zaterdag 7 januari 2017
Slik een pilletje...
Medicijnen dienen voor de meest uiteenlopende indicaties ingenomen te worden. Sommige mensen bedenken de indicatie zelf. Zo vind een aantal mensen het ook een heel handig middel om te het eigen leven in gevaar te brengen. Dit keer bedoel ik de mensen die medicatie gebruiken voor een TS (tentamen suicide, ofwel een zelfmoordpoging). Triest als het zover komt. Bij een aantal mensen lukt het. Bij een ander lukt het (bewust) niet. En een aantal mensen gebruiken het middel puur om de aandacht te krijgen van de hulpverleners. Vooropgesteld zijn alle gevallen triest. Hoe ver zit je met jezelf in de knoop dat je zo ver komt om een einde te maken aan het leven. Hoe uitzichtloos moet het dan zijn. Voor naasten en familie ook erg aangrijpend.
De gevallen die het middel gebruiken als schreeuw om hulp kom je ook regelmatig tegen. Een duidelijk voorbeeld is de volgende. Ik was nog niet lang aan het werk op de ambulance en we krijgen de melding van een vrouw die een TS gedaan heeft met medicatie. Als we op het adres aankomen is de politie ook in grote getale gearriveerd. Het is een bovenwoning en we rennen te trap op. Daar aangekomen loopt en een man ontredderd door het huis. Hij komt zo wel aan de beurt, maar nu eerst aandacht voor de vrouw. In de slaapkamer ligt een vrouw in nachtkleding op haar buik op bed. De eerste indruk is dat ze slaapt want ik zie een ademhaling. Rondom haar heen zie ik heel veel verpakkingen van pijnstillers en slaapmedicatie. Van de pillen zelf geen spoor. Ik vraag gelijk of een agent even de vuilnisbakken na wilt kijken of ergens sporen van medicatie kan vinden. Ik spreek mevrouw aan en draai haar op de rug. Ze reageert niet op mijn aanspreken. Dat mensen niet reageren als ik tegen ze praat, komt wel vaker voor dus probeer ik het op een andere manier. Pijnprikkel dan maar. Ook geen reactie. Andere plek. Weer nul. Ondertussen heb ik alle plekken wel gehad om iemand op een pijnprikkel te laten reageren. Mijn collega probeert het ook nog eens, echter ook zonder resultaat. Ondertussen is nergens een pilletje of wat dan ook gevonden. De hoeveelheid die uit de verpakkingen komt die naast haar ligt is dermate groot dat ik wel begrijp dat ze buiten westen is. Iets in mij zegt dat het niet klopt. Alle waarden zijn goed en blijven goed. Qua metingen is er werkelijk niets wat afwijkend is. Maar ja, geen reactie. Ik verzoek de brandweer met een hoogwerker omdat deze dame ook nog 2 verdiepingen naar beneden moet en dat zelf niet gaat doen. Ondertussen probeer ik wat informatie uit haar vriend te krijgen maar die vertelt dat ze ruzie hebben gehad eerder op de dag en dat hij weggegaan is en nu bij terugkomst haar zo aangetroffen heeft. Ze heeft zoiets ook nog nooit gedaan. Ik ben bij het academisch ziekenhuis om de hoek en zal daar dus naar toe gaan. Ik bel ze vast op dat ik met een patiënt kom die nergens op reageert (EMV van 3) na inname van een grote hoeveelheid medicatie. Zodra de brandweer er is, word mevrouw naar beneden gehesen en ga ik op transport. Ik zeg tegen haar vriend dat hij maar vast in de ambulance moet gaan zitten en op deze manier mee kan naar het ziekenhuis. Hij wil heel graag achterin bij zijn vriendin zitten. Omdat de situatie stabiel is, vind ik dat prima. Wanneer de dame op de brancard word gelegd door een aantal mensen heb ik het idee dat ze met haar ogen knippert. Het bevestigt mijn gevoel dat er iets niet klopt. Maar zeg ik tegen mezelf, ze reageert nergens op dus zal het wel verbeelding zijn. Onderweg blijft de situatie stabiel dus begin ik vast met het invullen van het ritformulier. Opeens wordt ik op mijn arm getikt. Geloof me: ik schrik me rot. Er ligt een dame naast je op een brancard waar je met geen mogelijkheid een reactie op krijg, en deze tikt ineens doodleuk op je arm. Ik reageer verbaasd en kijk haar aan. Met grote ogen kijkt ze me aan en fluistert ze: ik wil aangifte doen. Logisch, je ligt in een ambulance, heb je half laten mishandelen door een ambulanceverpleegkundige omdat je niet reageert, laat je door de brandweer van de 2e etage uit je woning hijsen en onderweg naar het ziekenhuis zeg je heel gewoon: ik wil aangifte doen. En waarom dan wel vraag ik, ze blijft fluisteren en zegt dat ze ruzie had met haar vriend en dat die haar heeft mishandeld. Diezelfde vriend zit tegenover me in de ambulance. En die medicatie dan? Die heb ik helemaal niet ingenomen. Ik heb ze uit de verpakking gehaald en door het toilet gespoeld. Maar ik wil aangifte doen tegen mijn vriend en hoop dat hij nu goed is geschrokken. Nou dat is hij zeker. Ik zeg dat er net minimaal 6 politieagenten in haar huis waren. Waarom heb je toen geen aangifte gedaan? Tja, weet je, hij moest wel echt schrikken en daardoor hield ik me bewusteloos. Het was wel moeilijk met al die pijnprikkels geeft ze toe. Ik voel een boosheid opkomen. Ik begrijp heel goed dat je aangifte wil doen, maar ik denk niet dat dit de juiste manier is om dit te realiseren. Ondertussen zijn we bijna aangekomen bij het ziekenhuis. Hoe ga ik dit nu weer overbrengen, denk ik. Een dame die niet reageert wordt `op z`n academisch` opgevangen. Dat wil zeggen dat er 25 mensen klaar staan in de traumakamer om de opvang te doen. Ik kom binnen met een dame, die inmiddels al rechtop zit op de brancard en gewoon haar ogen en mond open heeft en praat. De mensen van het ziekenhuis kijken me aan of ik een misplaatste grap maak. Deze dame had toch een EMV van 3? Ik reageer heel kort dat dit zo is maar dat ik eerst de overdracht wil doen. Dan vertel ik het hele verhaal en dat onderweg ineens de EMV veranderde van 3 naar 15. Ofwel, dat ze gewoon volledig bij kennis en aanspreekbaar is. Ter plaatse heb ik echt wel een goede pijnprikkel gegeven. Ik zeg er ironisch nog bij dat blauwe plekken mogelijk van deze pijnprikkels zijn en niet van de mishandeling door haar vriend. Dan ga ik snel de deur uit. Ik voel me flink in de maling genomen door deze patiënt. Natuurlijk begrijp ik dat ze hulp nodig heeft, maar ondertussen is er een enorm leger aan hulpverleners bij haar thuis geweest. Staat het ziekenhuis klaar met heel veel mensen en blijkt er somatisch niets aan de hand te zijn. Dat kan ook op een andere manier. Het is te makkelijk om nu te zeggen: doe normaal man, slik een pilletje. Maar daar is het allemaal wel mee begonnen.
Later ben ik nog regelmatig gevallen tegen gekomen waarbij een patiënt pillen slikt als schreeuw om hulp. Vaak gaat het dan om hoeveelheden waarbij je van te voren al weet dat het niet fataal is. Of de patiënt heeft na het innemen van de medicatie gebraakt. Dan heb je dus geen idee wat er nog in het lichaam zit. Deze patiënten moeten meestal mee om een tijd geobserveerd te worden. Toch zijn het schrijnende gevallen. Niet zelden ben je lang met zulke patiënten bezig omdat het psychiatrisch systeem in Nederland nog niet heel erg soepel loopt. Je er dan een hele pil aan.
zondag 18 december 2016
Geduld
Een andere keer krijg je een reanimatiemelding bij de huisarts. Binnen een aantal minuten staan er politie, brandweer en ambulancemedewerkers in de kleine praktijk. Op het onderzoeksbed ligt een man met een ernstig bleke huidskleur. Zijn borstkas gaat op en neer. Gelukkig denk ik bij binnenkomst: hij doet het. Ernaast een jonge huisarts met rode konen. Ze is enorm opgelucht dat we er zijn laat ze weten. Mijnheer heeft al 2 dagen van pijn op de borst en was nu naar de huisarts gegaan. Daar aangekomen ging hij op de onderzoekstafel liggen. Vervolgens reageerde hij niet meer en stopte hij met ademen. De huisarts is begonnen met reanimeren. Nadat de AED was aangesloten heeft deze een keer een stroomstoot gegeven en kreeg mijnheer weer eigen ritme en bloedflow. Dat is het moment dat wij binnenkomen. Als de huisarts het verhaal doet en ik daarbij naar mijnheer kijkt denk ik: dit zou wel eens een infarct kunnen zijn. Het ECG wat we maken bevestigt mijn vermoeden. Met behulp van de brandweer weten we mijnheer buiten te krijgen. (Praktijk was op de 1e etage). Snel naar het ziekenhuis waar hij een hartcatetheristatie heeft ondergaan. De huisarts is erg opgelucht. Voor haar was het de eerste keer dat ze een reanimatie had buiten het ziekenhuis. Tja dan staat de adrenaline tot boven je oren.
Soms word er gewoon een beroep gedaan op je geduld. En merkwaardig genoeg blijk ik dat af en toe nog te hebben ook. Of we een dame op kunnen halen die een gedwongen psychiatrische opname krijgt. Dit heeft ze vaker gehad en meestal gaat het niet zonder slag of stoot. Daarom zijn collega's van de politie meegestuurd. Het is zomer en erg warm. Mevrouw zit op de zolder waar het nog warmer is. Maar dit lijkt haar eigen wereldje te zijn waar ze helemaal woont. Er zijn diverse aanwijzingen dat ze zelfs voor een toiletbezoek niet naar beneden komt. Als we tegen mevrouw zeggen wat we komen doen en wat het plan is, wil ze eerst het papier zien waarop staat dat ze moet worden opgenomen. Als ze het in handen heeft begint ze deze heel langzaam hardop te lezen. Ik sta voor een open raam waardoor het redelijk is uit te houden. Zon, open raam en een briesje. De agenten staan ergens anders in de kamer waardoor zijn mikpunt zijn van andere geurtjes. De ene agent laat toch wel weten dat dit wel erg lang duurt. Maar mevr zegt dat ze dit eerst zal lezen. Als er inderdaad staat dat ze opgenomen moet worden zal ze meegaan. Maar ook absoluut niet voordat ze het epistel heeft gelezen. Helemaal! Werkelijk iedere punt word gelezen. Geen komma overgeslagen. Tja denk ik. Weet ik ook eens wat er in zo'n artikel staat. Uiteindelijk is ze klaar en gaat ze mee. Maar eerst moeten er nog een aantal tassen mee. Niet 1, niet 2 maar 5 tassen. Met heel erg veel medicijnen en sigaretten. Ik laat het maar. Het heeft lang genoeg geduurd. Dat probleem mogen ze bij de psychiatrie oplossen. Geduld is een schone zaak, maar rekbaar en eindig!
donderdag 1 december 2016
Bloedserieus
donderdag 17 november 2016
Ondersteboven
Er ligt een auto op z'n kop op de afrit van de snelweg. Willen jullie gaan kijken? Mogelijk 2 slachtoffers maar dat is niet helemaal duidelijk. Een andere ambulance is ook onderweg. We gaan ter plaatse en zien inderdaad een auto ondersteboven liggen. Het is rond de klok van 4 uur 's morgens. Een busje met de naam van een aannemersbedrijf staat er voor. De bestuurder van die auto zegt tegen ons dat hij de auto zo zag liggen en er 2 mensen uit gekropen zijn. Ik kom bij een man die op de grond zit en de bestuurder blijkt te zijn. Op de vraag of hij pijn heeft en waar geeft hij aan dat de pijn overal zit. Dat is nog eens een duidelijke plaatsbepaling. Ik probeer dat nog wat verder te specificeren maar zonder resultaat. Gezien de auto moet het best hard gegaan zijn en ik meen een aroma van alcohol te ruiken. Alle reden om hem te immobiliseren en hem dus op het vacuummatras te leggen. Mijnheer is er eerst niet helemaal mee eens en wil eigenlijk ook niet naar het ziekenhuis. Hii heeft alleen 2 biertjes op om 21 uur. (7 uur geleden) en wil naar huis. Zijn huis is echter een stad vlakbij onze oosterburen. Uiteindelijk stemt hij wel in met het voorstel om op het vacuummatras te liggen. Als ik vraag hoeveel hij gedronken heeft reageert hij geagiteerd en waarom ik dat wil weten en wat dat nou uitmaakt. Ik vertel hem dat ik het wel een beetje merkwaardig vind dat iemand midden in de nacht zijn auto ondersteboven op een afrit parkeert en dat hij mogelijk letsel heeft. En aangezien alcohol een negatief effect heeft op bloedingen past het in mijn risicoanalyse om een idee te hebben hoeveel alcohol er in zijn bloed zit. Hij blijft echter bij zijn 2 biertjes van enkele uren terug. Prima dan, mee moet je toch. Alleen al op basis van ongevalsmechanisme. Op de vraag hoe snel het gegaan is zegt hij 100 km/h. Ik vraag of dat niet een beetje snel is op een afrit, 150 meter voor de verkeerslichten. Nee dat is niet snel en ik had helemaal deze afrit niet moeten hebben. Ik reed op de snelweg richting huis en kwam in de berm en vervolgens op de vangrail terecht tot de lantaarnpaal. (De betreffende snelweg heeft 3 rijstroken en is dus best smal, zeker met al dat nachtverkeer). Als ik even terug kijk zie ik dat hij toch zeker 100 meter op de vangrail heeft geschoven en toen de lantaarnpaal heeft geraakt. Vervolgens is gaan draaien en ondersteboven op de weg is terecht gekomen. Hij heeft geluk dat het zo is afgelopen. Onderweg naar het ziekenhuis komen de tranen en maakt hij zich zorgen hoe hij thuis moet komen. Ik zeg dat ik 1 ding zeker weet: dat hij niet met zijn eigen auto naar huis zal gaan. Maar gelukkig heeft de NS een rechtstreekse verbinding van Rotterdam naar zijn woonplaats. Deze opmerkingen maken hem niet bepaald vrolijker... maar zeg ik, niet getreurd, we zijn bijna bij het ziekenhuis. Daar gaan ze je nog onderzoeken en aangezien er een busje met blauwe zwaailampen achter ons rijdt, heb ik de indruk dat oom agent je ook nog wat wil vragen. Je hoeft je dus niet te vervelen. Uiteindelijk heeft deze man geen letsel en is het allemaal nog goed afgelopen. Hoe hij thuis is gekomen weet ik niet. Het maakt me ook niet uit. Mogelijk heeft hij eerst zijn maat gebeld die naar een ander ziekenhuis is gebracht. Het is maar goed dat het midden in de nacht was met zo weinig verkeer...
In een andere nachtdienst krijg ik een b-rit (besteld vervoer) iets na midden nacht. Deze ritten komen helaas regelmatig voor in de nachtdienst. Ten eerste vraag ik me af of deze mensen perse in de nacht vervoerd moeten worden. Daarbij komt het regelmatig voor dat de rit in de avond is aangevraagd en deze mensen al uren zitten te wachten door de drukte. Dit laatste vind ik uiterst vervelend voor de patienten. Het gaat niet zelden om oude mensen die al die tijd hebben gewacht op een ambulance. Vervolgens de halve nacht op een SEH liggen en dan weer weg mogen. Naar mijn idee heeft dit bij oudere mensen ook nog een negatief effect op het dag en nachtritme. Maar de rit die we opkrijgen is anders. Het gaat om een dame met een sonde die bij het hoesten naar buiten is
gekomen. Er moet een nieuwe in en dat moet in een ziekenhuis. Mijn hoofd zit direct vol met vragen, maar ik besluit eerst maar even te gaan kijken voordat ik naar alle kanten toe bezwaren uit. Maar het moet wel heel belangrijk zijn als mevr niet even tot de volgende dag kan wachten voor een nieuwe sonde. Maar de huisarts heeft beslist dus gaan we kijken. Aangekomen zeg ik tegen mijn collega dat we eerst maar even gaan kijken. We komen binnen en zien in de woonkamer een bed met daarom een vrouw die tekenen draagt van een chemo behandeling. Een slangetje gaat via haar neus naar binnen en komt via de mond weer naar buiten. Je zou bijna zeggen: het ziet er komisch uit. Haar ogen zeggen dat ze het heel vervelend vind en dat ze bang is. Ik verwijder eerst de gehel slang(sonde) en ga dan in gesprek. Als de sonde er uit is weet ze niet te zeggen hoe opgelucht ze is. Ze verteld dat ze moest hoesten en dat toen die sonde naar boven kwam en via haar mond naar buiten. Ze durfde zich vervolgens niet te verroeren. Haar echtgenoot heeft de HAP gebeld en de dienstdoende huisarts heeft via een telefonische beoordeling besloten dat mevr naar het ziekenhuis moet. Hij is niet ter plaatse geweest en heeft ze zo maar ingestuurd. Ik ga met deze mensen in gesprek en hoor dat mevr kanker heeft. Ze zit in een palliatief traject en geniet van elke dag die ze nog heeft. Ze heeft haar prognose al overleefd. De sonde heeft ze een maand geleden gekregen nadat er een complicatie was opgetreden bij een ingreep en ze 1 week niet mocht eten en drinken. Inmiddels eet ze al een week alles wat ze lust en krijgt overdag alleen nog wat extra voeding om haar extra kracht te geven. Ik vraag wat ze wil, want met dit verhaal lijkt het mij volledig overbodig om midden in de nacht naar het ziekenhuis te moeten. (Een sonde was daar thuis ook niet voorradig). Daarbij heeft de hele transfer en nachtbehandeling ook grote impact op haar toch al zwakke gestel. En het kan heus geen kwaad om een nachtje zonder sonde te moeten. Bovendien zou er over een paar dagen een foto gemaakt worden om te kijken of de sonde verwijderd kon gaan worden. Ik stel voor dat ze thuis blijft en morgen haar eigen huisarts belt en daarmee een nieuw plan maakt. En dat het ziekenhuis bezoek nu niet doorgaat. Ze is daarmee enorm opgelucht en blij. Ik overleg nog wel met de dienstdoende huisarts. Die gaat akkoord met mijn voorstel nadat ik heb verteld het onzin te vinden om deze vrouw in deze omstandigheden naar een ziekenhuis te brengen midden in de nacht. Er zijn weinig mensen zo blij als deze dame. Met een goed gevoel verlaten mijn collega en ik het huis en gaan op weg. Het is een van de weinige b-ritten waarbij we tegen de meldkamer zeggen dat het een EHTP (eerste hulp ter plaatse) is geworden.
Als iemand naar het ziekenhuis moet, wil ik die er zeker brengen. Maar ik vind wel dat naar alle omstandigheden gekeken moet worden. Het transport in de nacht en de belasting moet wel opwegen tegen de behandeling en de noodzaak en het effect.
woensdag 2 november 2016
Gevalletje frites
Deze dame is met een ambulance vervoerd. Volkomen terecht. Alleen krijg ik wel steeds vaker de indruk dat mensen geen idee hebben waar een ambulance voor bedoeld is. Dit vraagt om uitleg. Patient A belt een ambulance omdat hij niet lekker is. Hij voelt zich alsof hij elk moment kan flauw vallen. En dan heb je een ambulance nodig. Welja, we gaan er naar toe. Bij het adres aangekomen staat er een mijnheer voor het huis met een hoeveelheid bagage waar je wel 2 maanden mee op vakantie kan. Ik vraag of de patient nog binnen is. Dan antwoord hij dat hij de patient is. Ooh ja... en waarom bent u dan niet met de eigen auto naar het ziekenhuis gegaan? Nou, jullie zijn daar toch voor....? Ja ik ben er voor om mensen naar een ziekenhuis te brengen. Maar ik ben geen taxi!
Patient B is net 30 en heeft een hernia. Uiterst vervelend natuurlijk. Maar ze verteld dat ze dit al 2 jaar heeft. Alleen speelt de pijn op de laatste 4 dagen. Ze was bij familie maar is naar huis gegaan. Via de trap naar de 4e etage gelopen. Toen de huisarts gebeld. Deze is heel empatisch. Als mevrouw zegt dat ze niet kan lopen belt de huisarts een ambulance. Ik neem de situatie in me op. Ik vraag wat de vrouw van mij verwacht. Ze geeft aan dat ze niet kan lopen. Maar hoe bent u dan aangekleed vanmorgen en hoe gaat u naar het toilet? Tja dat lukte wel maar moeizaam. Dus het lukte wel. We gaan zien hoe ver we komen. Het gaat nog veel beter dan verwacht. En we zijn best vlot beneden. Daarna zit ze in de ambulance. Nadat ik ze in het ziekenhuis heb gebracht bel ik de huisarts. Want mij ontgaat de indicatie voor een ambulance volledig. Hoe vervelend een hernia ook is. Sterker nog: met een zere rug kun je denk ik beter in een auto zitten dan op een heen-en-weer-schuddende-en-bonkende ambulance. Ik vraag aan de huisarts wat de indicatie volgens haar was. Die geeft aan dat mevrouw zei dat ze niet kon lopen. (Ze heeft het niet eens geprobeerd). En ja, jullie hebben toch een karretje waarmee je de trap af kan?? Geen idee wat ze bedoeld. Maar een ding weet ik zeker. Ik ga een patient in deze omstandigheden zeker niet dragen. Ik wil mensen helpen maar ze moeten het zelf doen als het zelf kan. De huisarts geeft aan dat ze dit niet wist en zegt dat ze volgende keer deze mensen zelf laat gaan.
Dame 3 is erg benauwd en word door de huisarts ingestuurd wegens ernstige benauwdheid. Ze zou niet stabiel zijn. Bij aankomst bij mevrouw doet een jonge buurvrouw de deur open. Ze loopt ons voor naar mevrouw. Deze is aan het stofzuigen (.....). Ik vraag of zij de patient is. Daarop antwoord ze bevestigend. Maar geeft ze gelijk aan. Ze is nog niet klaar en wij zijn te vroeg. We moeten even wachten. Ik geef aan dat ik met spoed naar een benauwde mevrouw gestuurd ben. Dat deze aan het stofzuigen is geeft aan dat het met de benauwdheid wel mee valt. En ik ben zeker niet van plan om te wachten tot ze daar mee klaar is. Spoed is spoed. Ook de huisarts die deze dame heeft ingestuurd krijgt terugkoppeling.
Andersom kan ook. Mijnheer is niet lekker. Beetje lage bloeddruk. Huisarts belt de ambulance die mijnheer maar even naar het ziekenhuis moet brengen. Mijnheer ziet ernstig bleek. Heeft bloed gebraakt. Een bloeddruk van ver onder het gemiddelde. Ik besluit er zelf een spoedrit van te maken omdat ik mijnheer toch niet zo heel stabiel vind. Ik geef mijnheer vocht en een middel tegen bloeden. In het ziekenhuis blijkt hij een bloeding in zijn maag te hebben....
Onder andere de diversiteit is wat het werk leuk maakt. Sommige ervaringen zijn inbetaalbaar. Andere zou ik wel weer kunnen missen. Maar het totaal van dit alles is dat ik een top baan heb. Ik zou met niemand willen ruilen qua werk.
vrijdag 14 oktober 2016
Vader valt zwaar
woensdag 21 september 2016
Pijn en emotie; pijnstilling of empathie?
Dat sommige grenzen heel onduidelijk zijn, is inmiddels wel bekend. Wanneer ben je empatisch en wanneer niet. Ik denk dat dit moeilijk is te formuleren. Je hebt allemaal wel eens een klik met mensen terwijl je bij andere mensen die klik totaal niet heb. Toch heb je met beide mensen te maken. Als professional sta je gedeeltelijk boven emoties. Misschien wel, maar als ik naar mezelf kijk merk ik dat dit makkelijker gezegd dan gedaan is. Vaak hoor je, nou ik heb bewondering voor jullie hoor. Al die (verschrikkelijke) dingen die jullie zien en meemaken. Maar dan is de vraag, wanneer is iets erg en wanneer doet het wat met je. Ga ik het heel zwart/wit zeggen. Een reanimatie van een 75-jarige is voor mij een technische handeling tijdens de reanimatie zelf. Voor familie een emotionele achtbaan. Tijdens een 'normale' reanimatie zijn er zoveel technische handelingen die uitgevoerd moeten worden dat emotie even op de achtergrond staat. Wanneer de handelingen achter de rug zijn is het tijd voor de emotionele afhandeling. Vaak is dit een empatisch stukje hulpverlening. Je toont medeleven en probeert nog even dat laatste stukje zorg te geven aan de omstanders die ook nodig is. Kun je voor de patient niets meer doen, geef je de familie nog zorg. Bij een 'normale' inzet zullen de meeste collegas geen moeite hebben met het handelen met emoties. Wat maakt het dan dat je soms wel even wat meer gevoel heb bij een inzet. Vanuit mezelf gesproken zijn het omgevingsfactoren. Het grootste voordeel in het handlen van situaties is dat je de meeste mensen niet kent. Op de intensive care bouwde je veel meer een band op met patient en diens naasten. Voor je gevoel werd je soms tijdelijk een onderdeel van hun leven. In de acute zorg is dat minder. De eerste patient die ik uit een auto gehaald heb nadat hij door de brandweer was losgeknipt ivm beknelling, kan ik me bijna niet meer herinneren. Het enige wat ik van deze man weet is, dat het een donkere man was. Verder niks meer en minder. Je kende hem niet en ken hem nog steeds niet. Ik weet niet wie zijn partner en of kinderen zijn. Hierdoor kan ik het makkelijk loslaten. Ander voorbeeld. Verhanging van een man van 52. Deze man heb ik samen met mijn collega losgemaakt van het touw. We hebben een reanimatie opgestart en deze beeindigd nadat duidelijk was dat het allemaal geen resultaat had. Wat blijft me bij van deze inzet? Niet de reanimatie, niet de zelfdoding (al is verhanging niet een heel prettig gezicht). Maar toen we de reanimatie gestopt waren heb ik een rondje door de woonkamer gelopen. Daar zag ik een foto van een meisje van een jaar of 7. Een tekening met daarop de tekst: voor mijn lieve papa, van ..... dit geeft lading. Het geeft de patient een gezicht en een familie. Zulke dingen geven mij meer belasting dan de reanimatie zelf... Zijn wij als hulpverleners gevoelloos? Zijn wij naar ellende en verdriet hongerende mensen? Waarom zeggen wij na een groot ongeval dat we lekker gewerkt hebben. Waarom zeggen we in een rustige tijd: kom maar op met die reanimatie? Zijn we dan zulke sadisten? Nee hoor. We zijn zeker wel begaan met onze patienten en zetten ons daar volledig voor in. Maar je kiest dit beroep ook voor een beetje actie. En als iemand dan toch gereanimeerd moet worden of een ongeluk gaat krijgen, doe het dat maar tijdens mijn dienst...
Terug naar empathie. Hoe ver ga je met empatie. Mag ik een mening hebben en zo ja, waar is deze op gebaseerd. Vaak heb je zelf een referentiekader waar je op terug valt. In een nachtdienst is mijn empatie soms ook wat lager. (Ja ik ben ook een mens die af en toe gewoon moe is). Je anticipeert op een actie of beleving van iemand. Die actie plaats je ongemerkt in je eigen referentiekader. Giet er een stukje omgevingsfactoren overheen en hier rolt een reactie uit. Een vrouw van 43 die enorme buikpijn heeft belt een ambulance. In de melding word al weergegeven dat deze dame al de gehele avond op de SEH is geweest met deze klachten. Ze is naar huis gestuurd met pijnstillers, maar deze lijken na een half uur nog niet te werken. (...) Dus bel je gewoon weer 112. Aangekomen loopt er een vrouw door de kamer die op luide manier te kennen geeft dat ze pijn heeft. Ik wil toch graag wat dingen onderzoeken ondanks dat ze een uur geleden nog op een SEH zat. Ze gaat zitten en ik stel wat vragen. In het verleden heeft ze een gastric bypass (maagverkleining) gehad. Daarna wel ook een maagbloeding. Of die verkleining veel heeft geholpen? Ze zou heel goed reclame kunnen lopen voor een bekend autobandenmerk. Ik vraag of ze gegeten heeft. Een paar patatjes. (Op tafel compleet lege mac donalds verpakkingen en een grote fles mayonaise) als ik daar wat over zeg, zegt ze: ik moet toch ook eten. Natuurlijk, maar als je veel buikpijn heb weet ik niet of Mc Donalds een verstandige maaltijdkeuze is. Ik vraag of ze ontlasting heeft gehad en of dat er normaal uit zag. Wat een stomme vraag. Weet ik veel. Ik kijk toch niet achterom? Hoezo stomme vraag. Ik ben geen cassiere bij de Jumbo. Ik ben hulpverlener die jij zelf te hulp heb gevraagd en die er achter probeer te komen wat mijn patient mankeert. Gezien haar maagbloeding in het verleden is vragen naar ontlasting kleur helemaal niet vreemd. Denk ik. Ze geeft aan een pijnscore van 11 te hebben op een schaal van 0 tot 10. Ooh, ok. Das best veel. Ik geeft haar een infuus waarbij ze op heel duidelijke wijze aangeef dat deze prik wel heel verschrikkelijk veel pijn doet. Ik denk bij mezelf. Ooh is dit jouw pijngrens. (Henk, je kan niet oordelen voor een ander. Das waar, maar ik zie wat ik zie en denk er het mijne van. En op denken staat geen straf). Pijn beleeft iedereen op een eigen manier. Maar toch gaat er bij mij een scheutje referentie doorheen bij beoordeling. Ik vraag hoe lang ze thuis is uit het ziekenhuis. Dat kan ze niet zeggen want ze heeft het te druk om op de klok te letten. Heb je paracetamol op? Ja maar 1 stuk want ze kan door alle drukte niet meer verzinnen hie het ook al weer werkt. Ze kon niet in de auto van haar man stappen want die hobbelt zo. (Volvo v40 van 1 jaar oud). Ze gaat er blijkbaar vanuit dat een ambulance heel relaxed is. Nou mensen, geloof me. Als je bent vergeten waar alle hobbeltjes en putjes in de straat liggen, vraag of je een rondje achter in een ambulance mag meemaken. Je voelt werkelijk alles. En dit ligt zeker niet altijd aan de chauffeur. Mevr is overigens redelijk pijnvrij overgebracht naar het ziekenhuis.
Dezelfde dienst kom ik bij een fietser die op zijn racefiets frontaal met een scooter in botsing is gekomen. De fiets ligt in 2 stukken op de grond, finaal door de midden. Bij aankomst is al duidelijk dat zijn schouder gebroken is
Ik zie aan zijn gezicht dat hij pijn heeft. Maar als ik er naar vraag, zegt hij dat het wel gaat. Zijn gezicht zegt wat anders. Zet deze man af tegen die andere patient. Wat een verschil en contrast. Ze hebben beide pijnstilling gekregen. Beide tegen de pijn. Maar tegen mijn referentiekader een heel verschillende schaal...
Wat is erg en wat niet. Ook dat word denk ik vaak beoordeeld tegen het licht van je eigen normaalwaarden. Een man van 89 jaar met verwondingen op zijn armen omdat hij uit de stoel is gevallen. Zijn vrouw probeerde hem tegen te houden en greep zijn armen. Daardoor schraapte ze zijn huid van beide armen af. Normaal bind ze mijnheer vast met een panty aan zijn stoel (een bureaustoel) zodat hij niet kan vallen. Ze was er trots op dat ze hem om deze manier nog kan verzorgen. Maar wat komt in mij op: schrijnend. Een melding waard. Dit maakt wel emotie los.

