ik me enorm aan de houding van deze mensen die er zich dan op die manier van afmaken. 


Ik krijg alweer de volgende melding en ga met mijn collega op weg.


Dit is mijn laatste blog van dit jaar en vanaf deze plaats wil ik iedereen alvast fijne feestdagen en een goed en gezond 2022 wensen. 


donderdag 18 november 2021

Sommige mensen vergeet je niet

Wat een mooi werk hebben jullie. Tja, die opmerking hoor ik met enige regelmaat. En ja, ik vind ook dat ik de mooiste baan van de wereld heb. Zo divers. Jullie maken vast ook heel wat mee. Ook dat zal ik niet ontkennen.


Deze opmerkingen worden gemaakt door een patiënt die ik naast me in de ambulance heb liggen.

Ik moet deze man ophalen. De man moest naar een ziekenhuis ver buiten de regio omdat dhr. daar behandeld word. Hij is gestart met nieuwe medicijnen en daar is hij aardig beroerd van geworden.

Bij binnenkomst is ook gelijk duidelijk: deze man is ziek. Hij ziet grauw, heeft een getekend en ingevallen gelaat en je kunt duidelijk zien dat hij niet in orde is.

Hij verontschuldigt zich voor het feit dat hij 112 gebeld heeft. Want ja, de ambulance heeft wel andere dingen te doen. Die is voor zieke mensen. Ik weerleg dit snel en geef aan dat mijnheer zelf ook in die categorie valt en hij zich zeker niet bezwaard moet voelen dat wij hier nu staan. Het is mijn werk.

We rijden Dhr. met de brancard naar de ambulance. Ik maak nog een keer een opmerking waar hij om moet lachen en dan zegt hij: ooh, gelukkig hebben jullie humor. Persoonlijk ben ik altijd wel in voor een grap of lolletje, mits de situatie het toelaat.

Onderweg ontstaat een fijn gesprek. Over m'n roots, over mijn kinderen en over de zin van het leven. Hij geeft me een compliment door te zeggen dat ik heerlijk nuchter en reëel ben. Nu ken ik dat wel van mezelf, maar vat dit desondanks toch als compliment op. Ik geef niet veel patiënten een inkijk in mijn leven, maar met deze man heb ik wel een klik en door het fijne gesprek laat ik wat dingen zien die ik onderneem met mijn gezin. Mijn gezin op de top van een berg enz. Ik moet daar trots op zijn en dat ben ik ook.  

Dan vraagt hij: en hoe ga je met alle situaties om? Ik geef aan dat ik daar zelf tools voor heb ontwikkeld om ook vervelende casussen te verwerken. Maar dit houd echter niet in dat ik alles vergeet. Ik heb ook al een aardig lijstje van situaties en patiënten die ik nooit vergeten zal. Een van de voordelen van de ambulance is dat je mensen maar kort zie. Een uurtje later sta je weer bij iemand anders thuis en zo gaat dat de hele dag door. Ooh, dus mij ben je straks ook vergeten? Vraagt hij. Ik zeg: ja, in de regel wel. Als ik terug kijk naar mijn IC tijd, maakte je daar veel meer een band met patiënten en familie. En dat kan het soms lastiger maken om dingen te verwerken. Het is al een aantal jaren terug, maar een aantal patiënten van de IC zal ik nooit vergeten… Het zijn de omstandigheden en emoties die een casus moeilijk maken. Ouders die emotioneel volledig gebroken zijn. Kinderen die hysterisch roepen om papa enz enz.

Hij komt terug op de humor. Ja, op de ambulance hebben we humor. Galgenhumor, beroepsdeformatie of hoe je het noemen wil. Is het een tijdje rustig, roepen we al snel: kom maar op met die klapper. Dit heb ik ooit eens met een collega gezegd aan het begin van de dienst. Een uur later stonden we een patiënt van 25 uit een auto te knippen met de brandweer. Groot neurotrauma. Dan denk je wel eens, heb ik weer met m'n grote mond.

Maar hoe hard we soms klinken, uiteindelijk is het de harde buitenkant en hebben we een zachte pit.

Maar natuurlijk vinden we het niet erg om naar een ongeval te moeten. En een reanimatie geeft ook adrenaline. Alleen als de leeftijd dan laag is, of andere omstandigheden, dan balen we er toch ook weer van. Maar het ons werk en ik hou van m'n werk.

Terug naar mijn patiënt. Hij vertelt op zijn beurt over zijn werkzame leven en zijn familie. Een ontboezeming. Tja, en nu lig je hier ziek te zijn in een ambulance. Hij maakt ook de opmerking: ik ga dit niet winnen. Dit kost mij mijn leven. Ik heb met deze man te doen. Hij is nog jong, hij is ziek en hij gaat dit niet redden. En dat beseft hij maar al te goed. Ik denk nog even terug aan zijn vraag: ooh, dus mij ben je ook zo vergeten. Eerlijk gezegd ga ik je voorlopig niet vergeten beste man. Ik heb met je te doen. Je heb me geraakt…  Het zijn niet alleen de grote ongevallen die blijven hangen.

 

Een andere dag ga ik onderweg naar een melding van een zieke man. Deze is al 2 dagen niet lekker. Maar er komen op de melding geen alarmsignalen naar boven. Op het gemak gaan we onderweg. De meldkamer praat ons bij onderweg. Gaan jullie maar kijken, ons gevoel zegt dat het meer een klusje is voor huisarts, maar `het systeem` stuurt een ambulance. We komen ter plaatse en worden op een schemerige slaapkamer opgewacht. Daar ligt een man op bed. Hij heeft een marmerkleurige huid en koude vingers en tenen. Hij ligt plat op bed en kan volledige zinnen spreken (en maakt dus geen benauwde indruk). We doen wat metingen en controles. Maar grote afwijkingen kom ik niet tegen. Wel is het lastig om zijn zuurstofwaarde te meten. Dit lukt op een of andere manier niet.

Mijnheer is onrustig en geeft aan dat hij bang is. Ik overweeg de huisarts nog eens te laten kijken. Maar ergens geeft de onrust van deze man mij een onderbuik gevoel. De man is zo geknepen (door koude en slechte doorbloeding zijn de bloedvaten heel erg dun en klein geworden) dat er geen infuus te prikken is. Ik zeg tegen mijn collega: hij is buiten energie, geef hem maar wat zuurstof en dan nemen we hem mee naar het ziekenhuis. Die naald prik ik in de auto wel.

Zo gaan we op weg. Echter lukt het onderweg ook niet om de naald te prikken. Ik stel de man nog wat vragen waar hij wel op antwoord. Ik zie wel dat hij uitgeput is. Opeens zie ik op de monitor zijn hartslag dalen tot gevaarlijke waarden. Mijn collega geef ik aan dat hij met spoed verder moet rijden.  Ik vraag wat aan de man, maar krijg geen antwoord. Helaas heb ik nog steeds geen infuus.

Ik geef de man op een andere manier wat medicatie maar dit heeft geen effect. Maar ondanks de zuurstof en de medicatie zie ik zijn hartfrequentie niet opklimmen. Dan is hij niet meer aanspreekbaar en ik voel ook zijn pols niet meer. Hierop roep ik naar mijn collega, zet de auto stil, ik ga reanimeren. We starten een reanimatie op en roepen hulp van een 2e ambulance. De meldkamer licht het ziekenhuis in dat we de patiënt aan het reanimeren zijn. Als de patiënt is opgelijnd (infuus via het bot, een tube geplaatst  enz) gaan we al reanimerend door naar het ziekenhuis.

In het ziekenhuis dragen we de patient over en neemt het ziekenhuis de reanimatie over. Ik zie in mijn ooghoek ineens de partner staan van deze man. Ik zie ongeloof. Ik begrijp dat. Want dhr was wel ziek, maar geen grote alarmsignalen.  Ik loop naar haar toe en zeg dat ik dit niet had verwacht. Nee zij ook niet… Helaas heeft het alles niet mogen baten en overlijd deze man.

Ik praat nog even met de partner. Ik moet hier zelf ook even over nadenken. Deze man was ziek, maar niet schokkend en nu is hij overleden. Thuis denk ik er nog even over na. Heb ik dingen gemist? Heb ik iets vergeten? Als ik dit vermoed had, had ik de partner wel meegenomen in de ambulance en niet zelf laten rijden. Ik heb de situatie nog besproken met een collega, maar die heeft ook geen alarmsignalen. Het heeft zo moeten zijn. Een zeer onverwachte wending van de situatie. Helaas. Zo oud was deze patiënt niet.

Ik kan het verlies niet wegnemen. Ik kan wel mijn arm om de echtgenote heen slaan. Ik weet niet veel te zeggen. Maar ik voel dat die ene arm voldoende is. Ik wens haar sterkte en ga weer door.

Ondanks de trieste afloop toch een mooi vak. Die ene arm of dat ene woord kan dan toch net weer datgene zijn wat je werk mooi maakt. Soms zit de waarde in een klein gebaar…